WEERZIEN

onzichtbaar in het licht

Op de provinciale weg van Amsterdam naar Hilversum rijd ik sneller dan gewoonlijk. Het is niet druk na de ochtendspits. Het nieuwsbericht over de fraudezaak bij een bedrijf waar een van mijn broers werkt heeft zich in mijn hoofd genesteld. Ongetwijfeld een onderwerp vanavond in ons nieuwsprogramma.
Een kwartier later loop ik de redactieruimte binnen. Voor de vergadering ben ik op tijd. Een paar onderwerpen staan op het lijstje. De eindredacteur vindt dat wij niet om die fraude heen kunnen. Hij benadrukt de affaire op een beschaafde manier te behandelen. Geen onnodige olie op het vuur gooien.
Een bureauredacteur zal het bedrijf benaderen. Een woordvoerder zal worden uitgenodigd in de studio voor een gesprek. Historische beelden, samen met de feiten komen in een korte film dat een andere redacteur monteert en dat aan het gesprek zal voorafgaan.
Achter mijn bureau denk ik na over de woorden van de chef. Moeten we ons gecontroleerd kritisch opstellen? Zou hij vriendjes hebben bij het bedrijf? Aandelen? Best mogelijk. Zelfs kan hij Richard ontmoet hebben op een of ander congres. Mogelijk op een feest. Nederland is een dorp: je komt elkaar al snel overal tegen.
Deze fraude kan een testcase zijn hoe om moeten gaan met dit soort affaires in de toekomst. De aan het licht gekomen corruptie klein houden, lokaal inkapselen. Zorgen dat de kijkers deze zaak weer snel vergeten. Het bedrijf niet onndodig zwart maken. Ik kan me de opgegeven vragen van de eindredacteur nu al voorstellen.
Gelukkig komt mijn broer als vertegenwoordiger van het bedrijf niet in de studio. Ik hoef niet bang te zijn gedwongen mee te werken aan een deal waarbij het de bedoeling is dat het bedrijf sterker uit de fraude komt. Of het bedrijf zogenaamd zelf slachtoffer is van veel omvangrijke corruptie. Later, op een geschikter moment nieuwe feiten onthullen. Of nooit, alles de doofpot in en laten verjaren.
Op het scherm staan de headlines van het nieuws. Het zou interessant zijn om uit te zoeken of de eindredacteur connecties heeft met het bedrijf. Helaas ontbreekt de tijd daarvoor. De gedachte is ook onzin. Niet overal wat achter te zoeken.
Met een zucht draai ik me half om en zie dat alle collega’s inmiddels achter hun beeldschermen zitten. De meesten zijn getrouwd, hebben kinderen, een huis met een hoge hypotheek. Die stemmen tegenwoordig makkelijk in met wat de eindredacteur wil. Terwijl dat gedrag niet past bij een echte journalist. Zij stellen zelden een kritische vraag. Geen zin in een weg richting ontslag? Als presentator ben de enige die regelmatig kritisch durft te zijn. Behalve dan vanochtend.
De regisseur van ons programma komt mijn kant op lopen. De man begint een verhaal over de nieuwste techniek met geavanceerde automatische camera’s in de studio. Ik ben niet geïnteresseerd maar in dit geval ontspant de afleiding.

Om twaalf uur loop ik naar een restaurant voor een lunchafspraak. Het is mooi weer. Na een paar minuten verschijnt er een man naast mij die mee oploopt. Hij vraagt of hij iets mag vragen. Ik ben wel gewend aan opdringerig gedrag van onbekende mensen en onverwachte toenaderingen van wildvreemden die doen alsof ze mij al jaren kennen. Soms praat ik met iemand. Nu loop ik door zonder zelf op te kijken.
‘Het is een schijnheilig wereld bij de televisie.’
Geruime tijd hoor ik alleen vogels fluiten, het verkeer en het geluid van voetstappen. Waar wil deze man naartoe? Het beste is geen aandacht aan schenken, het praten houdt vanzelf wel een keer op.
‘Zogenaamd kritisch. In werkelijkheid sluiten jullie met iedereen deals als het zo uitkomt. Geld. Mooie baantjes.’
Ik moet denken aan een interview dat ik kort geleden had met een politicus die vertelde door een collega gecoacht te worden. Bedoelt hij dat? Uit mijn ooghoek zie ik dat hij telkens tijdens zijn praten mijn kant op kijkt.
‘Vooraf samen eten en drinken zoals ik dat zie in restaurants. Met elkaar alles doornemen en regelen. Iedereen: ambtenaren, deskundigen, directeuren, ach noem maar op. We worden als kijker voortdurend belazerd. Maar zo langzamerhand doorzie ik al die misselijk makende spelletjes.’
Ik moet glimlachen. De man merkt dat op en knikt. Opeens is hij verdwenen. Mijn reactie zag hij waarschijnnlijk als een bevestiging van zijn verhaal. Jammer, ik zou met hem wel willen praten.

Ik zie dat de montage nog niet is aflopen. Op een geschikt moment stoor ik de redacteur en vraag of het al bekend is wie vanavond als gast in de studio komt. Voordat hij antwoord kan geven gaat de telefoon. Het is voor mij. De receptioniste zegt dat een man aan de balie staat die mij wil spreken.
‘Chris?’ Er gaat geen lampje branden. Ineens vermoed ik wie dat is.
‘Ik kom eraan!’
Om de hoek van de deur herhaal ik de vraag aan de redacteur over de gast vanavond. Hij schudt zijn hoofd. Chris, zo heet de boezemvriend van Richard. De laatste keer dat ik hem zag was op de begrafenis van mijn moeder. Ze deed altijd overdreven aardig tegen hem. Iedereen moest horen dat Richard zo’n fantastische vriend had die voor hem door het vuur ging. Terloops keek ze dan met een schuine blik in mijn richting.
Steeds sneller loop ik richting receptie. Dit kan geen toeval zijn. Waarom met mij willen praten? Bij de ingang wordt mijn vermoeden bevestigd. Samen lopen we naar buiten. Ons gesprek gaat niemand wat aan. Mijn auto is de meest veilige plek.
Binnen, in de kleine ruimte is het snikheet. Ik start de motor en zet de airco aan.
‘Je zult wel verbaasd zijn na zo’n lange tijd. En zo onverwacht.’
Zijn houding en zijn blik doen mij denken aan een lid van een sekte die op het punt staat een ongelovig mens in te lijven via een listig ingestudeerde manipulatie.
‘Fijn dat je meteen tijd hebt, want het is zo vlak voor een uitzending natuurlijk druk bij jullie. Aan jou, de presentator van de nieuwsshow vanavond wil ik iets vragen’, klinkt het slijmerige stemgeluid.
‘Ga je gang.’
Op dezelfde toon vervolgt hij dat zijn komst een eigen initiatief is. Geen opdracht.
‘Als presentator beschik je over veel netwerken binnen de omroep.’
‘Waarom jouw komst Chris? Niet voor vleierijen neem ik aan.’
Hij vertelt over een moeilijke periode in het leven van Richard die vooral nogal wat problemen met zijn kinderen heeft.
‘Je vraag…..!’
‘Hou hiermee rekening vanavond!’
Mijn hart begint sneller te kloppen. Rekening houden? Een opdracht van deze slapjanus? Chris praat intussen rustig door:
‘Het verwoest het leven van mijn vriend wanneer hij vanavond niet goed uit dat interview komt…’
Ik kijk naar buiten. Hoe komt hij erbij dat Richard in de studio zit? ……… ineens dringt het doel van zijn komst tot mij door.
Richard wil zekerheid of ik vanavond de presentator ben, dat is zijn opdracht. Hij overweegt zelf te komen. Graag zelfs. Een mooi verhaal kwijt, controle houden over zijn optreden. Chris voert zijn instructies perfect uit. Ontkend heb ik geen moment.
Ik wil de redactie bellen, Chris moet de auto uit.
‘Onzin van mij om te komen, je weet net zo goed als ik dat hij als oudste broer altijd wint. Wees verstandig, denk aan je toekomst.’
De laatste woorden klinken onder het uitstappen en direct daarna slaat hij het portier dicht, zonder een reactie af te wachten.
Als toetje een pot intimidatie. Die smerige slijmbal is het natuurlijk niet ontgaan hoe onrustig ik mij tijdens zijn betoog gedroeg. Met beide handen sla ik op het stuur en vloek. Buiten zie ik hem wegrijden. Het werk van de knecht zit erop, nu een positief verslag uitbrengen aan de baas. Er moet bij dat bedrijf echt iets niet in orde zijn. Ze hebben absolute controle nodig.
Ik stap snel uit en smijt de deur dicht, loop richting montageruimte. Richard is gerustgesteld. Hij zal graag komen na de informatie van Chris. Haha, de twee vrienden heffen lachend het glas. Vanavond zitten Richard en ik in de studio! Hoe zal dat gaan? Ik moet zorgen overeind te blijven. Geen last te hebben van ons verleden wat een rol gaat spelen. Vanaf het begin niet in de val te trappen hem aan te vallen. Daar gaat hij mogelijk van uit. Voor de kijkers direct duidelijk dat de presentator de gast onderuit wil halen. Nee, hij gokt op het patroon van vroeger. Ik schud mijn hoofd en slaak een diepe zucht.
Op het juiste moment kom ik binnen voor het inspreken van de tekst bij de film. De doodse stilte in de spreekcel dwingt mij tot rust. De film verschijnt op de monitor. Mijn gedachten dwalen af. Is het mogelijk iets te bedenken waardoor gegarandeerd emoties van vroeger niet de kop op kunnen steken?
Ik kijk door de ruit van het kleine venster en zie de editor praten met de redacteur. De collega gesticuleert nogal en houdt ineens een hand voor zijn ogen. Geen idee waarover ze het hebben. De apparatuur is buiten beeld. Ineens borrelt langzaam een idee op. Stel dat ik iets bedenk dat met de kaders van de shots kan bedenken? Iets dat zich buiten beeld afspeelt?
Na het inspreken van de film loop ik de montageruimte in. De redacteur neemt afscheid met de band onder zijn arm. De technicus zet de apparatuur uit. Die avond zal deze man ook het nieuwsprogramma in de studio schakelen. Ik begin een gesprek over wat de regisseur had verteld over de automatische camera’s.
‘Is het mogelijk met jou een afspraak te maken dat bij voorbeeld ergens in het midden van het interview niemand ziet wat op de desk gebeurt? Jij bedient alles.’
De schakeltechnicus kijkt me verbaasd aan.
‘Hoezo?’
‘Laat ik het anders zeggen. Gewoon, zeg maar een minuut alleen maar close ups?’
‘Dat weet je toch, ik ben gewend die te schakelen bij belangrijke vragen en antwoorden.’
‘Ja natuurlijk. Sorry nee, mijn vraag…natuurlijk.’
‘Vooraf kunnen we wel iets afspreken. Het beste is dat je zoiets kort sluit met de eindredacteur.’
‘Ja ja, natuurlijk’, zeg ik snel en graai alle papieren bij elkaar.
Het heeft geen zin na te denken over briljante vragen of interessante kritische teksten. Dat gedoe levert weinig op. Richard komt na het verslag van Chris met een groot winstgevoel de studio binnen. Nee, in een niet voor de hand liggende richting zal ik moeten zoeken. Een afleiding vinden.
Terug op de redactie loop ik langs de eindredacteur en vraag of het inmiddels bekend is wie in de studio komt. Hij noemt de naam van mijn broer.
‘Oh, is hij nog niet gearresteerd voor die fraude?’
De man kijkt mij vragend aan.
‘Grapje. De film is klaar.’
Ik loop door naar mijn bureau. Achter het beeldscherm verzink ik in gepeins. Vanavond zit ik gedwongen in een lastige positie. Zoals vroeger. Gelukkig weet niemand door onze namen dat we broers zijn.

Later ben ik op weg naar huis en rijd ik opnieuw met veel te hoge snelheid. Het is belangrijk zo vlug mogelijk terug te zijn. Met alle collega’s eten we voor een uitzending en het zou onnodig opvallen en ook vreemd zijn wanneer ik daar ontbreek.
Thuis pak ik een doos waarin zich alle foto’s uit het verleden bevinden. Na enig zoeken vind ik de foto die ik zoek: beeldvullend het gezicht van Richard.

Een half uur voor de uitzending loop ik de kantine in om een glas thee te halen en dat mee te nemen op weg naar de make up. Richard zit al aan een tafeltje te wachten. We kijken elkaar een moment aan. Hij knikt en direct verschijnt het historisch lachje op zijn gezicht dat ik er vroeger zo graag vanaf wilde meppen. Sprekend zoals op de foto.
Met de thee en het draaiboek passeer ik zijn tafel.
‘We zien elkaar vanavond voor het eerst’, fluister ik.
‘Oh. Verstandig, ja ja.’
Het valt mij op dat we praktisch dezelfde kleur colbertjes aan hebben. Lichte zomertinten.
Op de gang denk ik: hij moet toch op z’n minst een beetje nerveus zijn voor de camera’s? Zou hij bij coaching geleerd hebben dat je in geval van zenuwen moet denken dat de ander meer last daarvan heeft dan jij? Dat zoiets helpt? In dit geval zal dat hem dubbele zekerheid geven.
Achter de spiegel in de make-up ruimte denk ik over de afspraak met de editor. Hij deed niet moeilijk over het omzeilen van de eindredacteur. De regisseur komt plotseling gehaast binnen lopen.
‘Trek iets donkers aan alsjeblieft, je contrasteert in beeld niet voldoende met je gast.’
In het voorhoedegevecht heeft Richard gescoord! Ik ben degene die zich moet aanpassen.
Tijdens de uitzending na een wissel van gasten komt Richard schuin tegenover mij te zitten aan de ovale tafel. In de kleine studio is naast ons en de onbemande camera’s niemand aanwezig. Vanaf nu moet ik vertrouwen op de afspraak die ik vooraf heb gemaakt.
Zwijgend kijken we naar de beelden op de monitor. Daarna stel ik de vragen zoals opgegeven door de eindredacteur. Zoals te verwachten rollen de antwoorden van Richard als vanzelf uit zijn mond. Vriendelijk blijf ik Richard aankijken en luister beleefd naar wat hij zegt.
Intussen houd ik de studioklok in de gaten. Zodra de afgesproken tijd met de editor aanbreekt is het mijn beurt.
‘Voelt u zich schuldig?’
Richard aarzelt. Hij is duidelijk verrast.
Intussen haal ik zijn foto tevoorschijn, zorg dat hij die ziet en verscheur hem. Snippers vallen naast het draaiboek op de tafel. Ik herhaal de vraag:
‘Dus, schuldig?’
De snippers prop ik in mijn linker vuist. Daarna vouw ik de handen samen en breng ze snel iets omhoog, wrijf en open ze. De snippers zijn verdwenen.
Geheel volgens verwachting glijdt Richard met kleine onderbrekingen om de vraag heen.
‘Schuldig!?……’
In mijn oor komt de dwingende instructie van de eindredacteur om mij aan de vragenlijst te houden.
‘Van fouten leren wij. Dat geldt voor iedereen. Zelfs voor u’, zegt Richard.
Het interview loopt als routine af. Ik heb gedaan wat ik van plan was en niemand heeft mijn actie gezien, vermoed ik.
De slotmuziek klinkt. De titels rollen over het studioshot waar we samen op een monitor naar kijken. Als ik iemand vertel wat ik buiten beeld heb gedaan zou het commentaar ongetwijfeld zijn gruwelijk of wat flauw. Maar voor mij had de afleiding zijn werk gedaan.
De spots dimmen en het werklicht in de studio floept aan. Ik schik de bladen van het draaiboek.
Zonder iets te zeggen staat Richard op, drukt zich dicht tegen mij aan en sist in mijn oor:
‘Kijk je zakken na. Mijn truc, maar dan voor de grap.’
Daarna loopt hij de eindredacteur tegemoet die inmiddels de studio is ingekomen. De twee geven elkaar de hand en verlaten al pratend de ruimte. Het is duidelijk. Niemand heeft iets gezien.
Ik volg het tweetal op afstand. Zou hij zich die goocheltruc uit het verleden herinneren? Ik controleer de zakken zonder iets te vinden. Big brother wilde zoals altijd het laatste woord.
Dit interview was zoals zo velen, Richard een doorsnee gast. Die het bedrijf vertegenwoordigde. Wat zou die wandelaar van vanmiddag over dit gesprek denken?
Om beurten kijk ik in de twee camera’s en geef in beide een knipoog. De editor begrijpt dat ik hem bedank.

Ontspannen zit ik in de auto. De verbazing in Richards ogen was precies zoals vroeger bij de goocheltruc in de tuin. Opnieuw heb ik hem hersengymnastiek gegeven. Misschien heeft hij geen of weinig gevoel, hersens nog steeds.
De doos met foto’s pak ik van tafel, loop naar de keuken en kiep ik hem in een keer om in de vuilnisbak.
Het is een routine handeling om alle zakken in jasjes bij thuiskomst controleren. Een envelop komt uit een zijzak van het lichte jasje. Mijn naam staat erop in het handschrift van Richard. In een beweging scheur ik hem open. Een puzzlestuk!
Ik leg het op tafel, ga zitten en staar ernaar. ..voor de grap……waren zijn laatste woorden. Even later loop ik naar de keuken, open voor de tweede keer de vuilnisbak en houd het puzzelstuk erboven.
Of inlijsten?
De deksel valt neer met een klap.

Joop Brussee

februari 2007

[HOME]