WEERZIEN

onzichtbaar in het licht van de studio

Op de provinciale weg van Amsterdam naar Hilversum is het niet druk na de ochtendspits. Het nieuwsbericht over de fraude bij een waterbouwkundig bedrijf heeft zich in mijn hoofd genesteld. Niemand van mijn collega’s weet dat mijn broer daar werkt. We hebben verschillende achternamen en na de dood van mijn moeder geen enkel contact meer. Ongetwijfeld zal deze zaak een van de onderwerpen zijn vanavond in ons nieuwsprogramma. De gaspedaal is moeilijk onder controle te houden.
Net op tijd loop ik de redactieruimte binnen voor de ochtendvergadering. Op het lijstje staan een paar onderwerpen. Zoals ik verwacht had geeft de eindredacteur aan dat wij niet om die fraude heen kunnen. Hij benadrukt dat we de affaire op een beschaafde manier zullen behandelen. Geen onnodige olie op het vuur gooien, zoals hij dat verwoordt.
Een collega zal met het bedrijf contact opnemen en vragen of een woordvoerder in de studio kan komen voor een verklaring. Dit gesprek zal voorafgegaan worden door een korte film met historische beelden en een opsomming van feiten.
Achter mijn bureau denk ik na over de woorden van de chef. Het klonk nogal als een gecontroleerd kritisch opstelling. Zou hij vriendjes hebben in dat bedrijf? Aandelen? Opdract vanuit de politiek? Mensen die beschermd moeten worden? Nederland is een dorp: je komt elkaar al snel overal tegen.
Deze fraude kan hij willen gebruiken als een testcase. Hoe in de toekomst met dit soort gevoelige affaires om te gaan. De aan het licht gekomen corruptie klein houden, lokaal inkapselen. Zorgen dat de kijker deze zaak snel vergeet. Het bedrijf niet onnodig zwart maken. Het vragenlijstje van hem kan ik me nu al voorstellen.
Gelukkig is het onwaarschijnlijk dat mijn broer in de studio komt. Het zou interessant zijn om uit te zoeken of de eindredacteur connecties heeft met het bedrijf, maar daarvoor ontbreekt de tijd. Daarbij: de gedachte is onzin. Niet overal wat achter te zoeken.
Met een zucht draai ik me half om en zie dat alle collega’s inmiddels achter hun beeldschermen zitten. De meesten zijn getrouwd, hebben kinderen, een huis met een hoge hypotheek. Die stemmen tegenwoordig makkelijk in met wat de eindredacteur wil. Terwijl dat gedrag helemaal niet past bij een echte journalist. Die behoort kritische vragen te stellen. Zouden ze bang zijn voor toekomstig ontslag? Als presentator ben ik de enige die regelmatig kritisch durft te zijn. Behalve dan vanochtend.
De regisseur van ons programma staat ineens naast mijn bureau. De man begint een verhaal over de nieuwste techniek met geavanceerde automatische camera’s in de studio. Ik luister half, ben niet geïnteresseerd.

Om twaalf uur loop ik naar een restaurant voor een lunchafspraak. Het is mooi weer. Na een paar minuten verschijnt er een man naast mij die mee oploopt. Hij vraagt of hij iets mag vragen. Ik ben wel gewend aan opdringerig gedrag van onbekende mensen en onverwachte toenaderingen van wildvreemden die doen alsof ze mij al jaren kennen. Soms doe ik mijn mond open. Nu loop ik door zonder zelfs op te kijken.
‘Het is een schijnheilig boeltje in die televisiewereld van jullie.’
Geruime tijd hoor ik alleen vogels fluiten, het verkeer en het geluid van onze voetstappen. Waar wil deze man naartoe? Het beste is nergens aandacht aan te schenken, het praten houdt vanzelf wel een keer op.
‘Zogenaamd kritisch. In werkelijkheid sluiten jullie met iedereen deals als het zo uitkomt. Geld. Mooie baantjes in het vooruitzicht.’
Ik denk aan een interview kort geleden met een politicus die vertelde door een collega journalist gecoacht te worden. Zou hij dat bedoelen? Uit mijn ooghoek zie ik hem voortdurend mijn kant op kijken.
‘Vooraf samen eten en drinken in restaurants. Met elkaar alles bespreken en vooraf regelen: ambtenaren, deskundigen, directeuren, ach…. noem maar op. We worden als kijker voortdurend belazerd. Maar zo langzamerhand doorzie ik al die smerige spelletjes.’
Ik moet glimlachen. De man merkt dat op en knikt. Opeens is hij verdwenen. Mijn reactie zal hij waarschijnlijk als een bevestiging van zijn verhaal opvatten.

De montage nog niet is aflopen. Op een geschikt moment stoor ik de redacteur en vraag of het al bekend is wie vanavond als gast in de studio komt. Voordat hij antwoord kan geven gaat de telefoon. Het is voor mij. De receptioniste vertelt dat een man aan de balie staat die mij wil spreken.
‘Chris?’ Er gaat geen lampje branden. Plotseling vermoed ik wie dat is.
‘Ik kom eraan!’
Om de hoek van de deur herhaal ik de vraag aan de redacteur over de gast in de studio. Hij schudt zijn hoofd. Chris, zou dit de boezemvriend van Richard zijn? De laatste keer dat ik hem zag was op de begrafenis van mijn moeder. Ze deed altijd overdreven aardig tegen hem. Iedereen moest horen dat Richard zo’n fantastische vriend had die voor hem door het vuur ging. Terloops keek ze dan met een schuine blik in mijn richting.
Steeds sneller loop ik richting receptie. Dit kan geen toeval zijn. Mijn vermoeden wordt in de hal bevestigd. Samen lopen we naar buiten. Mijn hart klopt sneller. Ons gesprek gaat niemand wat aan. Mijn auto is de meest veilige plek.
Snikheet is het binnen. De airco brengt verkoeling.
‘Je zult wel verbaasd zijn na zo’n lange tijd. En zo onverwacht.’
Zijn manier van kijken doen mij kort denken aan een lid van een sekte die op het punt staat een slachtoffer in te lijven via een ingestudeerde manipulatie.
‘Fijn dat je meteen tijd hebt, want het is zo vlak voor een uitzending natuurlijk druk bij jullie. Aan jou, de presentator van de nieuwsshow vanavond wil ik iets vragen’, klinkt het slijmerige stemgeluid.
‘Ga je gang.’
Dit is een eigen initiatief. Geen opdracht. Als presentator beschik je vanzelfsprekend over veel netwerken binnen de omroep.’
‘Ja, hoezo?’
Hij begint te vertellen over een moeilijke periode in het leven van zijn vriend die momenteel nogal wat problemen met zijn kinderen heeft.
‘Je vraag Chris…..!’
‘Wil je vanavond daarmee rekening houden?!’
Mijn hart begint nog sneller te kloppen. Rekening houden? Waar heeft hij het over?
‘Het verwoest zijn leven wanneer hij vanavond niet goed uit dat interview komt…’
Ik kijk naar buiten en haal diep adem. Hoe komt hij erbij dat Richard in de studio zit? Ineens dringt het doel van zijn komst tot mij door. Mijn broer overweegt te komen. Graag zelfs. Een mooi verhaal vertellen, controle houden over het interview met zijn jonge broer. Ontkend heb ik geen moment.
‘Onzin van mij om te komen, je weet net zo goed als ik dat hij als zoveel oudere broer altijd wint. Wees verstandig, denk aan je toekomst.’
De laatste woorden klinken onder het uitstappen en direct daarna slaat hij het portier dicht, zonder een reactie af te wachten.
Als nagerecht een pot intimidatie. Met beide handen sla ik op het stuur en vloek. Buiten zie ik hem wegrijden. Zijn werk zit erop. Positief verslag uitbrengen aan de baas. Zou het bij dat bedrijf echt niet in orde zijn? Daarvoor hebben ze absolute controle nodig.
Ik stap snel uit, smijt de deur dicht en loop richting montageruimte.
Voor het inspreken van de tekst bij de film ga ik de spreekcel in. De doodse stilte dwingt rust af. De film verschijnt op de monitor. Mijn gedachten dwalen af. Is het mogelijk iets te bedenken waardoor emoties van vroeger absoluut niet de kop op steken? Het patroon op grote afstand blijft?
Na het inspreken van de film loop ik de montageruimte in. De redacteur neemt afscheid en de technicus zet de apparatuur uit. Deze man schakelt vanavond ook in de studio en denk aan wat de regisseur vertelde over de automatische camera’s. Plotseling krijg ik een idee.
‘Is het mogelijk met jou een afspraak te maken dat bij voorbeeld ergens in het midden van het interview niemand ziet wat op de desk gebeurt?’
De schakeltechnicus kijkt me verbaasd aan.
‘Hoezo?’
‘Laat ik het anders zeggen. Gewoon, zeg maar een minuut alleen maar close ups?’
‘Dat weet je, ik ben gewend die alleen te schakelen bij belangrijke vragen en antwoorden.’
‘Ja natuurlijk. Sorry nee, mijn vraag……natuurlijk.’
‘Vooraf kunnen we wel iets afspreken. Het beste is dat je zoiets eerst kortsluit met de eindredacteur.’
‘Ja ja, zeg ik snel en graai alle papieren bij elkaar.
Het idee is beter dan nadenken over briljante vragen of interessante kritische teksten. Zoiets levert weinig op. Richard moet afgeleid worden.
Terug op de redactie loop ik langs de eindredacteur en vraag of het inmiddels bekend is wie in de studio komt. Hij noemt zoals ik verwachtte de naam van mijn broer.
‘Oh, is hij nog niet gearresteerd voor die fraude?’
De man kijkt mij vragend aan.
‘Grapje. De film is klaar.’
Ik loop door naar mijn bureau. Achter het beeldscherm verzink ik in gepeins. Hoe zal dat gaan vanavond? Gelukkig weet niemand door onze achternamen dat we broers zijn.

Later op weg naar huis rijd ik opnieuw met veel te hoge snelheid. Ik wil zo vlug mogelijk terug zijn. Met alle collega’s eten we altijd voor een uitzending en het zou onnodig opvallen wanneer ik daar ontbreek.
Thuis pak ik een doos waarin zich alle foto’s uit het verleden bevinden. Ik zoek naar een speciale foto: beeldvullend het gezicht van Richard.

Een half uur voor de uitzending loop ik de kantine in om een glas thee te halen met de bedoeling dat mee te nemen naar de make-up. Richard zit al aan een tafeltje te wachten. We kijken elkaar een moment aan. Hij knikt en direct verschijnt het historisch lachje op zijn gezicht dat ik er vroeger zo graag vanaf wilde meppen.
Met thee en draaiboek stop ik bij zijn tafel.
‘We zien elkaar vanavond voor het eerst’, fluister ik.
‘Oh. Verstandig, ja ja.’
Het valt mij op dat we praktisch dezelfde kleur colbertjes aan hebben. Lichte zomertinten.
Op z’n minst zal hij een beetje nerveus moeten zijn voor de camera’s? Veronderstel dat hij bij een coaching geleerd heeft dat je in geval van zenuwen moet denken dat de ander tegenover je meer last daarvan heeft dan jij? Dat zoiets helpt?
Achter de spiegel in de make-up ruimte denk ik aan de afspraak met de editor. Hij deed niet moeilijk over het omzeilen van de eindredacteur. De regisseur komt plotseling gehaast de ruimte binnen lopen.
‘Trek iets donkers aan alsjeblieft, je contrasteert in beeld niet voldoende met je gast.’
Later, tegen het eind van de uitzending na een wissel van gasten aan de ovale tafel komt Richard schuin tegenover mij te zitten. Naast ons beide is alleen techniek met onbemande camera’s in de studio aanwezig.
Zwijgend kijken we naar de beelden op de monitor. Daarna stel ik vragen zoals opgegeven door de eindredacteur. De antwoorden van Richard rollen als vanzelf uit zijn mond. Vriendelijk blijf ik Richard voortdurend aankijken en knik beleefd.
Intussen kijk ik regelmatig naar de studioklok. Zodra de afgesproken tijd met de editor aanbreekt is het mijn beurt.
‘Voelt u zich schuldig?’
Richard aarzelt. Hij is duidelijk verrast.
Intussen haal ik zijn foto tevoorschijn, zorg dat hij die ziet en verscheur hem. Snippers vallen naast het draaiboek op de tafel. Ik herhaal de vraag:
‘Dus, schuldig?’
De snippers prop ik vervolgens in mijn linker vuist. Daarna vouw ik de handen samen en breng ze snel iets omhoog, wrijf en open ze. De handen leeg, de snippers verdwenen.
Geheel volgens verwachting glijdt Richard met kleine onderbrekingen om de vraag heen.
‘Schuldig!?……’
In mijn oor komt de dwingende instructie van de eindredacteur om mij aan de vragenlijst te houden.
‘Van fouten leren wij. Dat geldt voor iedereen. Zelfs voor u’, zegt Richard met een lach.
Het interview eindigt zoals als routine. De slotmuziek klinkt, de titels rollen over het studioshot waar we samen op een monitor naar kijken. Als ik iemand vertel wat ik zojuist buiten beeld heb gedaan zou het commentaar ongetwijfeld zijn gruwelijk of wat flauw. Maar niemand zal ooit weten dat deze afleiding een afrekening was.
De spots dimmen, het werklicht in de studio floept aan en ik schik de bladen van het draaiboek.
Zonder iets te zeggen staat Richard op, drukt zich dicht tegen mij aan en sist in mijn oor:
‘Kijk je zakken na. Je moet niet denken dat jij de enige bent die kan goochelen.’
Daarna loopt hij de eindredacteur tegemoet die inmiddels de studio is binnen gekomen. De twee geven elkaar de hand en verlaten al opgeruimd pratend de ruimte. Het is duidelijk dat niemand iets gezien heeft.
Ik volg het tweetal op afstand. De truc uit het verleden was hij niet vergeten maar waar hoezo zijn opmerking? Ik controleer de zakken zonder iets te vinden. Ach, het oude patroon. Big brother wilde nog steeds het laatste woord hebben.
Om beurten kijk ik in de twee camera’s en geef in beide een knipoog. De editor begrijpt dat ik hem bedank.

In de auto volgt de ontspanning. De verbazing in Richards ogen was precies zoals vroeger bij die goocheltruc in de tuin toen ik wraak probeerde te nemen op zijn sadisme. Opnieuw heb ik hem nu hersengymnastiek gegeven. Misschien heeft hij geen of weinig gevoel, hersens nog steeds in overvloed. Thuis pak ik de doos met foto’s van tafel, loop naar de keuken en kiep ik hem in een keer om in de vuilnisbak.
Het is een routine handeling om bij thuiskomst de zakken controleren. Een envelop komt uit een zijzak van het lichte colbert. Mijn naam staat erop in het handschrift van Richard. In een beweging scheur ik hem open. Een puzzlestuk!
Ik leg het op tafel, ga zitten en staar ernaar. ..niet de enige……waren zijn laatste woorden. Even later loop ik naar de keuken, open voor de tweede keer de vuilnisbak en houd het puzzelstuk erboven. Of inlijsten?
Met een klap valt de deksel neer.

Joop Brussee

februari 2007

[home]