LUCHT

gestuurd klimaathuwelijk

Het was december. In een bruin cafe wachtten we op bier, besteld door mijn collega. Ik keek recht vooruit: op de muur foto’s van enthousiaste mensen met gewonnen bekers.
‘Ik heb nog nooit een prijs gewonnen’, mompelde ik.
‘Je doet ook nergens aan mee’, de barkeeper glimlachte en zette twee glazen bier neer.
‘O nee? Dat ga ik dan voor je regelen, proost’, mijn buurman hield een glas op.
Geamuseerd keek ik hem aan en trok mijn wenkbrauwen op.
‘Eenvoudig jongen. Ik schakel een oom uit het bedrijfsleven in en vraag hem of hij een wedstrijd uitschrijft. Jij bent de enige inzender. Prijs voor jou. Als ik je daarmee gelukkig maak.….’
‘Wat moet ik daarvoor doen?’
‘Niks. Lucht! We kunnen samen iets bedenken, of jij alleen, maakt niet uit.’ ‘Hoor ik lucht, jullie gaan iets met klimaat doen?’, de barkeeper keek onze kant op.
‘Een prijs voor….…voor niks doen?’
‘Goed idee jongens! Vroeger gingen de dagelijkse praatjes over het weer maar sinds kort heet alles klimaat’, zei de barkeeper die in de richting van de deur keek.
Een koude windvlaag voelden we, veroorzaakt door nieuwe gasten.
’Ik kan een willekeurig radio programma uit de kast trekken…..’
Walter knikte.
‘Wacht eens even’, zei hij, ‘we krijgen makkelijk subsidie als we iets met klimaat doen.’
‘Dan zou ik geen moment twijfelen’, zei de barkeeper met een knipoog en liep weg naar de bezoekers.
Ik dacht bij mezelf: nee, het klimaat trekt me niet. We maken documentaires voor de radio over mensen. Ineens kreeg ik een stomp in mijn zij.
‘Wat dacht je van windenergie, dat wordt in ons land natuurlijk heel populair.’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Wacht eens even, jij hebt toch een broer die bij dat grote oliebedrijf werkt? Wedden dat ze daar gaan transformeren? Wat voor positie heeft hij?’
‘Ingenieur, hoewel…. tegenwoordig ..…’
‘Prachtig! Via hem komen we binnen.’
Walter stak zijn duim op naar de barkeeper.

In de woonkeuken bij Walter was het aangenaam warm. Rond zijn ogen zaten kringen.
‘Van gisteravond. Voorbereiding van het carnavalsfeest. Het zuiden, mijn roots.’
Met papieren en bloknoten voor ons begon ik te vertellen over mijn research. Over de rol van geld bij het klimaat. Over de grote hoeveelheid werkgelegenheid die eraan kwam. Walter knikte, subsidies voor het oprapen mits het woord klimaat op papier staat.
‘Maar een waarheid binnen de wetenschap bestaat niet. Er zijn altijd verschillende standpunten en invalshoeken. Discussies. Oppassen voor emoties die erin sluipen. Geloof jij in die verhalen over opwarming? Dat het onze schuld is?’
Ik knikte.
‘Jij niet?’
‘Waarom denk je dat de aarde opwarmt?’
‘Oh, nou….. omdat… dat is een gegeven, je hoort, je leest dat.…ik las dat de meeste wetenschappers het eens zijn. Iets van 97 %. Onderzoekers zeggen dat…’ Walter schudde zijn hoofd.
‘Misschien goed om in de gaten te houden dat historisch gezien een onderzoek meestal politiek gekleurd is. Ik kan je voorbeelden geven..…’
‘O.k. , ik weet dat je geschiedenis hebt gestudeerd, maar…’
‘Het vertrekpunt is belangrijk. Als journalist mag je nooit vergeten dat politici de wetenschap kunnen voorschrijven wat bewezen moet worden. Verkiezingsslogan of voor een nieuwe wet. Onderzoekers kunnen gedwongen worden met cijfers te komen….’
‘Maar dat kan toch niet zomaar…’
‘O nee? Ik weet zeker wanneer ik jou modellen laat zien met cijfers met een slim praatje dat je mij gelooft. Bij klimaat is dat heel eenvoudig. Dat bestrijkt zo’n gigantisch gebied.’
Ik trok mijn wenkbrauwen op. ‘Die 97%…..’
‘Overtuigend gebracht ja. Subsidie voor iedereen die zijn naam eronder zet!’
Een geel zwaailicht van buiten flitste een paar keer kort door de keuken. Dooi was voorspeld voor vandaag. Walter stond op en liep naar het raam. Ineens draaide hij zich om.
‘Heb jij die broer van je al gebeld?’
‘Nee, het lijkt me beter als jij dat doet. Ik blijf het liefst zo ver mogelijk van hem vandaan. Gezien mijn niet al te beste relatie met hem.’
Walter dacht kort na.
‘Je wilt hem niet bellen?’
‘Nee.’
‘Ik ben benieuwd welke onderzoekscijfers hij gebruikt. Tegenover opwarming staat afkoeling, een nieuwe ijstijd is bij voorbeeld ook voorspeld door weer andere wetenschappers.’
‘Die krijgen ook…. subsidie…..?’
Walter schudde nadrukkelijk zijn hoofd.
‘We kunnen samen gaan. Het interview doe ik, maak je geen zorgen.’

Een paar dagen later zat ik aan de grote vergadertafel in de directiekamer van mijn broer. Achter zijn bureau zat Richard verdiept in papieren. Walter stond voor een groot schilderij met krassen, lijnen en strepen. Hij kwam naast me zitten en fluisterde in mijn oor:
‘Een artistieke impressie van een windmolen.’
Een opkomende slappe lach moest ik onderukken. Mijn handen voelden klef aan. Een been trilde.
Richard stond op. Toen hij me zag zitten aarzelde hij een moment, kennelijk verrast. Walter en ik liepen hem tegemoet.
‘Broertje? Ja…. nee…!! … ik had jouw naam niet doorgekregen. Je werkt bij de omroep ja, als kritisch journalist.’
Een kort schaterlachje volgde. Daarna viel zijn gezicht terug in een basis grijns.
Ik stelde Walter aan hem voor.
‘Voor familie kan ik niets weigeren’, zei hij lachend, ‘maar wel kort graag.’
Hij knikte naar de bandrecorder op de vergadertafel. Walter wandelde weg.
‘Jullie willen weten waarom ik steeds meer bedrijven wil vestigen in derde wereld landen? Of dat wel verantwoord is. En dan tegen de luisteraars zeggen dat zoiets moreel niet kan.’
Ik keek hem verbaasd aan. Zijn joviale gedrag overviel mij. Op fluistertoon vervolgde hij:
‘Wie doet het interview?’
Ik knikte naar Walter die bij de bandrecorder aan de tafel stond.
’Wat willen jullie weten? Natuurlijk hoe de lobby van ons bedrijf werkt?’
‘Ik zag op de kaart in de hal dat jullie de hele wereld veroveren met molens?’
‘Dat heb je goed gezien. Op dit moment ligt het accent bij projecten in Afrika.’
‘Groot land.’
‘Ja, een gigantisch afzetgebied.’
Ik begon ook zachter te praten.
‘Die mensen daar willen natuurlijk net als wij, schone energie.’
‘Dat… vinden wij ja. Soms zin om mee te werken?’
Richard glimlachte en maakte een uitnodigend gebaar richting schilderij.
‘Hebben die mensen het geld daarvoor?’
‘Nee’, zijn blik ging kort naar Walter, ’stelt hij straks dit soort vragen?’
‘Geen idee’, zei ik kalm.
Walter kwam aanlopen met de recorder over zijn schouder.
‘Zet dat apparaat maar aan’, de directeur schraapte zijn keel.
Ik deed een stap naar achteren.
‘Hoe kan het plotseling zo voortvarend gaan met de Hollandse windmolens?’
‘Vraag dat de milieubeweging of een actiegroep. Wij reageren op de vraag in de markt.’
‘Krijgt het bedrijf nog steeds subsidie?’
‘Goeie vraag, dat kregen we, ja. Hoe dat op het ogenblik is, dat zou ik moeten navragen.’
Hij lijkt wel een politicus, dacht ik.

In de kantine van Walters omroep ging mijn winterjas uit en ik hing hem over een stoel. Walter informeerde naar mijn onderzoek. Ik vertelde over een verrassend telefoontje met een collega in Engeland.
‘Ze werken aan een documentaire over het klimaat. Wordt iets met swindle in de titel.’ *)
‘Zwendel, inderdaad, een goed woord. Geheel in lijn met mijn onderzoek.’
Verbaasd trok ik mijn wenkbrauwen op.
Naast onze tafel stopte een collega van Walter, een verslaggever die zei het woord klimaat opgevangen te hebben. Ik las in Walters ogen dat we geen informatie moesten geven.
‘We spraken zojuist over schoonheid, hoe mooi die palen zijn ontworpen’, zei ik snel.
De man liep meteen door. Walter glimlachte, boog zich voorover en zei op fluistertoon:
‘Het is beter op een andere locatie verder te praten waar niemand ons kan horen.’
Ik dacht na. Het sneeuwt nu, wist ik iets in de buurt? Plotseling kreeg ik een idee.
‘Wat denk je van een tuinhuis aan de Vecht?’
‘Dat klinkt perfect.’
‘Bij ouders van een vriend van mij. Ik kan hem bellen.’
‘Nu!’ zei Walter.
Gezien zijn haast begreep ik dat hij belangrijk nieuws had.


Freek, Walter en ik liepen over een tegelpad midden in een groot grasveld op weg naar een zeshoekig huisje van hout en glas. Door de sneeuw waren de tegels moeilijk te zien.
‘Direct na toestemming van mijn ouders heb ik voor de verwarming gezorgd. Gelukkig vriest het niet, geen schaatsers dus. Jullie hebben een geheime bespreking heb ik gezegd.’
Hij beloofde later met bier terug te komen.
‘Volgens mij geloven zijn ouders volledig in de klimaat opwarming’, zei ik.
Walter keek vluchtig mijn aantekeningen door.
‘Jij ook, hardnekkig geloven dat vermindering van Co2 helpt’, hij richtte zich op, ‘en natuurlijk dat het onze schuld is!’, hij schudde zijn hoofd.
‘Ja……..dat blijft jou verbazen?’
Walter knikte.
‘Zwendel…..’
‘Dat Co2 verhaal stamt uit 1896 toen een zekere Arrhenius, een Zweedse chemicus daarover iets gezegd heeft. Later is dat verhaal uit het stof gehaald. Herinner je je Thatcher?’
‘Je bedoelt Margaret, jazeker. Zeventiger jaren dacht ik. Iets met haar?’
‘Zij zat toen op rechts zoals je je dan herinnert. Een tijd van linkse demonstraties voor zonne-energie, ik nam daar toen ook aan deel.’
‘Oh ja?, jij in demonstraties…?’
‘Die Iron Lady moest uit een economisch dal komen door de olie crisis en mijnstakingen in haar land. Dat lukte haar met propaganda voor schone energie. Kort gezegd, vanaf dat moment vielen rechts en links in elkaars armen! De start van een klimaathandel, een trein die al flink op gang komt.’
‘He? Wacht even, mijn broer zei ook iets over de milieubeweging.’
‘Precies. Een perfecte eenheid! Links samen met rechts. Kun je iets sterkers bedenken?’
Ik kneep mijn ogen bijna dicht, deed mijn best mij dit huwelijk voor te stellen. Links kan bij rechts geld komen en rechts gaat gebruikmaken van linkse wereld netwerken!
‘Dat zal niet ongemerkt voorbij zijn gegaan?’, zei ik, ‘collega journalisten zeg maar…..’
‘Dat zou je zeggen. Maar waarom herinneren jij en ik ons dat niet? ‘
Ik schudde mijn hoofd.
‘Waarom? Denk na.
‘Nou ja,……. oh, wacht even ….’
Walter bevestigde mijn stijgend vermoeden.
‘De Berlijnse muur ging eraan. Weg vijand. De hele pers ging op zoek naar iets dat gegarandeerd in het nieuws zou blijven. En ja, klimaat kwam goed uit.’
‘Ze zochten….’ Het was mijn beurt om te knikken.
‘Ja, iets anders. Werk voor de toekomst. Zekerheid, dus ordinair geld verdienen.’
‘Bewust?’
‘Dat weet ik niet. Wel dat zonder enig probleem de reguliere media in die trein sprong.’
‘Dezelfde richting…dus…. een propaganda trein? Nee…’ Door het raam zagen we Freek komen aanlopen met een ijsbox. Binnen haalde hij daar twee flesjes bier uit en excuseerde zich dat het alcohol vrij was.
‘Vorderen jullie?’
Walter zei snel:
‘Ik zag zonnepanelen op het dak van het huis. Weten jouw ouders dat zo’n paneel geen lang leven heeft en de afbraak, zeg na zo’n tien jaar meer problemen geeft dan kernafval?’
Mijn vriend keek hem met grote ogen aan.
‘O nee, als ik daarover begin kunnen jullie meteen weer vertrekken.’
We lachten alle drie.
‘We hebben het over de relatie geld en klimaat.’
‘O, nou zolang wij de zon en de zee niet hoeven te betalen, geen probleem.’
Hij beloofde ons niet meer te storen. Walter vervolgde:
‘Journalisten begonnen keurig uit te voeren wat hun opgedragen werd: beelden van smeltend ijs, arme ijsberen, cijfers over zeeniveau, hittegolven en ga zo maar door’, hij schudde zijn hoofd, ‘iedereen bang maken, dag in dag uit. Herhalen, herhalen.’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Die 97%, gaat jouw hoofd niet meer uit. En mocht dat toch gebeuren dan word je gek verklaard. Dan geloof je in sprookjes, fake nieuws. Oppakken die slechterik!’
‘Herhalen, ja …. dat werkt zo, dat weet ik. Dan ga je er op een gegeven moment in geloven.’
‘Vergeet niet: alle media tegelijk. We zitten volgens mij pas in de aanloop.’
We zwegen en dronken. Buiten sneeuwde het iets harder. Walter keek naar mij.
‘Jij wordt direct bang als je ook maar iets van smeltend ijs ziet, wedden?’ ‘Dagelijkse voeding met cijfers. Ja, zoiets geldt voor elk groot onderwerp.’
Walter knikte. Zijn hoofd leek wat meer rood.
‘Vergeet de talkshows niet! Mensen praten alsof het gevaar er morgen al is. Herinner jij je wanneer dat geloof over Co2 en onze schuld bij jou is begonnen?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Wij mensen produceren zo weinig Co2. Dat is te verwaarlozen. De zee levert en reguleert. In de natuur is Co2 ook nodig. Dus: Co2 is niet het probleem.’
‘Maar het warmt toch op?’, wierp ik nog op.
‘Zie je wat er gebeurt? Hoe die conditie bij jou werkt? Ach man, verwaarloosbaar. Klimaat verandert altijd. Golft in miljarden jaren. Waar praten we over. Aanpassingen doet de natuur voor ons. Denk na. Het is zinnig ons te verdiepen in milieuvervuiling, de dingen waaraan we zelf iets kunnen veranderen zoals die plastic soep.’
Ik zuchtte. Walter klonk overtuigend. Hij stond op.
‘Een mens sterker dan de zon en de zee? Gebruik je verstand. Een belang zit achter.’ ‘Geld?’ Walter haalde zijn schouders op. ‘Neem die zogenaamde weer deskundigen. Die domineren in praatjes over het grote klimaat. Zelfs die computermodellen van die mensen spreken elkaar voortdurend tegen. Hoezo voorspellen?’
Al die wetenschappers in de wereld omgekocht? Die peperdure klimaatconferenties? Zwendel? Zou het niet beter zijn te wachten op die Engelse film? Walter zag mij nadenken. En zei:
‘Ik krijg dorst’, hij haalde nieuwe flesjes uit de koelbox.
‘Het eerste wat we moeten doen is een voorstel indienen voor onze documentaire. Laat dat voorlopig aan mij over. Dat druk ik er zo snel mogelijk door bij mijn chef.’
We proostten voor hij me de kans gaf nog iets te zeggen.

Het regende. Voor de deur van mijn huis klapte ik mijn paraplu in, schudde hem snel uit en glipte naar binnen. Mijn geloof was verdwenen. Na al die informatie van Walter was ik na gaan denken. Als programmamakers is het onze plicht tegengas te geven. Anders doen we mee de bevolking te belazeren. Vragen stellen. Zorgen dat discussies blijven. De twijfel koesteren.
Binnen liep ik direct naar de computer. Een mail van Walter.
Een dag om te huilen, een dag om te lachen.
Huilen
, omdat mijn chef in de lach schoot. Dacht aan een vroege 1 april grap toen ik over ons klimaatplan begon. Iedereen is toch tegen opwarming en voor het klimaat, voor de Co2 controle op uitstoot? Waar heb je het over? Hij begreep er niets van. Mijn verhaal de prullenbak in. Vergeet het. Ja, je leest het goed. Vloek maar. We praten later verder. Hij zit al stevig in die trein. Dom, kon ik weten.
In de haast zijn we vergeten grondig na te denken over de presentatie, hoe het te verkopen.
Lachen. Vanavond ga ik carnaval vieren zoals je weet. Kom ook naar ons cafe, zal je goed doen. Deze droeve tijding verdrinken. Heb je net als ik hard nodig. De zwendel tijdelijk wegspoelen.
Zie je.

In het cafe drong ik me tussen mensen door naar het restaurant dat vandaag dienstdeed als carnavalszaal. Op een klein toneel speelde een orkestje. Na een paar slokken bier wurmde ik me met het glas boven het hoofd naar het podium.
Walter, uitgedost in prinselijke kleren en met een staf in de hand zwaaide en zong. Ineens zag hij mij naderen tussen de feestvierders. Hij wenkte.
Op het podium stak ik onhandig de armen omhoog en zwaaide geforceerd mee. Walter’s staf ging recht de lucht in en de muziek stopte abrupt.
‘Vanavond kolderige keuters hebben we in ons midden een kritische kneuterknol.’
Na een armzwaai van Walter volgde weer een alaaf.
‘Deze woedende windblazer naast mij is een woeste westerling die winderig wieken van de windmolens ziet waaien.’
Er werd gelachen en van alles geroepen.
Walter haalde uit zijn zak een lint waaraan een groot lichtblauw rozet met in het midden in grote letters het woord: PRIJS. Hij hing het geheel om mijn hals en sprak:
‘Hiermee verklaar ik deze kotsende kneuter des kneuterlands, tot een rebelse rekel die tegen de stroom van stommelingen in durft te stemmen, in het wolkeloze wereldrijk van de windprijzen. Tot in ellendige eeuwigheid, amen.’
Ik kreeg de slappe lach, terwijl ik de rozet trots naar alle kanten ophield.
Er klonk drie keer alaaf, waarna een nieuw lied werd ingezet en het feesten op de oude manier verder ging.

Joop Brussee

maart 2019

Suggestie:

*) De film: The Great Global Warming Swindle

[HOME

]