AANDENKEN

Op de provinciale weg van Amsterdam naar Hilversum is het vandaag na de ochtendspits niet druk. Het nieuwsbericht over de fraude bij een waterbouwkundig bedrijf heeft zich in mijn hoofd genesteld. Mijn broer Richard werkt daar. Ongetwijfeld zal deze corrupte zaak vanavond in ons nieuwsprogramma een van de onderwerpen zijn. Het lukt me met moeite het gaspedaal onder controle te houden.

Zoals geeft de eindredacteur tijdens de ochtendvergadering aan dat wij niet om die corruptie heen kunnen. Hij benadrukt dat we de affaire op een nette manier zullen behandelen. Geen onnodig olie op het vuur gooien. Een collega zal met het bedrijf contact opnemen en vragen of een woordvoerder in de studio komt. Dit gesprek zal de uitzending afsluiten. Aan het interview zal een korte film voorafgaan met historische beelden en een opsomming van feiten.

Achter mijn bureau denk ik na over de woorden van de chef. Het klonk als een gecontroleerd kritische opstelling. Zou hij vriendjes hebben in dat bedrijf? Aandelen? Een opdracht gekregen vanuit de politiek? Mensen beschermd? Nederland is een dorp: je komt elkaar al snel ergens tegen. Deze fraude kan ook een testcase zijn. Hoe in de toekomst met dit soort gevoelige affaires om te gaan. Klein houden, lokaal inkapselen. Zorgen dat de kijker dit nieuws snel vergeet. Het bedrijf niet onnodig zwart maken. Van het vragenlijstje dat ik krijg voor de uitzending begin ik me een voorstelling te maken.

Niemand op de redactie weet dat mijn broer bij dat bedrijf werkt. Het is onwaarschijnlijk dat hij als directeur in de studio zal komen. Ik zou interessant zijn om uit te zoeken of de eindredacteur connecties heeft met het bedrijf, maar daarvoor ontbreekt de tijd. Niet overal wat achter zoeken. Ik draai me een kwartslag om en zie dat alle collega’s inmiddels achter hun beeldschermen zitten. De meesten zijn getrouwd, hebben kinderen, een huis met een hoge hypotheek. Ze stemmen tegenwoordig makkelijk in met wat de eindredacteur wil. Dat gedrag past niet bij een journalist. Als presentator ben ik de enige die zo nu en dan in een vergadering kritisch is. Behalve dan vanochtend.

De regisseur van ons programma staat ineens naast mijn bureau. De man begint een verhaal over de nieuwste techniek met geavanceerde automatische camera’s in de studio. Ik luister half, knik nu en dan maar ben niet geïnteresseerd.

Om twaalf uur loop ik naar een restaurant voor een lunchafspraak. Het is mooi weer. Na een paar minuten verschijnt er een man naast mij die mee oploopt. Hij vraagt of hij iets mag vragen. Aan opdringerig gedrag van onbekende mensen ben ik wel gewend. Ook aan onverwachte toenaderingen van wildvreemden die doen alsof ze mij al jaren kennen. Soms doe ik mijn mond open. Nu staat mijn hoofd er niet naar, loop ik door zonder op te kijken.
‘Het is een schijnheilig boeltje in die televisiewereld.’
Geruime tijd hoor ik alleen vogels fluiten en verkeerslawaai. Waar wil deze man naartoe? Het beste is nergens aandacht aan te schenken, het praten houdt vanzelf wel een keer op.

‘Zogenaamd kritisch’, klinkt het ineens, ‘in werkelijkheid sluiten jullie deals als het zo uitkomt. Geld natuurlijk en mooie baantjes in het vooruitzicht.’
Ik denk aan het interview kort geleden met een politicus die vertelde door een collega journalist gecoacht te worden. Zou hij zoiets bedoelen?
‘Vooraf samen eten en drinken in dure restaurants en bespreken, regelen. We worden als kijker voortdurend belazerd. Maar zo langzamerhand doorzie ik al die smerige spelletjes.’
Ik moet glimlachen. De man merkt dat op en knikt. Opeens is hij verdwenen. Mijn reactie zal hij ongetwijfeld als een bevestiging van zijn verhaal hebben opgevat.

De montage is nog niet afgelopen. Op een geschikt moment stoor ik de redacteur en vraag of het al bekend is wie vanavond als gast in de studio komt. Voordat hij antwoord kan geven gaat de telefoon. Het is voor mij. Een man staat aan de balie die mij wil spreken.
‘Chris?’ Er gaat geen lampje branden. Plotseling vermoed ik wie dat kan zijn.
‘Ik kom eraan!’
Om de hoek van de deur herhaal ik de vraag aan de redacteur over de gast in de studio. Hij schudt zijn hoofd. Chris, toch niet de boezemvriend van Richard? De laatste keer dat ik hem zag was op de begrafenis van mijn moeder.

Steeds sneller loop ik richting receptie. Dit kan geen toeval zijn. In de hal wordt mijn vermoeden bevestigd. Samen lopen we naar buiten. Mijn hart begint sneller te kloppen. Ons gesprek gaat niemand wat aan. Mijn auto is de meest veilige plek. Binnen is het
snikheet, de airco brengt verkoeling.
‘Je zult wel verbaasd zijn na zo’n lange tijd. En zo onverwacht.’
Hoe ik ook mijn best doe, ik kan zijn komst niet plaatsen.
‘Fijn dat je meteen tijd hebt, want het is zo vlak voor een uitzending natuurlijk druk bij jullie. Aan jou, de presentator van de nieuwsshow vanavond wil ik iets vragen.’
‘Ga je gang.’
Dit is een eigen initiatief trouwens. Geen opdracht. Als presentator beschik je vanzelfsprekend over veel netwerken binnen de omroep.’
‘Ja, hoezo?’

Hij vertelt over een moeilijke periode in het leven van zijn vriend. Over de problemen met zijn kinderen.
‘Je vraag Chris…..!’
‘Wil je vanavond daarmee rekening houden?!’
Mijn hart begint nog sneller te kloppen. Rekening houden?
‘Het verwoest zijn leven wanneer hij vanavond niet goed uit dat interview komt…’
Ik kijk naar buiten en haal diep adem. Waar heeft hij het over? Hoe komt hij erbij dat Richard in de studio zit? Dan dringt het doel van zijn komst tot mij door. Mijn broer overweegt zelf te komen. Graag zelfs wanneer zijn jonge broertje de vragen stelt. Een mooi verhaal vertellen, optimale controle houden over de informatie.
‘Onzin van mij om te komen, je weet net zo goed als ik dat hij altijd wint. Wees verstandig, denk aan je toekomst.’
Hij slaat het portier dicht. Als nagerecht een pot intimidatie. Met beide handen sla ik op het stuur en vloek. Zou het bij dat bedrijf goed fout zijn? Dan hebben ze absolute controle nodig.

Voor het inspreken van de tekst bij de film ga ik de spreekcel in. De film verschijnt op de monitor. Mijn gedachten dwalen af. Is het mogelijk iets te bedenken waardoor ik het slaafse gedrag van vroeger op afstand kan houden?
Ik loop na het inspreken de montageruimte in. De redacteur neemt afscheid en de technicus zet de apparatuur uit. Hij schakelt vanavond in de studio. Ik denk aan wat de regisseur vertelde over de automatische camera’s. Plotseling krijg ik een idee.
‘Is het mogelijk dat niemand ergens in het midden van het interview ziet wat op de desk gebeurt?’
De man kijkt me verbaasd aan.
‘Hoezo?’
‘Laat ik het anders zeggen. Gewoon, zeg maar een minuut alleen maar close ups?’
‘Dat weet je. De afspraak is die shots te schakelen bij belangrijke vragen en antwoorden.’
‘Ja natuurlijk. Sorry nee, mijn vraag is…… natuurlijk.’
‘Vooraf kunnen we iets afspreken. Het beste is dat kort te sluiten met de eindredacteur.’
‘Ja ja’, zeg ik snel en graai alle papieren bij elkaar.
Het idee is lost veel onnodig nadenken op. Richard is slim en moet afgeleid worden.

Terug op de redactie loop ik langs de eindredacteur en vraag of het inmiddels bekend is wie in de studio komt. Hij noemt de naam van mijn broer.
‘Oh, is hij nog niet gearresteerd voor die fraude?’
De man kijkt mij verbaasd aan.
‘Grapje. De film is klaar.’

Op weg naar huis rijd ik opnieuw met veel te hoge snelheid om zo snel mogelijk weer terug te zijn. Met alle collega’s zijn we gewend te eten voor een uitzending en het zou onnodig opvallen wanneer ik daar ontbreek.
Thuis pak ik een doos waarin zich alle foto’s uit het verleden bevinden. Ik zoek naar een speciale foto: beeldvullend het gezicht van Richard in een groot pasfoto formaat.

Een half uur voor de uitzending is het mijn gewoonte in de kantine een glas thee te halen met de bedoeling dat mee te nemen naar de make-up. Richard zit aan een tafeltje, achter een kop koffie. We kijken elkaar een moment aan. Hij knikt en direct verschijnt het bekende bekende lachje op zijn gezicht dat ik vroeger graag er vanaf had gemept.
Met thee en draaiboek in de handen fluister ik bij zijn tafel:
‘We zien elkaar vanavond voor het eerst.’
‘Oh. Verstandig, ja ja.’
Het valt mij op dat we praktisch dezelfde kleur colbertjes aan hebben. Lichte zomertinten.
Achter de spiegel in de make-up ruimte denk ik aan de afspraak met de editor. Hij deed niet moeilijk over het omzeilen van de eindredacteur. De regisseur komt plotseling binnen lopen.
‘Trek iets donkers aan alsjeblieft, je contrasteert in beeld niet voldoende met je gast.’

Tegen het eind van de uitzending, na een wissel van gasten zit Richard schuin tegenover mij. Alleen techniek met onbemande camera’s zijn verder in de studio aanwezig.
Zwijgend kijken we naar de beelden op de monitor. Daarna stel ik hem vragen zoals opgegeven door de eindredacteur. De antwoorden rollen als vanzelf uit zijn mond. Vriendelijk blijf ik hem voortdurend aankijken en knik zo nodig beleefd.
De studioklok hou ik in de gaten. Zodra de afgesproken tijd met de editor aanbreekt voer ik mijn plan uit.
‘Voelt u zich schuldig?’
Richard aarzelt. Hij is duidelijk verrast.
Intussen haal ik zijn foto tevoorschijn, zorg dat hij die ziet en verscheur hem. Ik herhaal de vraag:
‘Dus, schuldig?’
De snippers prop ik vervolgens in mijn linker vuist. Daarna vouw ik de handen samen en breng ze snel iets omhoog en na enig wrijven doe ik ze open. De handen zijn leeg, de snippers verdwenen.

Geheel volgens verwachting glijdt Richard met kleine onderbrekingen om de vraag heen.
‘Schuldig!?……’, herhaal ik.
In mijn oor komt de dwingende instructie van de eindredacteur om mij aan de vragenlijst te houden.
‘Van fouten leren wij. Dat geldt voor iedereen. Zelfs voor u’, zegt Richard glimlachend. Het interview eindigt als routine. De slotmuziek klinkt, de titels rollen over het studioshot waar we samen naar kijken. Als ik iemand zou vertellen wat ik zojuist buiten beeld heb gedaan zou de reactie waarschijnlijk zijn gruwelijk of wat flauw.

De spots dimmen, het werklicht in de studio floept aan en ik schik de bladen van het draaiboek.
Zonder iets te zeggen staat Richard op, drukt zich dicht tegen mij aan en sist in mijn oor:
‘Kijk je zakken na. Je moet niet denken dat jij de enige bent die kan goochelen.’
Daarna loopt hij de eindredacteur tegemoet die inmiddels de studio is binnen gekomen. De twee geven elkaar de hand en verlaten al pratend de ruimte. Het is duidelijk, niemand heeft iets gezien. Op afstand volg ik het tweetal. Hoezo die opmerking? Wat bedoelde hij? Ik controleer de zakken zonder iets te vinden. Waarschijnlijk het oude patroon. Big brother die nog steeds het laatste woord wil hebben.

In de auto volgt de ontspanning. De verbazing in Richards ogen was precies zoals vroeger in de tuin toen ik probeerde met een goocheltruc wraak te nemen op zijn sadisme. Hiermee heb ik hem opnieuw hersengymnastiek gegeven. Thuis pak ik de doos met foto’s van tafel, loop naar de keuken en kiep ik hem in een keer om in de vuilnisbak. Het is een routine handeling om bij thuiskomst de zakken te controleren. Verrast haal ik een envelop uit een zijzak van het lichte colbert. In een beweging scheur ik hem open. Een puzzlestuk valt eruit! Ik leg het op tafel, ga zitten en staar ernaar. Uit de zee van de wereldkaart waar ik lang geleden aan gewerkt had en die hij om te pesten uit elkaar had gehaald. Even later loop ik naar de keuken, open voor de tweede keer de vuilnisbak en houd het puzzelstuk erboven. Of….. inlijsten?
Met een klap valt de deksel.

Joop Brussee

februari 2007

[OVERZICHT]