TRUC


Beneden op het terras zit hij te studeren, met zijn benen op tafel. Zondagochtend, blauwe lucht, geen wind. Vandaag wordt een bijzondere dag. Vandaag ga ik hem terugpakken. Meedogenloos. Als dank voor zijn sadistisch pesten in al die afgelopen jaren. Niemand zal ons vandaag storen. De omslag van het goochelboek op mijn bureau kan ik dromen.

Straks zal hij zijn hersens pijnigen over het geheim van deze truc. Niet uit het boek, nee. Dat hoopte ik. Geen truc die hem zou verbijsteren. Gelukkig op het eind die paginagrote advertentie van een goochelstudio in Amsterdam. Goud waard.
Moeder had nooit toestemming gegeven mij naar de grote stad te laten gaan. Op die magische plaats moest het lukken een truc te vinden, het liefst een illusie. Het was niet nodig geweest al mijn spaargeld van de bank te halen.

Wat een vreemde man hielp mij daar. ‘Wat zoek je?’, vroeg hij met een geheimzinnige glimlach. Ik vertelde hem niets over mijn doel: het gek maken van mijn broer. Eindelijk wraak nemen. Dat zou hij toch niet begrijpen. Prachtig waren de vitrines met bekers, ballen, touw, munten, ringen. Wilde tekeningen met strepen en kreten, uitpuilende ogen. Een vinger in een guillotine, veel bloed spatte in het rond. Dat was het dacht ik nog! Ja ja, ernaast was de vinger weer heel. Nee, niet de bedoeling.

Waarom staat hij op? Einde studeren? Nee, gelukkig alleen uitrekken, niks aan de hand. Nu breekt het moment aan voor het wonder. Dat woord kwam van die man.
‘Bedoel je dat wonder jongeman?’
Wonder, ja dat was deze truc. Het klonk meteen alsof alles vanzelf zou gaan. Zonder lang oefenen. Geen vingervlugheid.
‘Het mag er misschien saai, weinig opwindend uitzien, maar geloof me, dit is een geweldige truc, absolute top! Succes verzekerd.’ Die verkoper had wel gelijk. Het kan niet fout gaan. Kaarten en enveloppen zitten in de blinddoek. Hup, de tuin in.

Verstandig er geen vriend erbij te vragen. Grote broer zou zeker direct denken aan een afspraak of samenzwering. Nu niet in paniek raken als hij de truc niet wil zien. Gewoon een andere keer, niks aan de hand. Naar beneden, de tuin in. Ontspannen blijven. Oei, het zonlicht is feller dan op mijn kamer. Losjes blijven lopen.
‘Een goocheltruc ……. voor jou. Het duurt niet lang’, wat klinkt mijn stem schor en waar komt dat hoge onnatuurlijke geluid vandaan.
‘Een goocheltruc? Goochel jij? O ja, jij goochelt tegenwoordig.’

Ho ho, wacht even. Niemand heb ik iets verteld. Dat kan hij niet weten. Nu moet ik rustig blijven. Geen paniek. Hij lult maar wat. De verklaring met de instructies heb ik verbrand. Of zou hij op mijn kamer zijn geweest en de gekleurde kaarten en mapjes hebben onderzocht? Nee, dat is onzin. De reden is dat nooit iemand mag denken dat hij iets niet weet! Zeker ik niet. Die streep zonlicht over de tafel geeft de vier kleuren nog enige show, ook al is dat wel minimaal.
‘O.k. dan, als het niet lang duurt.’

Zijn boek draait hij om, mooi.
‘Is dat alles?’
Ik knik en weet er een glimlach uit te persen. Hij buigt licht voorover.
Nadat hij mij geblinddoekt heeft, draait hij mij wild om en trekt de doek heel hard aan. Dat doet echt pijn maar dat mag hij niet merken.
‘Doe je hemd uit dan kan ik zien of je iets aan de armen of op het lichaam verbergt.
‘Zal ik mijn broek ook uittrekken?’
‘Nee, dat is niet nodig, ik kom er wel achter’, zijn stem klinkt zelfverzekerd.

Mijn handen wil ik droog wrijven, ze voelen klef aan.
‘Wat doe je met je handen?’
De vraag van hem klinkt alsof ik een misdadiger ben die verboden handelingen verricht en opgesloten zal worden na de voorstelling. Mijn benen beginnen te trillen. Het is tijd de kleur van de gekozen kaart te noemen.
‘Geel!’
De blinddoek trek ik van mijn hoofd en zie dat hij inderdaad de gele kaart uit de envelop haalt. Zijn gezicht lijkt op een van de tekeningen in de vitrine van de studio.

Verstijfd staat hij voor de tafel. Wild bewegen zijn ogen naar alle kanten. Uit het niets klinkt het krachtig:
‘Nog een keer!’
De truc, precies zoals die goochelverkoper zei, is eindeloos herhaalbaar. Maar in het voorwoord van het boek las ik dat het nooit verstandig is een truc direct te herhalen.
Hij graait de blinddoek van tafel, bestudeert hem opnieuw grondig.
‘Ik moet ineens … heel nodig…..’, zeg ik met een geknepen stem. Er volgt geen reactie.

Die magische verkoper kent mijn broer niet, die man ging uit van een eerlijk publiek. Bij een tweede keer wil hij gegarandeerd weten hoe het werkt, ten koste van alles! Mijn oog valt op een pen op tafel.
‘Zet voor de zekerheid je handtekening op de kaart die je kiest.’
Het is even stil. Hij denkt duidelijk na. ‘Nee, wacht even, ….. nee, doe maar niet opnieuw die truc. Eigenlijk is het een heel flauwe truc.’
De blinddoek stopt hij in mijn handen en grijnst.
‘Nee, ik weet iets beters. Je gaat me nu vertellen hoe het werkt.’

Aan deze reactie heb ik helemaal niet gedacht. Ervan door, heel snel voordat…..
‘Vertel. Vertel!’, sist hij.
Wat hij ook doet, al martelt hij me tot ik dood ben, nee, ik vertel het niet, nooit, al vermoordt hij me, nooit, nooit vertel ik het geheim. Mijn kamer, daar ben ik veilig. Niet achterom kijken. De keuken door, gang in, trap op. In de haast glijden kaarten en mapjes uit de doek! De sleutel om.

Na een harde bons op de deur is het heel stil. Op de overloop klinken geluiden die ik niet kan thuisbrengen.
‘Als echte goochelaar kun je kapotte dingen natuurlijk heel maken. Leg je oor maar tegen de deur.’
Ik wil het niet maar doe het toch. Het geluid van scheuren is te horen. Met de blinddoek veeg ik zweet van mijn voorhoofd. Na een lange stilte doe ik voorzichtig de deur open. Snippers van verscheurde enveloppen en kaarten liggen verspreid over de grond.

Niets is meer bruikbaar. Wat maakt het uit. Het was toch eenmalig. De resten van de gele kaart met een punaise boven het bed. Voor de eerste keer heb ik hem verslagen. Achter de ruiten kijk ik weer naar hem. Hij studeert. Het lijkt wel alsof het niet echt is gebeurd. Een droom? Nee.
Plotseling kijkt hij naar boven alsof hij voelt dat hij begluurd wordt. Meteen duik ik weg. Van achter de tafel zijn de resten te zien. Nog nooit hem ik hem zo kwaad gezien. Het moet hem geraakt hebben. En nu….?

Joop Brussee

28 mei 2020

zicht

info