OPEN VUIST

ongewenst weerzien

Op de provinciale weg van Amsterdam naar Hilversum is het na de ochtendspits niet druk. Het nieuwsbericht over de fraude bij een waterbouwkundig bedrijf heeft zich in het hoofd van Bart genesteld. Zijn halfbroer, de smerige pestkop van vroeger bekleedt in dat bedrijf een hoge positie. Ongetwijfeld zal deze corrupte zaak vanavond een van de onderwerpen in hun nieuwsprogramma worden. Het lukt hem met enige moeite het gaspedaal onder controle te houden.

Zoals verwacht geeft de eindredacteur tijdens de ochtendvergadering aan dat zij niet om dit corruptiegeval heen kunnen. Hij benadrukt dat zij deze affaire op een nette manier zullen behandelen. Vooral niet onnodig olie op het vuur gooien. Afgesproken wordt dat een collega van Bart met het bedrijf contact opneemt en de woordvoerder in de studio laat komen. Dit onderwerp zal de uitzending afsluiten. Aan het interview in de studio zal een korte film voorafgaan met historische beelden en een chronologische opsomming van feiten.

Achter het bureau denkt Bart na over de woorden van zijn chef. Zijn toon klonk als een gecontroleerd kritische opstelling. Zou hij vriendjes hebben in dat bedrijf? Aandelen? Een opdracht gekregen vanuit de politiek? Mensen willen beschermen? Nederland is een dorp: je komt elkaar al snel ergens tegen. Deze fraude kan ook een testcase zijn voor de toekomst: hoe gaan we met dit soort gevoelige affaires om. Vuiligheid vooral klein houden, lokaal inkapselen en zorgen dat de kijker dit nieuwsbericht snel vergeet. Het bedrijf niet onnodig zwart maken. Hoezo? Van het vragenlijstje dat hij zal krijgen voor de uitzending begint Bart zich een voorstelling te maken.

Niemand op de redactie weet dat zijn broer bij dat bedrijf werkt. Het is onwaarschijnlijk dat hij als directeur zelf in de studio komt. Het zou interessant zijn om uit te zoeken of de eindredacteur connecties heeft met het bedrijf, maar daarvoor ontbreekt de tijd. En moet hij niet overal wat achter willen zoeken. Hij draait zich een kwartslag om en ziet dat alle collega’s inmiddels achter hun beeldschermen zitten. De meesten zijn getrouwd, hebben kinderen, een huis met een hoge hypotheek. Ze stemmen tegenwoordig makkelijk in met wat de eindredacteur wil of voorstelt. Eigenlijk past dat gedrag niet bij een journalist. Als presentator is Bart de enige die zo nu en dan in een vergadering echt kritisch is. Behalve dan vanochtend.

De regisseur van hun rubriek staat ineens naast zijn bureau. De man begint een verhaal over de nieuwste techniek met geavanceerde automatische camera’s in de studio. Hij kijkt nauwelijks op en luistert half. Nu en dan knikt hij, is niet echt geïnteresseerd.

Om twaalf uur loopt Bart naar een restaurant voor een lunchafspraak. Het is mooi zomerweer. Na een paar minuten verschijnt er een man naast hem die mee oploopt. Hij vraagt of hij iets mag vragen. Aan opdringerig gedrag van onbekende mensen is Bart gewend alsook onverwachte toenaderingen van wildvreemden die doen alsof ze hem al jaren kennen. Soms begint hij een gesprek. Nu staat zijn hoofd er niet naar, loopt door zonder op te kijken.
‘Het is een schijnheilig boeltje, die televisiewereld.’
Geruime tijd zijn alleen vogelgeluiden en verkeerslawaai te horen. Waar wil deze man naartoe, denkt hij. Het beste is nergens aandacht aan te schenken, het praten houdt vanzelf wel een keer op.

Ineens klinkt het ‘Zogenaamd kritisch! In werkelijkheid sluiten jullie deals als het zo uitkomt. Geld, natuurlijk weer meer geld en mooie baantjes in het vooruitzicht.’
Bart denkt aan het interview dat hij kort geleden had met een politicus die vertelde door een collega journalist gecoacht te worden. Zou hij zoiets bedoelen?
‘Vooraf samen eten en drinken in dure restaurants en van alles afspreken. We worden als kijker voortdurend belazerd. Maar zo langzamerhand doorzie ik al die smerige spelletjes.’
Bart moet glimlachen. De man knikt. Opeens is hij verdwenen. Ongetwijfeld heeft hij zijn reactie als een bevestiging van zijn verhaal opgepikt.

In de edit suite ziet hij dat de redacteur nog monteert. Op een geschikt moment stoort Bart hem en vraagt of de gast vanavond in de studio al bekend is. Voordat hij antwoord kan geven rinkelt de telefoon. Een man staat aan de balie die hem wil spreken.
‘Wat zeg je, Chris?’ Bij Bart gaat geen lampje branden. Maar plotseling vermoedt hij wie dat kan zijn.
‘Ik kom er direct aan!’
Om de hoek van de deur herhaalt hij de vraag over de gast in de studio. Zijn collega schudt zijn hoofd. Chris, dat was zijn naam, de boezemvriend van zijn broer. De laatste keer dat hij hem zag was op de begrafenis van zijn moeder.

Steeds sneller loopt hij richting receptie. Dit kan geen toeval zijn. In de hal wordt zijn vermoeden bevestigd. Samen lopen ze naar buiten. Zijn hart begint wat sneller te kloppen. Het gesprek gaat niemand wat aan. Zijn auto is de meest veilige plek. Binnen is het
snikheet, de airco brengt verkoeling.
‘Je zult wel verbaasd zijn na zo’n lange tijd. En zo onverwacht.’
Hoe hij ook zijn best doet, zijn komst kan hij niet plaatsen.
‘Fijn dat je meteen tijd hebt, want het is vlak voor een uitzending natuurlijk druk bij jullie. Aan jou, de presentator van de nieuwsshow vanavond wil ik iets vragen.’
‘Ga je gang.’
‘Dit is een eigen initiatief trouwens, dat moet je weten. Geen opdracht. Als presentator beschik je vanzelfsprekend over veel netwerken binnen de omroep.’
‘Ja, hoezo?’

Chris vertelt over een moeilijke periode in het leven van zijn vriend. Over de problemen met zijn kinderen.
‘Ik wacht op je vraag Chris…..!’
‘Wil je vanavond daarmee rekening houden?!’
Zijn hart begint nu echt snel te kloppen. Hoezo rekening houden?
‘Het verwoest zijn leven wanneer hij vanavond niet goed uit dat interview komt…’
Bart kijkt naar buiten en haalt een keer diep adem. Waar heeft die man het over? Hoe komt hij erbij dat zijn vriend vanavond in de studio zit? Maar ineens dringt het doel van zijn komst tot hem door. Zijn broer overweegt zelf te komen. Daarvoor is het nodig dat hij zeker weet dat zijn jonge broertje het gesprek voert. Eenvoudig het gesprek controleren.
‘Ach, het is onzin van mij om te komen, je weet net zo goed als ik dat hij zoals vroeger altijd wint. Wees verstandig, denk aan je toekomst.’
Het portier slaat dicht. Hij is in een zorgvuldig opgezette val gestapt. Met als nagerecht een potje intimidatie. Met beide handen slaat Bart op het stuur en vloekt. Zou het bij dat bedrijf goed fout zijn en hebben ze dringend absolute controle nodig?

Voor het inspreken van de tekst bij de film loopt Bart de spreekcel in. Hij wacht tot hij de film ziet verschijnen op de monitor. en een teken krijgt van de editor. Zijn gedachten dwalen af. Is het mogelijk iets te bedenken waardoor hij het slaafse gedrag, het patroon van vroeger op afstand kan houden, ervan uitgaand zijn broer vanavond komt.
Hij loopt na het inspreken de montageruimte in. De redacteur neemt afscheid en de technicus zet de apparatuur uit. Vanavond schakelt deze editor hun uitzending vanuit de studio. Hij denkt aan de regisseur die iets vertelde over automatische camera’s. Geen mens verder in de studio. Plotseling krijgt hij een idee.
‘Is het mogelijk dat niemand, echt niemand ziet wat er tijdens het interview op de desk gebeurt?’
De man kijkt hem verbaasd aan.
‘Hoezo?’
‘Laat ik het anders zeggen. Gewoon, zeg maar een minuut alleen maar close ups?’
‘Dat weet je. De afspraak is close ups zoveel mogelijk alleen te schakelen bij belangrijke vragen en antwoorden.’
‘Ja natuurlijk. Sorry nee, mijn vraag is…… natuurlijk.’
‘Vooraf kunnen we wel iets afspreken. Het beste is dat kort te sluiten met de eindredacteur.’
‘Ja ja’, zegt hij snel.
Het idee lost veel onnodig nadenken op. Grote broer is buitengewoon slim.

Terug op de redactie loopt Bart langs de eindredacteur en vraagt of het inmiddels bekend is wie in de studio komt. Hij krijgt de naam van zijn broer te horen.
‘Oh, is die directeur nog niet gearresteerd voor die fraude?’
De man kijkt hem verbaasd aan.
‘Grapje. De film is af.’

Op weg naar huis rijdt hij opnieuw met veel te hoge snelheid. Ze zijn gewend met alle collega’s samen te eten voor een uitzending en het zou onnodig opvallen wanneer hij daar ontbreekt.
Thuis pakt hij een doos waarin zich alle foto’s uit het verleden bevinden. Hij zoekt naar een speciale foto: beeldvullend het gezicht van grote broer in het formaat van een grote pasfoto.

Een half uur voor de uitzending is het zijn gewoonte in de kantine een glas thee te halen en mee te nemen naar de make-up. Zijn broer zit aan een tafeltje, achter een kop koffie. Ze kijken elkaar een moment op afstand aan. Hij knikt en direct verschijnt voor Bart de bekende grijns op zijn gezicht. Vroeger had hij die er vaak vanaf willen meppen.
Met thee en draaiboek in de handen fluistert hij aan zijn tafel:
‘We zien elkaar vanavond voor de eerste keer.’
‘Oh. Ja. Verstandig, ja ja.’
Het valt hem op dat ze praktisch dezelfde kleur colbertjes aan hebben. Lichte zomertinten.
Achter de spiegel bij de make-up denkt hij aan de afspraak met de editor. De man deed niet moeilijk over het omzeilen van de eindredacteur. Plotseling komt recht op hem af de regisseur binnen lopen.
‘Trek iets donkerders aan alsjeblieft Bart, je contrasteert in beeld niet voldoende met je gast.’

Tegen het eind van de uitzending zit zijn broer schuin tegenover hem. Niemand verder is aanwezig. Alleen techniek.
Zwijgend kijken ze naar de beelden op de monitor. Daarna begint hij vragen te stellen die zijn opgegeven door de eindredacteur. De antwoorden rollen als vanzelf uit de mond van de gast. Vriendelijk blijft Bart hem aankijken en knikt zo nodig beleefd.
Intussen houdt hij de studioklok in de gaten. Zodra de afgesproken tijd met de editor aanbreekt voert hij zijn plan uit.
‘Voelt u zich schuldig?’
De gast aarzelt, is duidelijk verrast.
Intussen haalt Bart de pasfoto tevoorschijn, kijkt ernaar en verscheurt hem. Hij herhaalt de vraag:
‘Dus, schuldig?’
De snippers propt hij vervolgens in zijn linker vuist. Daarna vouwt hij de handen samen en brengt ze iets omhoog, wrijft en doet ze van elkaar. De snippers zijn verdwenen.

Geheel volgens verwachting glijdt grote broer met kleine onderbrekingen om zijn vraag heen.
‘Schuldig!?……’, herhaalt Bart voor de derde keer.
In zijn oor komt dwingend de instructie van de eindredacteur om zich aan de vragenlijst te houden. Zijn broer schraapt zijn keel.
‘Van fouten leren wij. Dat geldt voor iedereen. Zelfs voor u’, klinkt het vriendelijk. Voor Bart eindigt het interview als routine. Tijdens de slotmuziek rollen de titels over het studioshot waar ze samen naar kijken. Als hij iemand zou vertellen wat hij zojuist buiten beeld had gedaan komen zijn reacties als gruwelijk of wat flauw heel goed mogelijk.

De spots dimmen, het werklicht in de studio floept aan en Bart schikt de bladen van het draaiboek.
Zonder iets te zeggen staat zijn gast op, drukt zich daarna overdreven dicht tegen hem aan en sist in zijn oor:
‘Kijk je zakken na. Je moet niet denken dat jij de enige bent die kan goochelen.’
Daarna loopt hij de eindredacteur tegemoet die inmiddels de studio is binnen gekomen. De twee geven elkaar en hand en verlaten al pratend de studioruimte. Het is voor Bart duidelijk dat niemand iets heeft gezien. Van een afstand volgt hij het tweetal. Wat bedoelde zijn broer met zakken nakijken? Hij controleert alle zakken zonder iets te vinden. Waarschijnlijk toch nog het oude patroon waarin hij altijd het laatste woord wilde hebben.

In de auto volgt de ontspanning. En de verbazing. Zijn broers reactie was precies zoals vroeger in de tuin toen hij probeerde met een goocheltruc wraak te nemen op zijn smerig sadisme. En net als vroeger had hij hem nu hersengymnastiek meegegeven. Zijn hoofd pijnigen waar de snippers van zijn foto waren gebleven?

Thuis pakt hij de doos met foto’s van tafel, loopt naar de keuken en kiept hem in een keer om in de vuilnisbak. Daarna volgt een routine handeling: bij thuiskomst zakken leeg maken. Verrast haalt hij een envelop uit een zijzak van het lichte colbert. In een beweging scheurt hij hem open. Er valt een puzzelstuk uit. Hij legt het op zijn hand en sluit het op met zijn vingers. Het stuk uit de zee van de wereldpuzzel met die enorme hoeveelheid stukken waar hij als kind lang aan gewerkt had en die zijn broer om weer eens te pesten op een dag uit elkaar had gehaald. Hij opent zijn vuist en staart naar het blauw van de zee.

Even later loopt hij naar de keuken, voor de tweede keer naar de vuilnisbak en houdt het puzzelstuk boven de opening. Of….. zou hij ….. toch niet….echt gehouden hebben van mij….. toen….nog steeds?
De deksel valt met een klap.

Joop Brussee

31 mei 2020

puisten

info