LETTERS

Sinterklaas vraagt aandacht

‘Ik heb een autoriteit gevonden’, zegt Walter enthousiast.
We zitten achter de bar in een cafe en wachten op de bestelling.
‘Vertel.’
De ogen van Walter fonkelen.
‘Na die mislukte documentaires over die klimaatleugen en de plandemie gaat het ons nu lukken, wedden? Het zit hem in de formulering. Gewoon het woord kritisch vermijden.’
Hij schuift iets naar mij toe en begint zachter te praten.
‘Iemand met gezag die de sympathie van jong tot oud heeft. Dan gaat de boodschap er als zoete koek in. Op die manier kunnen we de ogen van mensen openen. Wijzen wat op het moment gaande is. We schudden ze op onze manier uit de hypnose.’
‘Zou dat echt lukken denk je? Dan zullen we wel snel moeten zijn, voor de volledige controle een feit is.’
Eddy, de barkeeper zet twee glazen bier voor ons neer.
‘Heb je bezwaar tegen een verkleedpartij?’ vraagt Walter ineens op normale toon.
Ik schud verbaasd het hoofd, pak een glas en kijk in het glimlachende gezicht van de barkeeper.
‘Oh, leuk, ik ben dol op verkleden, mag ik meedoen?’

In de kleedkamer werp ik een laatste blik in de spiegel. Het kostuum ziet er schitterend uit. De pofbroek is wat wijd maar heel kleurrijk. Het zwart op mijn gezicht heeft mij onherkenbaar gemaakt. Door de intercom wordt Zwarte Piet verzocht naar het podium te komen. Ik grijns en pak de roede. Nog steeds vind ik het knap dat Walter het heeft versierd dat deze persconferentie rechtstreeks op de televisie komt. Gratis zendtijd om onze dwingende boodschap uit te dragen.
Op het toneel is het doek nog dicht en loop ik naar de lege troon die in het midden staat, kijk omhoog naar Walter die op de trapeze zit. Met een hand houdt hij de mijter vast. De floormanager staat tussen de coulissen en geeft een teken dat de uitzending begint. Achter het gordijn klinkt ineens Dag Sinterklaasje, da-ag, het liedje wordt gezongen door het kinderkoor De Leidse Sleuteltjes vanaf het balkon. Het doek gaat open en Walter zakt achter een glazen scherm langzaam naar beneden.

Het applaus wordt overstemd door rumoer achter in de zaal. Een gemaskerd persoon met een pistool rent naar het toneel. Voordat hij wordt overmand lukt het de indringer te schieten in de richting van Walter. De kogel ketst af op het veiligheidsglas. Alle aanwezigen halen opgelucht adem wanneer de gemaskerde wordt afgevoerd. Met de goed heilig man is gelukkig niets gebeurd.
Zodra het stil wordt neemt de Sint het woord. Hij richt zich afwisselend tot de zaal en tot de kijkers thuis.
‘Jullie zien wat er gebeurt als je iets gelooft wat ook niet bestaat.’
Het wordt doodstil in de zaal en op het balkon, niemand begrijpt wat de Sint bedoelt.

Terwijl het glazen scherm omhoog gaat klinkt krachtig de stem van sint Walter.
’Nep! Wat jullie zagen was niet echt! De gemaskerde man is een toneelspeler met een speelgoedpistool. De kogel tegen de ruit geen kogel maar een pepernoot! Niks kogelvrij glas.’
Ik zoek Eddy in de zaal en ontdek hem op de vierde rij: met bril en aangeplakte sik.
‘Illusie’, vervolgt Walter, ‘het is zo eenvoudig jullie in deze prachtig oude schouwburg en jullie die naar een beeldscherm kijken iets te laten geloven. Wat echt lijkt maar het niet is. Zeker op de televisie. Heeft iemand ooit het killing virus gezien waarvoor ook jij bang moet zijn Piet?
‘Nee Sinterklaas’, zeg ik, ‘niemand’, en blijf mijn hoofd schudden.
‘Jullie?’ vraagt Walter.
‘Nee!’, klinkt het massaal uit de zaal. Walter en ik wisselen een blik: de kop is eraf. Na de fake schiet scene zal volgens afspraak de floormanager alleen de tijd nog aangeven. Onze show kan van start. Alleen Eddy is van het vervolg op de hoogte. Het draaiboek vermeldt slechts PERSCONFERENTIE: vragen en antwoorden.

’Hoe weet je nu als iemand nep zegt, dat het ook echt nep is?’, werpt de Sint op.
Onder zijn mantel haalt Walter een chocoladeletter, een M tevoorschijn die hij omhoog houdt.
‘De M van manipuleren. Onthoud dat woord. Is dit een letter Piet?’
‘Haha, een chocoladeletter, Sinterklaas.’
‘Weet je dat zeker Piet?’, Walter gooit de letter omhoog en vangt hem weer op, ‘kijk, de letter is veranderd in een cijfer! Een twee.’
Van boven dwarrelen ineens als sneeuw velletjes papier. Walter grijpt er een. Iedereen behalve Sinterklaas ziet mij de letter 2 op de rug houden.
‘Allemaal cijfers, cijfers en nog eens cijfers. Eindeloos horen we die, dagelijks. Geen idee of die wel allemaal kloppen. Wat verberg jij op de rug Piet?’
‘Een… een…. twee, Sinterklaas.’
‘Chocolade, laat eens zien!’
Langzaam haal ik verbaasd een 4 tevoorschijn. Het wordt ineens stil in de zaal. Iemand achterin de zaal roept, vraagt of de Sint gelooft dat het klimaat gemanipuleerd wordt. Het duurt even voor Walter antwoord geeft.

‘Overal wordt gemanipuleerd. Overigens is het weer iets anders dan klimaat. Natuurlijk wordt er gerommeld met wolken, regen en het zonnetje. Die maan moet toch jaarlijks door de bomen schijnen? En op 30 april hoort een oranje zonnetje te schijnen’, hij glimlacht en vervolgt, ‘waarom komt Sinterklaas op dit moment, in de zomer helemaal uit Spanje?’
Netjes stel ik me op naast Walters zetel.
‘Mijn Pieten nemen mij, een oude man elke dag in de maling. Dat mag. We houden van spelletjes. Maar die gezellige, die je samen deed zoals Pim Pam Piet, zie ik niet meer.’
Eddy reageert op mijn knipoog en roept:
‘Heeft uw komst iets te maken met de terugkerende discussie over het zwart ….. ?’
Walter schraapt zijn keel en onderbreekt hem.
‘Ach, al dat gedoe, die beledigingen moeten een keer stoppen. Alle zwarte jongens zijn in dienst van Sinterklaas, ons historisch theaterspel. Als iemand mij te wit vindt, jammer die kleur van mijn baard. Wees maar jaloers. Een schimmel is niet zwart. Stel dat een lolbroek ineens zwarte stippen en vegen op mijn billen wil zetten?’, gelach klinkt uit de zaal, ‘nee, mijn komst heeft een andere reden. Die is veel belangrijker.’

Ik ga op de grond zitten met gekruiste benen en kijk omhoog naar Walter.
‘Waarom deze conferentie?’ herhaalt hij en houdt twee mobiele telefoons op, ‘de Sint komt vanwege deze draadloze dingen. Ooit gewoon telefoons. Handig om met iemand te kunnen praten op afstand. Nu heten ze smart en kunnen van alles. Makkelijk, zeggen mijn Pieten. Maar let op: het zijn niet alleen apparaten waarop jullie spelletjes spelen, maar ook waarmee je een slaaf bent gemaakt. Aan de andere kant van de onzichtbare verbinding word je voortdurend in de gaten gehouden.’
Ik kijk weer naar Eddy die direct reageert.
‘Wat is er tegen het spelen van spelletjes Sinterklaas, dat doen we toch allemaal graag?
‘Ik ben dol op spelletjes jongeman. Daar gaat het niet om.’
‘Waarom dan wel?, vraagt Eddy en vervolgt snel, ‘onderzoek heeft uitgewezen dat games goed zijn voor de hersenen, dus voor de ontwikkeling van juist de kinderen!’
‘Weet u wie dat onderzoek betaald heeft?’ Er volgt een pijnlijke stilte.

‘Kijk, zegt Walter, we leven in een tijd van speculaas.’
‘Speculeren bedoelt u Sinterklaas!’
‘Dat zei ik toch Piet. Een heel, heel rijk groepje is slim en super machtig. Zij willen dat we met deze smartphones alles doen. Straks doen wij zelf niets meer. Zij houden ons niet alleen in de gaten maar bepalen ook welke spelletjes we mogen spelen. Ja ja. Onthoud: ze beloven van alles, de prachtigste dingen. Stoppen zeg ik. Ze zijn wolven in schaapskleren.’
Ik sta op.
‘Wat? Wolven in schaapskleren?’, ik brul en zwaai dreigend met de roede.
‘Ja Piet, die wolven maken ons iets wijs. Net als ik zojuist deed, ze manipuleren ons. Ze willen de macht over ons allemaal.’ Onder de laatste woorden houdt Walter beide smartphones opnieuw omhoog waarop Eddy vraagt:
‘Bedoelt u dat ze ons dag en nacht gaan controleren? Ook kinderen en Sinterklaas?’
‘Precies. Maar….. Sinterklaas zegt: niks daarvan. Al die mooie praatjes van de bad big boys, niet geloven! Zelf smart blijven! Zelf nadenken. Dat wil jij toch ook Piet? En jullie?’
Ik knik overdreven en de kinderen in de zaal geven steun. ‘Wie bedoelt u met de big bad boys?’ ‘Wakkere volwassenen die nadenken kunnen dat aan kinderen uitleggen. Hoe dat groepje via supergrote wereldbedrijven ons in de greep houdt. Maar…..Sinterklaas blijft alles zelf doen. Kom nou, op een dag komen ze met een virtuele Sint en heb ik het nakijken.’

De floormanager is nergens te bekennen. Op mijn horloge zie ik dat de tijd van de uitzending er bijna opzit.
’Denkt u Sinterklaas, dat u alles beter weet?’ roept iemand vanuit de zaal.
‘Jong en oud zien mij Piet, als autoriteit en die heeft altijd gelijk’, zegt Walter met een glimlach waarna ik hard begin te lachen en Eddy de lach overneemt en de zaal aansteekt, ‘ja, lach maar. Niemand, niemand in de wereld kan zeggen: ik heb de wijsheid in pacht. Ook jij niet Piet. Laat je niks wijsmaken. Niet door autoriteiten. Niet in wat die mobieltjes zeggen. Denk zelf na, oefen dat dagelijks. Onderzoek! Laat dat niet over aan die onzichtbare big bad boys die alle vrijheid van je afpakken.’
Het is opnieuw heel stil geworden in de zaal. Plotseling klinkt er een stem van een kleine jongen: ‘Sinterklaas, wanneer krijgen we nu de chocoladeletter die beloofd is?’
Tijdens de explosieve lach die hierop volgt haal ik de letter vier tevoorschijn die een M blijkt te zijn. Walter wenkt. De jongen neemt deze letter in ontvangst terwijl het koor Dag Sinterklaasje da-ag zingt. Dan krijgen alle kinderen de letter M en valt het doek. Een regen van pepernoten daalt neer in de zaal.

Walter, Eddy en ik vallen in de kleedkamer vermoeid maar gelukkig in elkaars armen.
‘Geweldig, ijzersterk jouw familie Eddy: allemaal geboren acteurs. En jij moet goochelaar worden Walter.’
‘Het belangrijkst is dat onze boodschap via de televisie is overgekomen’, puft hij.
De floormanager komt glimlachend binnenlopen. We hebben hem niet gezien tijdens de persconferentie.
‘Ik wilde jullie show niet onderbreken maar vrij snel na die zogenaamde schietpartij kregen we te maken met een langdurige technische storing waardoor de kijkers de rest hebben gemist.’
Sprakeloos, geheel verslagen staan we aan de grond genageld. Ik zoek een stoel en voel de rest van mijn energie het lichaam uitstromen.

Joop Brussee

1 juni 2020

lees hier wat aan deze persconferentie vooraf ging.

INTRO