KRAAN

een fantastisch moordplan

Straks ga ik de wereld afmaken!
Hijgend, boven op de hoge brug over de gracht. Het is benauwd. Het hemd plakt. Sneller uit school kon niet. Het ruikt naar zweet. Of komt die lucht van beneden? Het water is donkerrood, vandaag verven ze weer dekens in de fabriek. Grote broer had over de stank in de krant geschreven.

Hollen, de brug af. Vooruit nou sleutel, ga in het slot! De deur van de huiskamer staat op een kier. Eten komt later wel.
‘Daar ben ik……nog.. …….even op mijn kamer!’
Voor mamma nooit een probleem. Ze legt boterhammen op een bord naast het glas melk. Snel naar boven!
Schoenen uit, badkamer in. Zweet wegvegen. Mijn kamer in. Gelukkig, de doos ligt nog onder het bed, mamma heeft hem niet gezien. Eerst het bord ophangen. LEVENSGEVAARLIJK!!! (dus niet storen) Om de knop. Nu de doos.

Vanochtend vroeg was het net niet gelukt. Zoveel blauw van de oceaan. Alleen een klein gat nog dichten, alleen dat en dan…. is de kaart af….eindelijk…..
Drie stukken, drie stukken nog maar! Ja, rommel maar in de lucht. Voor het onweer komt heb ik de aart af wedden? Oei, krakende takken. Beter is het de deur naar het terras en het raam dicht te doen. Stel je voor dat het plotseling gaat regenen. Er mogen geen druppels op de wereldkaart vallen!

Het kattenluik klapt. Ho ho Tijger, nee geen poot in de doos! Ga maar op het bed zitten. Kan je zien wat ik doe.
‘Kom je beneden, het eten staat op tafel?!’,
Ze moet even geduld hebben! Straks, beneden gaat de doek in een keer van de deksel en ziet ze de verrassing: de hele puzzel. Af!
‘Nee…Tijger, er zit nu geen vis in de oceaan! Het is beter dat je de kamer uitgaat. Waarom telkens dat roepen.’

Maar….dat is niet ….. die stem lijkt van grote broer maar dat kan niet…. hij is op woensdag nooit thuis. Twee stukken nog. Hou op met dat gerommel. Doe dat straks maar. Ik krijg heus de puzzel wel af voordat het gaat regenen.
Nu voorzichtig …. het lijkt wel ….. ja hoor…. die past!
‘Nu de laatste……!’
Twee handen……… .
‘Nee, nee, niet doen, ik kom, ik kom heus wel!

Voeten, ze glijden ….. slepen, nee niet naar beneden!
‘Help!!!!!….. !!nee!……. NEE!’
Schoppen …… nog meer, harder…. die handen doen mij pijn. Nee, niet naar de keuken …….het water sluit al in de spoelbak……
‘Nee, dat wil ik niet….niet weer, nee, NEE!!!!

Water, water oren… neus……lucht….. help…. …HELP …LUCHT!!! ….ik STIK!
‘Luis-te-ren jongetje, je-moet-luis-te-ren’, mijn hoofd elke keer onder ……gorgelen…….
Schoppen……….lukt niet meer. Alles slap. Lichtpuntjes in het zwart, ze flikkeren. Ik hoor ……alleen… … . is dat de stem van mamma….wat zegt ze?

Op de grond ..hijgen….gewoon ademhalen lukt niet. Het aanrecht om niet te vallen. Ik lijk wel…..een stoom……een stoom..machine. Niemand is in de keuken.
‘Wat zei je moeder ook alweer?’, de stem van grote broer klinkt van ver.
Mamma was erbij. Ik weet het zeker. Ze heeft niks gedaan…….. ze vond het goed.
Het blauwe puzzelstuk ligt op de grond! Langzaam naar beneden, rug tegen het aanrecht houden. Gelukkig, het is nog droog. Nu de tuin in. De keukendeur zwaait vanzelf open.

Wammes waggel…ik lijk wel dronken…over terras, grasveld ….naar de schommel.Tijger, waar kom jij ineens vandaan? Ben je bang voor het gerommel? Of voor de regen? Kijk, de takken lijken van elastiek door de wind. Hoor je dat gekraak? Ja, schrik maar, zoek maar een droog plekje. Voorzichtig……. de schommel slingert naar alle kanten.

Dit keer was ik bijna gestikt. Het is duidelijk. Grote broer wil mij dood maken. Waarom loop ik niet weg? Kan elke dag. Zie ik hem nooit meer.
Het puzzelstuk mag niet nat worden als het gaat regenen. In de broekzak zit het veilig. ‘Oe-ei-weit.’
Oei, Kees roept.
‘Oe-ei-weit’
Ik…ik kan geen geluid maken……mijn keel zit dicht.
‘Oe-ei-weit!’
Dan maar direct de ladder op.

Naast elkaar iets boven de schutting half onder een grote boom. We kijken naar een donkere wolk.
‘Weet je hoe ze in China vroeger mensen dood maakten?’
‘Nee…. hoe dan?’
‘Met kleine pijltjes. Mijn vader vertelde over moorden die een rechter oploste, lang geleden, voordat Jesus werd geboren. Dat komt uit een boek.’
Hij buigt dichter naar mij toe, begint te praten alsof we geheimen bespreken die niemand mag horen.
‘Die pijltjes schoten ze door lange dunne buisjes die ze eerst op mensen richtten.’
‘Zoals……. onze plastic buizen?’
‘Nee, veel dunner.’
Zijn duim en wijsvinger brengt hij heel dicht bij elkaar.
‘Oh,….. wat voor pijlen waren dat?’
‘Niet van papier, maar uit hout gesneden, heel sterk……en met een scherpe punt.’

‘Zo’n klein pijltje ….kan iemand doodmaken?’
‘Ja, want ze deden gif op de punt en als ze die dan zo in een lichaam naar binnen schoten…. kijk zo…..dan ging iemand heel langzaam dood; niet direct.’
’Oh. Zie je niet zo gauw, zo’n klein pijltje.’
’Nee’, hij schudt zijn hoofd, ‘en je hoort ook geen knal uit een pistool.’
‘Geen bloed ….zoals bij een mes of een dolk……….’
Hij knikt heel lang.
‘Goed he? In dat boek lost een rechter moorden op; gewone mensen komen daar nooit achter. Mijn vader vertelde dat de vrouw van een Chinees het stiekem met andere mannen deed.’
‘Jee. Ik heb nog nooit zo’n dun buisje gezien, jij?’
‘Nee, maar ik heb er ook nooit naar gezocht.’
‘Nee, …ik ook niet.’

Een ouder zusje komt aanrennen. Met een snerpende stem eist ze dat mijn vriendje meegaat naar binnen. Ze grijpt zich vast aan de trap en kijkt omhoog. Zeker van plan te blijven wachten. We zeggen niets meer. De ogen van mijn vriendje bewegen naar alle kanten. Hij haalt ineens zijn schouders op en doet wat zij vraagt.
Mijn trap gaat ook op zijn plaats. Een Chinees buisje ….. op het grasveld staat een ligstoel uitgeklapt. Met een plof val ik erin.

Van de donkere wolken bewegen mijn ogen naar de schuur. Tijger loopt op het dak van de keuken, staart recht omhoog, lijf tegen de grond. Doet hij vaker de laatste tijd. Hij verdwijnt onder de bladeren van de grote boom die vlak bij de schuur staat. Misschien springt hij nu in de tuin van de buren.
Hee ……dat is een idee! De schuur grenst aan de bijkeuken en het toilet. Daar zit een raampje…. vlak onder de rand van het dak, aan de kant van de buren……

Als grote broer poept ….buig ik vanaf het dak voorover … richt de pijl op zijn nek … goed richten. En oppassen ….niemand mag mij zien……het gif op de punt ook niet vergeten! Welk gif? Dat zei hj niet…maar dat staat natuurlijk in dat boek.
Onder de bladeren van de boom is veilig. Voorgoed van grote broer af! Voordat hij mij vermoordt. Dat kan heel makkelijk. Niemand denkt aan mij. Alleen volwassen mensen moorden. Vanzelf komt een grote zucht.
Een dun buisje, een houten pijltje en….. gif. Niet veel mensen lezen boeken over het oude China.

Oei, het begint te regenen. De stoel de schuur in. Niet vergeten later in de boom te klimmen om te kijken……….. ja, want na het vermoorden ga ik terug door de tuin van de buren…door het hek en hup, op straat spelen. Ik zie wel wat ik doe.
Het gaat gieten……..wacht even. Er klopt iets niet. Hoe weet ik wanneer hij naar de wc gaat? Kijk……. Tijger schuilt al op het dak voor de deur, hij denkt …. wacht ……..dat is de oplossing: ik ga vanuit mijn kamer het dak op! Gewoon een andere weg nemen!

De stoel nu snel de schuur in……rennen. Oppassen, het puzzelstuk moet droog blijven! Niemand in de keuken…… niet in de gang…gelukkig.
In de badkamer…. natte kleren uit…..het laatste stuk is nog steeds droog. Nu…… afmaken!
‘Wat?????? Dat kan niet ……Tijger? Nee…..al die stukjes…. nee…….’

Joop Brussee

31 mei 2020

los

info