MELKWEG

liever geen bloemen

Ongewild kijk ik naar de grote familiefoto op de muur, gemaakt tijdens het tweede huwelijk van mijn moeder. Een blikvanger bij elk bezoek, vooral op zondag wanneer ik niet hoef te studeren. Op de arm van mamma zit een jongen aan de ene kant, aan de andere kant ook een jongen, op de arm van de vader. Mijn moeder lacht. Ze is trots. De twee halfbroers haat ik.
Ik wil zoals bij elk bezoek zo snel mogelijk het huis weer uit. Vreemd is dat, het zou vertrouwd moeten voelen op de plek waar je opgegroeid bent.
Ze vraagt wat ik wil drinken. Terwijl zij naar de keuken loopt pak ik een krant van een stapel. Lokale kranten bewaart zij op mijn verzoek.
Later vertelt ze over familiezaken. Wanneer het een geruime tijd stil blijft laat ik de krant zakken.
‘Binnenkort doe ik mee aan een bijzonder project.’
Ze kijkt me vragend aan. Ik vouw de krant op.
‘Een vriend van mij heeft subsidie gekregen om een environment in een oude leegstaande melkfabriek op te zetten. Hij heeft mij gevraagd mee te doen als ik tijd heb.’
Ze knikt maar zegt niets.
‘Over de dood. Met voorstellingen en films.’
‘Oh…’
‘Hij is de leider van een toneelgezelschap.’
‘Een toneelstuk in de fabriek?’
‘Ja, nee, ja, dat ook. Er gaat van alles gebeuren. Toneel in een zaal en een levend dodenspel, films, een begraafplaats en een zelfmoord ruimte. Twee locaties gaf hij mij om in te richten, een crematorium en een lijkenboetiek.’
‘Een wat?’
‘Niet schrikken. Allemaal speels bedoeld. Hij wil het taboe rond de dood en de angst daarvoor doorbreken.’
‘Oh, ja ja….’
Ze doet haar best zoveel mogelijk niet in mijn richting te kijken. Het kan zijn dat mijn informatie haar overvalt. Of dat ze toevallig met haar eigen dood bezig is. Het is even stil.
Ze had gehuild toen ik drie jaar geleden als laatste kind het huis had verlaten, vertelde een nicht mij. Indirecte communicatie was onze cultuur, waarschijnlijk met als doel elke vorm van spanning of het begin van een conflict te vermijden. Wanneer ze het project Liever geen bloemen bezoekt zal dat een mogelijkheid zijn voor mij een echt gesprek met haar te hebben. Voor de eerste keer. Moeder met zoon.
‘Je moet maar zin hebben in zo’n onderwerp. Speels bedoeld, zei je?’
‘Ja. Waarom niet?’
Ik merk dat mijn ogen de foto weer opzoeken en kijk snel naar buiten.

In het centrum van Amsterdam lopen we vlak langs een gracht. Mijn vriend en ik verheugen ons op het project in de oude fabriek. Het gebouw achter de schouwburg staat al geruime tijd leeg en is rijp voor de sloop. Maar zover is het nog niet; een maand lang kan het publiek binnen komen.
Vandaag is een bewolkte dag aan het eind van de zomer. We staan stil bij de ophaalbrug voor de ingang en kijken naar de troosteloze gevel. Grauw, met hier en daar graffiti op de muur en ingegooide ruiten zoals je altijd ziet bij oude verlaten fabrieken.
Mijn vriend stapt als eerste de ophaalbrug op waar hij direct begint verroeste fietsen opzij te zetten die de toegang blokkeren.
‘Je loopt alsof je de trotse eigenaar bent van een oud kasteel.’
‘Teh, teh, mijn veste, zul je bedoelen.’
Lachend bereiken we de grote metalen deuren.
‘De gemeente is blij met de tijdelijke culturele bestemming. Geen enkele koper heeft zich tot nu toe gemeld en afbraak is kostbaar in dit gebied.’
James had eerder die ochtend op het stadhuis een papier moeten tekenen waarop staat dat het project een experiment is en dat geen sprake kan zijn van continuering in de toekomst, in welke culturele vorm ook.
‘Het experiment is dus bij voorbaat mislukt’, had hij eraan toegevoegd.
Ik maak me een voorstelling van de komst van mijn moeder. Zou ze trots zijn op haar zoon als medewerker? Of … het zou zomaar kunnen dat ze niet weet hoe om te gaan met een speelse benadering van de dood. Over sterven of de angst ervoor is thuis nooit met een woord gesproken. Het onderwerp werd samen met veel andere afgehouden, weggestopt.
Misschien is het beter haar eerst een dagelijkse Dodenkrant te sturen zodra die uitkomt. Hoewel…. of juist beter van niet.
‘Vreemd dat geen enkele ambtenaar een vraag stelde over wat we gaan doen’, zegt mijn vriend en rammelt met de sleutelbos.
‘Dit is een geschenk van het hemelse gerecht!’
Ik kijk hoe hij gekleed in spijkerbroek en zwart leren jack de deur vol roestplekken en deuken probeert open te duwen. Direct schiet ik hem te hulp. Met een hoop geknars beweegt een van de twee een tiental centimeters naar binnen, om vervolgens een stuk makkelijker door te schieten. We tuimelen naar binnen en eindigen boven op elkaar. Het stof klop ik van mijn grijze coltrui en zwarte trainingsbroek.
De stilte in de gigantische ruimte overvalt ons.
‘Wat een schitterende locatie. Een film…..’, fluister ik.
Zwijgend kijken we om ons heen. Scherven glas, stukken papier en hier en daar stenen op de grond. Verkleurde witte tegels en delen van afgebrokkelde muren.
‘Het lijkt wel alsof het gebouw er voor gemaakt is’, hoor ik James zeggen.

Een week voor de opening komt het werken aan de inrichting goed op gang. De acteurs die meedoen aan het environment zijn aangevuld met vrijwilligers. Mijn vriend zoekt naar films en studeert toneelfragmenten in voor de dagelijkse vulling van de theaterzaal. De nacht voor de opening slaap ik bij hem.
Vermoeid en stoned liggen we naast elkaar en verheugen ons op het feit dat alles op tijd is klaar gekomen.
‘Morgen komt een droom uit.’
‘Mmmm.’
Plotseling hoor ik hard gelach naast mij en mijn ogen openen zich vanzelf.
‘Ik zie het voor mij. Een happening op de slotavond, de dood van het hele project. We gaan een geweldige afsluiting maken. Ons dodenhuis een grote kerk, een kathedraal.’
‘Een kerk?’
‘Een lange rij mensen slingert door het gebouw. Een processie, een optocht als een rups, een duizendpoot die steeds maar langer wordt door bezoekers die zich aansluiten, veel brandende kaarsjes, overal door en langs kronkelend. Een koor zingt.’
‘Dat klinkt echt katholiek.’
Ineens zit ik weer in de kerk gedwongen te luisteren met pijn aan de billen van de harde banken. Ik verveel me kapot tussen al die gereformeerde gezichten die naar een man staren die galmt met een levensgroot oud boek voor zich. Mijn blik dwaalt de kerk rond. Alle pijpen van het orgel kan ik uittekenen.
‘Weet je, toen ik voor het eerst in de katholieke kerk kwam was ik jaloers. Wat een theater! Die kostuums, gerinkel van belletjes, slingerende vaten met wierook, ik wist niet wat ik zag, een sprookje.’
Mijn vriend draait zich naar mijn kant.
‘Ja dat was leuk, dat misdienaar spelen. Verkleden, spannend. En het dubbelspel met de biecht, hup even bidden, hup de volgende keer weer opnieuw.’
‘Wees gegroet…..’
‘Veel groeten ja ja.’
’Mijn vader draait zich om in zijn graf als hij hoort dat zijn zoon vriendschap heeft met een katholiek en draait zich verder door omdat hij met die katholiek in bed ligt.’
Tegelijk schieten we in de lach, die steeds slapper wordt.
‘Ik weet het’, zeg ik, ‘katholiek is theater en gereformeerd een hoorspel.’
‘Ja, zo is het. Een cultureel huwelijk!’
We hikken wat na.
Ik draai me naar mijn vriend, kijk tegen zijn rug aan. Ik wil een arm om hem heen slaan, maar doe het niet.

Het evenement wordt druk bezocht. Het taboe doorbreken dat James voor ogen had wordt overschaduwd door veel kritiek van recensenten die het een kermis vinden waar diepgang ontbreekt. Telkens moet hij als leider uitleggen wat de bedoeling van het project is. Hij benadrukt dat de opzet geen pretenties heeft. Dat het project duidelijk wil maken dat de dood in onze westerse cultuur weggestopt wordt uit angst of om welke andere reden ook. Dat het niet de aandacht krijgt die het verdient. En diepgang is er wel degelijk. De critici schitteren in de theaterzaal door afwezigheid.

Na een week bel ik mijn moeder. Enthousiast vertel ik over mijn bijdrage voor de lijkenboetiek en het crematorium. Ze vraagt of er veel bezoekers komen. Lachend vertel ik op een dag uit een container bij een ziekenhuis opengeknipte armen en benen van gips te hebben getrokken. Decoratief neergezet in de boetiek omdat ze oplichten door het black light en zo voor de speciale sfeer zorgen.
‘Och, och, toe maar. Je hebt ook een crematorium?’ vroeg ze bezorgd.
‘Ja, dat was een hele constructie. Als een bezoeker durft, moet die op een plank liggen en glijdt door een speciaal gat in de muur de oven in. Binnen heb ik alle wanden rood geschilderd en informatie op de muur geplakt. Dat is na de sensatie te lezen. Je moet echt een keer komen kijken!’
Ze zwijgt.
‘Op het laatste moment, de dag voor de opening heb ik twee straalkachels gekocht om de beleving zo echt mogelijk te maken als je naar binnen glijdt. Een bandrecorder met het hard geluid van brandend vuur doet de rest. James vond het schitterend.’
Na een korte stilte zegt ze:
‘Wat een gedoe. Spelen met de dood. Lijkt op een poppenkast. Ik weet zeker dat ik me laat begraven.’

Een uur voor de afgesproken tijd nestel ik me in een stoel bij de ingang, naast de lijkkoets. Met een boek uit mijn boetiek, over het ritueel van cremeren in veel Aziatische landen. Uit de kist klinkt zacht onafgebroken een dodenmars.
Het is een frisse dag, een winterjack aantrekken was geen verkeerde actie geweest. Beide grote deuren staan wijd open en bladeren fladderen nu en dan naar binnen. Met moeite concentreer ik me op de tekst met illustraties voor mij. Telkens verplaatsen mijn ogen zich naar de lucht in de hoop dat het droog blijft. Regen kan zorgen voor afzien van het bezoek.
Plotseling zie ik haar over de brug komen aanlopen. Op de gracht is ze afgezet en later weer opgehaald door een kennis. Ik zwaai en zet de stoel aan de kant.
Ze leest de tekst boven de ingang:
Het leven is de buitenkant van de dood.
We begroeten elkaar.
‘Nu ga ik dus de binnenkant in, kan ik met bloemen eruit?
We lachen beide.
‘Oh, die muziek, die ken ik.’
We lopen door een korte galerij met grote schilderijen. Overbodig merk ik op:
‘Allemaal taferelen waarin de dood op een of andere manier voorkomt.’
Ze knikt zonder iets te zeggen. Onze wandeling gaat over het kerkhof waar oude deuren, naast elkaar, schuin oplopend zijn neergelegd. Ze stellen grafstenen voor met gedichten over de dood. Bij een ervan staat ze stil. Voordat ze haar bril kan pakken lees ik snel:
‘Hier ligt Poot, hij is dood.’
Ze glimlacht.
‘Dat zou jij verzonnen kunnen hebben.’
‘Ja, nee dit is een tekst van de dichter die hij tijdens zijn leven schreef voor zijn eigen graf’.
‘Dat snap ik’, ze loopt verder en zegt ineens, ‘drie mannen heb ik al overleefd, je zou er bijna iets van gaan denken.’
Wat bedoelt ze daarmee? Ik haal diep adem en zeg:
‘Waar ik nog steeds moeite mee heb is….. dat je niet op de begrafenis van mijn vader bent geweest.’
Ze geeft geen antwoord. Dit moet haar overvallen. Een onhandige start. De opmerking zorgt voor meer in plaats van minder afstand. Zwijgend lopen we verder, zij voorop. Vreemd, dit is mijn moeder. Iets van een band moet normaal zijn? Wat zou dat iets zijn, wat ik mis of misschien wel onbewust naar verlang?
‘Wat is dat daar?’ Ze wijst schuin omhoog.
‘Dat is de lijkenboetiek!’
‘O ja, daar vertelde jij over. Dat is jouw werk.’
Binnen geef ik haar een ketting met aan het uiteinde een kleine doodskop.
‘Als herinnering.’
Ze zwaait er kort mee en stopt hem in haar handtas.
‘Dank je wel. Leuk cadeau voor een van de kleinkinderen. Het is toch niet serieus de bedoeling dat ik hem omhang?’
‘Nee nee’, zeg ik snel met de handen in een overgave stand.
Even later wandelen we de zelfmoordruimte in, ooit de kleedkamer voor het personeel.
‘Dus hiermee hou jij je tegenwoordig bezig.’
‘Nou nee, dit is de kamer van de vriend wiens idee dit allemaal is.’
‘Die heeft zelfmoord gepleegd?’
‘Nee, nee, hij heeft deze ruimte ingericht.’
Ik leg uit dat zich in elke locker een suggestie voor zelfdoding bevind. Op de bovenste plank in miniatuur.
‘Moet ik in zo’n kast kijken?’
‘Nee, nou ja, het hoeft niet maar het is wel de bedoeling dat je als bezoeker zoiets doet.’
‘Om je op een idee te brengen?’
‘Nou, nee. Om te laten zien wat mogelijk is. Ik bedoel, wat in het leven gebeurt wanneer je het niet meer ziet zitten. Soort informatie.’ Het was toch beter geweest haar eerst een Dodenkrant te sturen waarin naast het dagelijks nieuws de bedoeling van het hele project staat. Een van de deuren trekt ze plotseling met moeite open.
‘Dat is een locomotief van Richard’s trein!’
Ik druk mij tegen haar aan om naar binnen te kijken. Direct doet ze een flinke stap opzij.
‘Geen idee waar die vandaan komt. Misschien een speelgoedtrein uit James zijn jeugd.’
De deur ernaast open ik. Een badkuipje is te zien zoals die altijd in een poppenhuis staat, een gebogen stang met douchekop erboven. Nu, denk ik, nu:
‘Herinner je je nog dat Richard in de keuken mijn hoofd onder de kraan drukte?’
‘Nee.’
Ik moet slikken na haar snelle reactie.
‘Ik wel, het was een maffia actie. Dacht dat ik stikte. Als ik een moorddadige inslag had schoot ik hem vandaag nog neer.’
‘Tja, Richard heeft sadistische trekjes.’
Ze draait zich weg van de kastenwand.
‘Ik bedank je voor nog meer suggesties. Is hier ook ergens iets te drinken?’
Zwijgend knik ik richting theehuis. Meer vragen komen op maar het lijkt alsof zij mij onzichtbaar dwingt mijn mond te houden. Kom op, moedig ik mezelf aan terwijl we het crematorium passeren.
‘Wat was mijn vader nou echt voor een man?’
De vraag laat ik zo licht mogelijk klinken. Voor haar komt die vanuit het niets. Goed voor een spontane reactie.
‘Hoe kom je daar ineens op?’
Ik haal mijn schouders op.
‘Er moet een reden zijn waarom je niet op mijn vaders begrafenis kwam.’
Ze stapt stevig door naar de theetuin die in zicht komt. Een medewerker tikt mij ineens op de schouder en fluistert dat mijn aanwezigheid in de theaterzaal gewenst is.
Ik excuseer mij en nodig haar met een breed gebaar uit in die als tuin ingerichte zaal plaats te nemen op een van de grote kussens op Perzische tapijten die de ruimte sieren.

Terug voor het theehuis zie ik dat zij van haar thee proeft. Eindelijk een keer ontspannen met haar praten. Zonder druk van buiten of vluchtmogelijkheden. Nu is zij mijn leven binnen gekomen.
Glimlachend bedenk ik dat het moeilijk voor haar zal zijn op te staan uit die grote kussens. Naast plof ik neer en kijk kort naar de plukken wolken die overal in de ruimte hangen en waar spots van diverse kanten in verschillende kleuren op gericht staan.
Zwijgend luisteren we naar de zachte oosterse gamelan muziek die geen begin en geen eind lijkt te hebben.
‘Lang geleden in het museum van Volkenkunde speelden ze deze muziek ook, het ging maar door, die spelers stopten nooit, ze zaten bij elkaar nogal wiebelend te pingelen. Ook drugs waarschijnlijk. Zij keken heel glazig uit hun ogen.’
‘Ja, de theetuin dwingt bezoekers bijna ongemerkt het project te ervaren als een vredige plaats om te ontspannen. Rusten, sterven, doodgaan, het hoort allemaal bij het leven.’
Het is alsof ik James uit mijn mond hoor praten.
‘Jij hebt aan deze ruimte ook meegewerkt?’, vraagt ze ineens zonder mij aan te kijken.
‘Alleen qua idee, met wat suggesties. Tijdens het inrichten van mijn lijkenboetiek en crematorium moest ik vaak aan mijn vader denken. Of eigenlijk kon ik dat niet omdat ik zo weinig over hem weet.’
Het duurt even voor ze haar mond open doet.
‘Je vader had aardige momenten. Ik heb hem nauwelijks gekend. Hij was meer bezig met zijn geloof.’
Ik kijk haar gretig aan maar ze vervolgt te vertellen over zichzelf op haar bekende manier. Onderbreken heeft geen zin. Het signaal is duidelijk. Informatiekanaal gesloten.
‘Ik heb de fout gemaakt nooit vrienden te maken in mijn leven.’
Verbaasd wil ik hierop ingaan maar ze vraagt snel:
‘Is dat crematorium on de buurt? Dat is van jou?’
‘Ja, ja, dat volgens afspraak, de opdracht eigenlijk.’
Enthousiast vertel ik over de plek die ik haar wil laten zien en denk: dat zal de poort openen voor het gesprek dat nog nooit heeft plaatsgevonden.

Ze ligt op de plank en doet haar ogen dicht. Ik schuif haar naar binnen en ren als een gek naar de achterzijde om haar op te vangen. De assistent geef ik een teken dat ik deze bezoeker overneem. Geamuseerd stapt ze van de plank af.
‘Wat een heerlijk warme plek voor de winter!’
De opgestoken hand om haar bij het opstaan te helpen wimpelt ze weg. Voor de folders aan de muur heeft ze geen belangstelling. Ook geen interesse voor het bezoek aan andere zalen. Ze zegt genoeg te hebben meegemaakt.
We lopen naast elkaar richting uitgang. Bij de lijkkoets zien we dat het regent.
‘Ze komen me hier ophalen is de afspraak.’
Ik wijs naar de lijkwagen en klim op de bok. Ze aarzelt. Dan verschijnt ze ineens aan de andere kant.
Ik schuif naar haar toe maar zij beweegt nauwelijks merkbaar opzij. We luisteren zwijgend naar de muziek, de dodenmars achter ons.
‘Gek, ik moet ineens denken aan de begrafenis van Richards vader. De man…
‘…..van wie jij onsterfelijk veel hield.’
Geruime tijd is het stil. Ik dacht aan de foto aan de muur in haar kamer. Waar ik altijd naar moet kijken terwijl ik dat niet wil.
‘Wat ik je al lang….….’
Mijn keel zit dicht. Kort kijk ik naar haar en zie dat ze grabbelt in haar tas. Ik slik een paar keer, neem een diepe ademhaling en hoor mezelf met een schor geluid zeggen:
‘Ik wil vragen…. was je blij dat ik geboren werd?’
‘Hoe kom je daar nu bij?’
Ze zit onbewogen maar kijkt mij niet aan.
‘Is het daarom dat je me nooit wilt aanraken?’
De laatste woorden zijn nauwelijks verstaanbaar. Een antwoord volgt niet.
Opnieuw zitten we zwijgend naast elkaar en staren naar buiten waar het onafgebroken regent.
Twee meisjes verschijnen op de brug. De paraplu’s klappen omhoog door de wind. Zodra het tweetal binnen is schudden ze zich droog. Daarna passeren ze giechelend de lijkenkoets. Mijn moeder wijst naar buiten en wil afstappen, kennelijk ziet ze haar transport aankomen. Ik spring naar beneden om haar aan de andere kant te helpen.
‘Dank je.’
Voor de uitgang staat ze stil, opent haar tas en haalt er een paraplu uit die ze probeert open te klappen.
‘Zal ik….’
‘Nee, niet nodig. Die brug kom ik alleen wel over.’
Ze knikt, de paraplu opent zich.
Ik haal diep adem en zeg zo gewoon mogelijk:
‘Het is wachten op jouw dood. Dan zal ik geen last meer hebben van, hoe zal ik dat zeggen….jouw invloed…’
Met een ruk draait ze haar hoofd naar mij toe.
‘Je denkt toch zeker niet dat die stopt met mijn dood?’
Daarna loopt ze de brug op. Ik blijf staan en kijk haar na.
‘Zelfs hier…’ mompel ik verbijsterd.
Het begint harder te regenen.

Joop Brussee

augustus 2018

[HOME]