WINDEI

Het was december. In een bruin cafe wachtten we op bier, besteld door mijn collega die naast mij zat. Mijn blik dwaalde over een paar foto’s recht voor mij waarop mensen bekers hielden.
‘Ik heb nog nooit een prijs gewonnen’, mompelde ik.
‘Je doet ook nergens aan mee’, de barkeeper glimlachte en zette twee glazen bier neer.
‘O nee? Dat ga ik dan voor je regelen, proost’, zei Walter en hief glimlachend zijn glas op.
Verbaasd fronste ik mijn wenkbrauwen.
‘Ik vraag aan een oom van mij uit het bedrijfsleven of hij een wedstrijd uitschrijft. Jij bent de enige inzender. Prijs voor jou. Als ik je daarmee gelukkig kan maken.….’
‘Wat moet ik daarvoor doen?’
‘Niks! We bedenken wel iets.’
Plotseling voelden we een koude windvlaag. Nieuwe gasten kwamen die het cafe binnen.
’Als ik je goed begrijp kunnen we een willekeurig radio programma van ons uit het archief halen…..’
Walter knikte.
‘Of ons nieuwe programma daarvoor gebruiken.’
‘Goed idee’, zei de barkeeper, ‘iedereen haalt die woorden weer en klimaat door elkaar tegenwoordig. Krijgen jullie ook nog subsidie.’

In de woonkeuken bij Walter was het aangenaam warm. Rond zijn ogen zaten kringen.
‘Van gisteravond. Voorbereiding voor het carnavalsfeest.’
Met papieren en bloknoten voor ons begon ik te vertellen over mijn research. Over het geld in de klimaatindustrie. Over stijgende werkgelegenheid. Walter knikte. Volgens hem lagen subsidies voor het oprapen mits ergens het woord klimaat te lezen was.
‘Weet je, er klopt iets niet. Binnen de wetenschap bestaat er nooit eensgezindheid. Er zijn altijd verschillende standpunten, diverse invalshoeken. Discussies. Altijd. Geloof jij in al die verhalen over opwarming? Dat het onze schuld is?’
Ik knikte.
‘Jij niet?’
‘Na mijn inlezen’, hij aarzelde, ‘waarom denk je dat de aarde opwarmt?’
‘Oh, nou….. omdat… dat is een gegeven, je hoort… je leest .…ik las dat de meeste deskundigen het eens zijn. Iets van 97%. Onderzoekers zeggen dat…’
‘Misschien jou niet bekend maar historisch gezien is een wetenschappelijk onderzoek in de meeste gevallen politiek gekleurd. Ik kan je voorbeelden geven..…’
‘O.k. , ik weet dat je geschiedenis hebt gestudeerd, maar…’
‘Wij zijn programmamakers, geen kritische journalisten.
‘Zo is dat. Die jongens houden de uitkomsten van onderzoeken in de gaten.’
‘Precies. Maar nu komt het: ik weet zeker wanneer ik jou modellen laat zien met cijfers en een slim praatje erbij hou dat je mij gelooft.’
Ik trok vragend mijn wenkbrauwen op.
‘Bij klimaat is dat zelfs heel eenvoudig. Zo’n gigantisch terrein, zo veel onderzoeken. Er is altijd wel een model of statistiek te vinden wat jou uitkomt.’
Een geel zwaailicht van de straat flitste een paar keer kort door de keuken. Dooi was voorspeld.

Walter stond op en liep naar het raam. Ik vroeg me af waar hij heen wilde. Zou het zo eenvoudig zijn: wie het meeste subsidie krijgt die wint. Rugdekking door de overheid. Met een ruk draaide hij zich om.
‘Jij hebt toch een broer die voor een energiebedrijf werkt?’
‘Ja, maar ik blijf het liefst zo ver mogelijk van hem vandaan.’
‘Ik ben benieuwd welke onderzoekscijfers hij gebruikt. Tegenover opwarming staat afkoeling, een nieuwe ijstijd is voorspeld door weer andere wetenschappers.’
‘Die krijgen ook subsidie?’
Walter grijnsde.
‘Wat denk je? Laten we samen naar die broer van jou gaan. Het interview doe ik, maak je geen zorgen.’

Een paar dagen later zat ik aan de grote vergadertafel in de directiekamer van mijn broer. Achter zijn bureau zat hij verdiept in papieren. Walter stond voor een groot schilderij met krassen, lijnen en strepen. Hij kwam naast me zitten, fluisterde in mijn oor:
‘Een artistieke impressie van een windmolen.’
Met moeite onderdrukte ik een slappe lach.
Richard stond ineens op en was verrast mij te zien. Walter en ik liepen hem tegemoet.
‘Broertje? Ja…. nee…!! … ik had jouw naam niet doorgekregen. Je werkt natuurlijk bij de radio ja.’
Een kort schaterlachje volgde. Daarna viel zijn gezicht terug in een basis grijns.
Ik stelde Walter aan hem voor.
‘Voor familie kan ik niets weigeren’, zei hij lachend, ‘maar, wel kort. Wie doet het interview?’
Ik knikte richting Walter.
‘Ik zag op de kaart in de hal dat jullie de hele wereld aan het veroveren zijn met die molens?’
‘Dat heb je goed gezien. Op dit moment ligt het accent bij projecten in Afrika, een gigantisch afzetgebied.’
‘Die mensen willen natuurlijk net als wij, schone energie.’
‘Dat… vinden wij ja. Soms zin om ook mee te werken?’
Hij glimlachte en ik schudde het hoofd.
‘Zet dat apparaat maar aan’, zei mijn broer en schraapte zijn keel.
Ik deed een stap naar achteren Walter hield de microfoon op.
‘Hoe kan het plotseling zo voortvarend gaan met de Hollandse windmolens?’
‘Vraag zoiets de milieubeweging of een actiegroep. Als bedrijf reageren wij op de vraag in de markt. Zo werkt dat.’
‘Nog steeds met subsidie?’
‘Goeie vraag, dat kregen we, ja. Hoe dat op het ogenblik is…zou ik moeten navragen.’

In de kantine van Walters omroep deed ik mijn winterjas uit. Hij wachtte op mij met de kop thee voor zich en zei direct:
‘Ik heb op youtube een Engelse documentaire over het klimaat gezien. The great global warming swindle. Jongen, ik was verbijsterd.’
‘Zwendel? Dat klinkt behoorlijk heftig.’
Walter boog zich voorover en zei op fluistertoon:
‘Het is beter op een andere locatie verder te praten waar niemand ons kan horen.’
Ik was verrast en dacht razendsnel na. Hij moest belangrijke informatie hebben. Door het raam zag ik het sneeuwen.
‘Wat denk je van een tuinhuis aan de Vecht, bij een vriend?’


Walter en ik liepen achter Freek over een tegelpad midden in een groot wit grasveld, op weg naar een zeshoekig huisje van hout en glas.
‘Direct na toestemming van mijn ouders heb ik voor verwarming gezorgd. Gelukkig vriest het niet, jullie zullen dus geen last hebben van schaatsers.’
Hij beloofde later terug te komen met bier.
‘Zouden Freeks ouders in de klimaat opwarming geloven?’, vroeg ik me hardop af.
Walter keek vluchtig mijn aantekeningen door.
‘Ja, net als jij. Hardnekkig geloven dat vermindering van Co2 helpt’, hij richtte zich op, ‘en daarbij ook, dat het onze schuld is, onze schuld!!’, hij schudde zijn hoofd.
‘Jij weet meer. Vertel. Zwendel.’
‘Dat Co2 verhaal stamt uit 1896 toen een zekere Arhenius, een Zweedse chemicus daarover iets heeft gezegd. Later zijn uitspraken van die man uit het stof gehaald. Herinner je je Thatcher nog?’
‘Je bedoelt de Iron Lady uit de zeventiger jaren. Hoezo?’
‘Zij zat op rechts, moest het land uit een economisch dal halen. Dat lukte met linkse propaganda voor schone energie. Kort gezegd, vanaf dat moment vielen rechts en links in elkaars armen! Het startschot voor een lucratieve klimaathandel.’
‘Wacht even wacht. Mijn broer zei ook iets over de milieubeweging?’
‘Precies. Een ongelooflijk sterk blok! Links samen met rechts. Laat dat even goed tot je doordringen wat zoiets voor de toekomst betekent!’
Ik kneep mijn ogen bijna dicht en deed mijn best dit samengaan in te passen bij de hoeveelheid informatie die ik verzameld had. Geldstromen steeds moeilijker te traceren. Links met geld van rechts en rechts omgekeerd maakt gebruik van de door links jarenlang opgebouwde netwerken in de wereld.
‘Dat kan niet ongemerkt voorbij zijn gegaan?’, sprak ik luchtig, ‘kritische journalisten ………’
‘Ja, dat zou je zeggen. Maar waarom herinneren wij ons dat niet?‘
Walter bevestigde wat ik vermoedde, dat er met journalisten iets aan de hand was.
‘De Berlijnse muur ging eraan. Weg vijand. De media zochten iets dat gegarandeerd in het nieuws zou blijven. En ja, klimaat, zo’n groot gebied, genoeg nieuws…. dat kwam goed uit.’
‘Ze zochten….’
‘Iets anders. Ordinair geld verdienen, baantje houden.’
‘Zelfde richting, een propaganda instrument van de overheid? Nee ……!’

Door het raam zagen we Freek met een ijsbox. Binnen haalde hij twee flesjes bier tevoorschijn en excuseerde zich dat het alcohol vrij was.
‘Vorderen jullie?’
Walter zei snel:
‘Ik zag zonnepanelen op het dak van het huis. Weten jouw ouders dat zo’n paneel geen lang leven heeft en de afbraak, zeg na zo’n tien jaar meer problemen geeft dan kernafval?’
Mijn vriend keek hem met grote ogen aan.
‘Slechter dan een windmolen? O nee, als ik daarover begin kunnen jullie meteen weer vertrekken.’
We schoten alle drie in de lach.
‘We hebben het over de relatie geld en klimaat.’
‘Nou, zolang wij de zon en de zee niet hoeven te betalen, geen probleem.’
Hij beloofde ons niet meer te storen. Walter vervolgde:
‘Op tv kwamen beelden van smeltend ijs, zogenaamde zielige ijsberen, gemanipuleerde cijfers over zeeniveau, telkens modellen met meer hittegolven, morgen droog je uit hoor!’, hij schudde zijn hoofd, ‘iedereen bang maken met cijfers, foto’s en films uit het archief, dag in dag uit. Door herhaling gaat die 97% jouw hoofd nooit meer uit. Twijfel? Je bent gek.’
‘Herhalen, ja …op een gegeven moment geloof je in elke leugen, zo werkt dat. Zoals in de oorlogstijd.’
‘Vergeet niet: alle media tegelijk in een propaganda module.’
We zwegen en dronken, keken naar buiten. Het was wat harder gaan sneeuwen.


‘Mensen praten in talkshows alsof er morgen gevaar is. Herinner jij je nog wanneer dat gedoe over Co2 en onze schuld zich bij jou in je hoofd heeft genesteld?’
Ik schudde mijn hoofd, haalde de schouders op.
‘Klimaat verandert altijd en altijd en altijd. Het is ingewikkeld. Moeten we nog zoveel over leren. Duidelijk is wel dat de zee een belangrijke rol speelt, en naast de zon de wolken. Waar praten we over. Zinniger is het ons te verdiepen in milieuvervuiling, gif spuiten, dingen waar we echt zelf iets aan kunnen doen.’
Ik slaakte een zucht. Walter stond op en begon rond te lopen.
‘Marketing. Volgens mij worden we belazerd. In een slim plan getrokken dat onder onze ogen in mist wordt uitgevoerd.’
Ik kon het nauwelijks geloven: al die peperdure klimaatconferenties wereldwijd? Zwendel? De ongrijpbare weg van het geld had daar iets mee te maken? Walter zag mij nadenken.
‘Ik krijg dorst’, hij haalde nieuwe flesjes uit de koelbox.
‘Die broer van jou zit financieel gebakken. Ik dien zo snel mogelijk een voorstel voor een programma in. Misschien kunnen we nog iets doen, voordat alle mensen blind achter een verdienmodel aanlopen en het te laat is. Dat programma gaat bijzonder worden, meer dan een prijs voor jou. Een eye opener, wedden?’
We proostten.

Het regende. Voor de deur van mijn huis klapte ik mijn paraplu in, schudde hem snel uit en glipte naar binnen. Walter had mij overtuigd. Kritische vragen waren nodig. Alle onderzoeken op tafel. Twijfelen in plaats van alle propaganda geloven. Feiten in plaats van emoties. Gezonde kritische journalistiek terug.
Binnen liep ik naar de computer, las de laatste mail van Walter:
Mijn chef schoot in de lach. Dacht aan een grap toen ik over ons klimaatprogramma begon. Iedereen is tegen opwarming en voor het klimaat, voor de Co2 controle op uitstoot! Waar heb je het over? Hij begreep er niets van. Mijn verhaal verdween direct in de prullenbak. Te haastig waren we. Eigenlijk al te laat.
Zie je in het cafe straks. Kom deze droeve tijding verdrinken. De zwendel wegspoelen zeg maar.

De barkeeper drukte mij in het stampvolle cafe een pils in de hand. Op een klein toneel in het restaurant speelde een orkest. Na een paar slokken bier wurmde ik me met het glas boven het hoofd naar het podium.
Walter in een prinselijke caravalskostuum zwaaide met een staf in de hand en zong uitbundig. Hij zag mij naderen en wenkte.
Op het podium stak ik onhandig de armen omhoog en zwaaide mee. Walters staf ging recht de lucht in en de muziek stopte abrupt.
‘Vanavond kolderige keuters hebben we in ons midden een kritische kneuter knol, een woeste westerling die winderig wieken van de windmolens zag waaien.’
Er werd gelachen en van alles geroepen. Walter haalde uit zijn zak een lint waaraan een groot lichtblauw rozet zat met in het midden in grote letters het woord: PRIJS.
‘Een windprijs in het wolkeloze wereldrijk verdient hij! Tot in ellendige eeuwigheid, amen……,’ terwijl gejuich klonk vroeg hij, ‘durf jij, rebelse rekel alle schuld van Co2 op je te nemen en ons te beloven voortaan alle valse luchtballonnen direct door te prikken en ons daarmee voor altijd van schuld te schonen? Rebel!!!???’
‘Jawel!’, brulde ik waarna Walter de rozet met een groots gebaar om mijn nek hing. Geschreeuw en geklap klonk van alle kanten.
Na drie keer alaaf, werd een nieuw lied ingezet en het feesten ging verder alsof er niets gebeurd was.

Joop Brussee

maart 2019

OVERZICHT