TRUC

kans voor open doel

De blinddoek, vier envelopjes waarop vier dun kartonnen kaarten in de kleuren rood, geel, blauw en groen: alles ligt uitgestald op mijn bureau. Hiermee gaat het gebeuren. Het ziet er weinig spectaculair uit en het heeft met show niks te maken, maar de voorstelling wordt gegarandeerd een succes.
Door het raam is het goed te zien: Dirk zit beneden op het terras te studeren, met zijn benen op tafel. Zondagochtend, blauwe lucht, beetje wolken, geen wind, een mooier moment bestaat niet. Niemand zal ons storen. Op de boekenplank ligt het goochelboek. De omslag kan ik dromen.

Grote broer, hij moet zijn hersens pijnigen zoals bij het doorzagen en weer heel maken van onze kat. Helaas stond zoiets niet in het boek. Wel een paginagrote advertentie van een goochelstudio in Amsterdam.
Moeder had nooit toestemming gegeven mij naar de grote stad te laten gaan. Op zo’n magische plaats was het natuurlijk mogelijk een geweldige truc vinden, het liefst een illusie! Desnoods al het spaargeld van de bank halen mocht dat nodig zijn.

‘Wat zoek je?’, vroeg een glimlachende man nadat hij mij binnen had gelaten in een halfduistere ruimte met een toneeltje in de verte. Zou hij wel vaker een jonge jongen binnenlaten die een goochelnummer zocht? Was het doel duidelijk te maken: het gek maken mijn broer? Langs de wand vitrines waar bekers, rode ballen, touw, munten, glimmende ringen werden uitgelicht door spots. Tekeningen met strepen en kreten, uitpuilende ogen. Een vinger in een guillotine, veel bloed spatte in het rond. Dat was het! Maar ernaast was de vinger weer heel. Nee, dat was niet de bedoeling.

De man knikte, begreep het verkeerd toen hij opmerkte waar ik naar keek.
‘Je bedoelt dat wonder?’
Het woord wonder sprak mij aan. Het klonk alsof de truc vanzelf zou gaan. Zonder lang oefenen. Geen vingervlugheid. Ik knikte ondanks dat de spullen er weinig opwindend uitzagen.
‘Het mag er saai uitzien, maar geloof me, dit is een geweldige truc, absolute top!’

Dirk haalt zijn benen van tafel en staat op, rekt zich uit. Nadat hij zijn armen en benen los heeft geschud gaat hij opnieuw achter de tafel zitten. De truc is inderdaad groots. En de uitvoering herhaalbaar. De magier had mij verzekerd dat de kleine illusie altijd opnieuw met groot succes kon worden vertoond.
‘De blinddoek krijg je er gratis bij. Lukt het niet, dan krijg je je geld terug.’
Onbegrijpelijk voor elke toeschouwer stond er boven de beschrijving.

Mijn handen trillen licht. Er is geen reden nerveus te zijn. Het kan niet fout gaan. Kaarten en enveloppen gaan in de blinddoek. Nu naar hem toe.
Misschien komt er applaus vanaf de balkons van buren die uitkijken op de tuin.
Het is verstandig geweest geen vriend erbij te vragen omdat hij dan aan een afspraak of samenzwering kan denken. Niet in paniek raken als Dirk straks de truc niet wil zien.
De droom van de afgelopen nacht waarin hij met een speciale bril dwars door mij heen keek en de manipulatie zag is onzin.

De overgang naar het felle zonlicht doet even pijn aan de ogen. Bij elke stap richting terras worden mijn benen zwaarder. Waarom voortdurend dat slikken? De truc kan niet fout gaan. Op tafel gaat de doek voorzichtig open.
Ineens lijkt het of iemand mijn keel dicht knijpt. Dirk kijkt op van zijn boek.
‘Een goocheltruc voor jou. Het duurt niet lang’, mijn stem klinkt half schor met een onnatuurlijk hoog geluid. Hij fronst zijn wenkbrauwen.
‘Een goocheltruc, goochel jij? O ja, jij goochelt tegenwoordig.’

Nee, dat is onmogelijk. Hij weet altijd alles maar deze eerste voorstelling ooit, in het geheim voorbereid is dat onmogelijk. De verklaring met de instructies heb ik verbrand. Zou hij op mijn kamer zijn geweest en de gekleurde kaarten hebben gezien en de mapjes onderzocht? Onzin. Hij zegt maar wat. Dat is het. Nooit mag iemand denken dat hij iets niet weet! De gedachte stelt mij gerust hoewel het trillen van mijn handen toeneemt.
‘Zo’, zegt hij en kijkt naar wat op tafel ligt. Een streep zonlicht valt op de tafel waardoor de vier kleuren enige show geven, ook al is dat minimaal.
‘O.k. dan, als het niet lang duurt.’

Hij draait zijn boek om en komt naast mij staan.
‘Is dat alles?’
Ik knik. Hij buigt licht voorover. Alles wat ik doe wil hij goed in de gaten te houden, niks bijzonders.
Bij het blinddoeken grijpt hij mij beet, draait mij om en trekt de doek hard aan. Dat doet behoorlijk pijn maar het is beter dat niet te laten merken.
Plotseling eist hij dat mijn hemd uitgaat, zodat hij kan zien of iets aan de armen of op het lichaam is verborgen.
‘Zal ik mijn broek ook uittrekken?’
‘Nee, dat is niet nodig, ik kom er wel achter’, klinkt het zelfverzekerd.

Mijn handen voelen klef aan en wil ze afvegen.
‘Wat doe je met je handen?’
Elke beweging, hoe klein ook houdt hij in de gaten. Een vraag van hem klinkt alsof ik een misdadiger ben die verboden handelingen verricht. Alsof ik na de voorstelling direct opgesloten zal worden.
Wanneer het duidelijk is dat het niet meer mis kan gaan beginnen mijn benen te trillen. De kleur van de gekozen kaart moet hij bekend maken.
‘Geel!’
De blinddoek trek ik van mijn hoofd en zie dat hij de gele kaart uit de envelop haalt. Zijn ogen staan groter dan normaal; zijn gezicht lijkt op een van de tekeningen in de vitrine.

Verstijfd blijft hij staan. Zijn ogen bewegen naar alle kanten.
Uit het niets klinkt het ineens krachtig:
‘Nog een keer!’
De truc, precies zoals de goochelverkoper zei, is eindeloos herhaalbaar. Maar in het voorwoord van het boek las ik dat het nooit verstandig is een truc direct te herhalen.
Dirk graait de blinddoek van tafel, bestudeert hem grondig.
‘Ehh, ik moet … heel nodig…..’, maar hij reageert daar niet op. Het toilet: een veilige plaats voorlopig.

Die verkoper kent mijn broer niet, die man ging uit van een eerlijk publiek. Wat nu als hij straks gaat liegen? Bij de tweede keer wil hij gegarandeerd winnen, ten koste van alles!
Is het mogelijk een valsspeler te verslaan? Daarover heb ik nog nooit iets gelezen. Terug valt mijn oog op een pen die op tafel ligt.
Dirk kijkt dit keer direct op, legt zijn boek snel weg, knikt met zijn hoofd ten teken dat de voorstelling kan beginnen. Hij buigt zich nog verder voorover, zijn neus raakt bijna mijn handen.
‘Zet voor de zekerheid je handtekening op de kaart die je kiest.’
Het was even stil. Hij denkt na.

‘Nee,’ zegt hij, ‘wacht even, stop…..niet opnieuw. Eigenlijk is het een flauwe truc.’
Hij stopt de blinddoek in mijn handen en grijnst.
‘Nee, ik weet iets beters. Je gaat me vertellen hoe het werkt.’
Alles moet nu van tafel en snel mogelijk ervan door.
‘Vertel. Vertel!’, sist hij.
Wat hij ook doet, al martelt hij me tot ik dood ben, nee, ik vertel het niet, nooit, al vermoordt hij me, nooit, nooit vertel ik het geheim. De achtervolging is ingezet. Door de keuken, de gang en de trap op. In de haast glijden kaarten en mapjes uit de doek. In mijn kamer gaat de sleutel direct om.

Na een harde bons is het stil. Op de overloop klinkt gescharrel.
‘Als echte goochelaar kun je kapotte dingen heel maken. Leg je oor maar tegen de deur.’
Het geluid van scheuren klinkt. Met de blinddoek veeg ik het zweet van mijn voorhoofd.
Na een lange stilte kan de deur voorzichtig open. Snippers van de verscheurde enveloppen en kaarten liggen verspreid over de grond.


Op bed is het duidelijk: niets is meer bruikbaar. De resten van de gele kaart gaan met een punaise boven het bed. Nog nooit was hij zo kwaad.
Achter het raam blijf ik naar hem staren. Het is toch allemaal echt gebeurd? Geen droom?
Plotseling heft hij het hoofd op en kijkt naar boven alsof hij voelt dat hij wordt begluurd. Ik duik weg.
Van achter de tafel zoeken mijn ogen de resten van de gele kaart. Heeft de truc hem iets gedaan? Of is hij het alweer vergeten, stelde de voorstelling weinig voor?
Als hij geraakt is ……. dan is de vraag…. hoe diep?

Joop Brussee

28 mei 2020

hobbels info