GEROBOT

rommelen aan emoties

‘Hoe maak je van een mens een robot?’
Het is stil in de zaal. De professor lijkt na te denken.
‘Een interessante vraag van een van jullie.’
De zoemer klinkt.
‘Daar kom ik op terug, de volgende keer.’
De studenten staan op. Ger aarzelt of hij naar beneden zal lopen om de prof aan te schieten maar hij ziet dat anderen hem voor zijn en besluit het niet te doen. Hij houdt niet van wachten in een rij.
‘Je bent onze afspraak niet vergeten?’
Blesse staat naast hem.
‘Gratis eten vergeet ik nooit.’
Samen lopen ze tussen de andere studenten de collegezaal uit.

Een half uur later in het restaurant niet ver van het universiteitsgebouw beduidt Blesse even niet te willen praten. Ze leunt achterover. Ger maakt hiervan gebruik zijn mailbox te checken. Nadat hij de berichten gelezen heeft kijkt hij op. Ze volgt nog steeds het gesprek van de twee oude mensen achter haar die met de jonge ober praten. Hij kijkt naar buiten. Die overdreven nieuwsgierigheid is hem bekend. De blonde ober die ze niet ziet, kan het onderwerp van gesprek niet zijn.
Blesse buigt zich langzaam terug naar de tafel. Ze zegt op zachte toon:
‘Die man vroeg wat het woord smart inhoudt.’
Ger kijkt verbaasd, ze vervolgt snel:
‘Zo heet deze tent toch, Smartrestaurant.’
Onverschillig haalt hij zijn schouders op. Blesse vervolgt snel:
‘Die ober wist het niet maar die oude man bleef aandringen. Wat is hier smart aan vroeg hij.’
‘Nou en?’
‘Die ober doet nu navraag, werkt hier nog niet zo lang.’
Ger knikt.
‘Alles is smart of wordt dat wel op een dag. We leven in een smart module. Zeg dat maar tegen die man. Interessanter is hoe de prof op mijn vraag reageerde.’
‘Hoezo? Uitstellen is toch niets bijzonders?’
‘Hij wist donders goed op welk moment hij mijn vraag voorlas.’
Blesse kijkt hem aan. Ger knikt en vervolgt:
‘Hij wil zich stevig voorbereiden.’
‘Ik kan jou even niet volgen. Waar maak je je druk over. Die mensen achter mij begrijp ik tenminste.’
‘O ja?’
‘Al die nieuwe woorden voor die oudjes. Ze denken misschien: wie kun je nog vertrouwen? Politiek? Media? Wij stellen ook vragen bij die voortdurend eenzijdige…………’ ‘Ja, met niveau heeft dat niet te maken. Ik zag pas een hoogleraar in een interview zeggen: de beelden laten zien…… alsof beelden niet gewoon gemanipuleerd worden. Dat gebeurt dagelijks op de televisie. Zo’n man zou toch moeten weten dat beelden zelfs het omgekeerde kunnen vertellen.’
Blesse wenkt de ober terwijl ze zegt:
‘Hij komt er gewoon het volgend college op terug. Moet er als anti marxist over nadenken. Hij wordt natuurlijk ook gedwongen mee te doen.’ Ger knikt.
‘Wel oppassen dat je hem te vriend houdt, je hebt hem nodig.’
De ober legt de menukaarten neer en schrijft op wat ze willen drinken. Ger buigt zich licht voorover.
‘Wat mij interesseert is hoe de omvorming plaats zal vinden. Een controle maatschappij is een gegeven. Maar in hoeveel stappen gaat dat gebeuren? Kunnen ze op tijd protesten de kop indrukken? De angst voeden?’
Ger ziet Blesse de ober zoeken. Ongetwijfeld valt ze op hem. Hij kijkt op zijn horloge.
‘Het gaat op het moment best snel. De opbouw van dat klimaatgeloof duurde jaren. Aardig gesetteld nu. Wie voelt zich nog niet schuldig? En met dat afstand houden, de muilkorf…. steeds dwingender. Heel gedurfd. Gehoorzamen. Terug in je hok!’
‘Het lijkt op het ogenblik te versnellen ja’, zegt Blesse en wenkt de ober.
‘Steeds mensen beginnen wakker te worden. Dus in tempo van iedereen een robot maken voor het te laat is.’
‘Misschien gaan ze eerst een pauze inlassen.’
‘Robots in de bediening zal het sneller maken.’
Blesse kijkt vragend Ger aan.
‘Wie ga je straks meenemen naar huis? Deze blonde aantrekkelijke jongen of een kale genderloze robot?’
Blesse schudt glimlachend haar hoofd terwijl ze op de menukaart kijkt.
‘Ik las dat op de nieuwe identificatiekaart geen man of vrouw meer vermeld staat.’
‘Nee. Vind je dat gek? Hoe lang ga jij door met je telkens je te verbazen in een technocratische ontwikkeling die niet te stoppen is?’
De ober staat ineens bij hun tafel om de bestelling op te nemen. Ger zegt dat hij tevergeefs op de kaart zocht naar de smartsaus.
Blesse geeft aan dat het een grapje is.

Ger haalt zijn vinger uit het gat in de glazen deur van de squashbaan. Zijn vriend Roy is uitgeput in een stoel gevallen. Hij legt zijn racket op tafel en gaat naast hem zitten. Ze kijken door het glas naar de lege baan. Roy zegt:
‘Je speelde sterk, heel gecontroleerd.’
‘Ja, computer gestuurd.’
‘Daar zeg je wat. Heb je soms al een chip in je hand?’
‘Ja, handig. Best slim zo’n apparaatje…. wil je er ook een…..alleen om te winnen.’
‘Alsjeblieft…..laat die beker aan mij voorbijgaan’, puft Roy.
‘Hoe komt het toch dat jij zo bang bent voor elektronica in je lichaam? Goed voor je!’
‘Ach man, we al halve robots.’
Twee nieuwe spelers komen de baan op. Ger loopt weg naar de bar. Langzaam komt Roy overeind in zijn stoel en kijkt naar het ritmisch inslaan van het tweetal. Ze zijn duidelijk een niveau beter. Het lijkt op een soort hartslag. Hij denkt aan de klanken die uit het speelgoedpianootje komen van zijn jonge zusje. Met een druk op de knop blijft dezelfde melodie zich eindeloos herhalen en en ik kop hangen. Hij draait zich om en ziet Ger bij de bar staan die twee grote pullen naar zich toe trekt. Zodra Ger weer zit zegt hij:
‘Dat meisje achter de bar is volgens mij een jongen.’
‘Nee, die jongen achter de bar is precies een meisje.’
Lachend drinken ze met flinke gretige teugen.
‘Dus jij vindt dat we al een beetje een robot zijn?’
‘Ach, als ik naar mijn ouders kijk…..’
Ger staart bewonderend naar het spel achter de glazen ruit.
‘Zo hee, niveau! Ze draaien schitterend om elkaar heen.’
‘Sensors overal wedden?’ Ze Zwijgend volgen ze een rally.
‘Als ik bij mijn ouders in hun medicijnkastje kijk, zo. Propvol. Chronisch slikken ze het ene medicijn vanwege het andere, ….op die en die tijd…pppffff…. voortdurend de boel smeren en aan de gang houden voor er iets gaat piepen of kraken.’
Beide legen hun pullen.
‘Wanneer noem je een mens een robot?’
‘Of een robot een mens?’, Ger denkt aan cartoons die hij wel eens op de televisie ziet. Eerst waren robots vijanden maar tegenwoordig doen ze leuk met kinderen en een volwassenen is een pias of een debiel. Met games zal het niet anders zijn. Kinderen worden voorbereid op een nieuwe wereld.
‘Lijkt me niet zo moeilijk. Je bent een robot als je niets meer voelt. Een nichtje van me heeft een robot arm. Ze doet van alles, mist het echte gevoel erin.’
‘Oh, nee dat wil ik niet. Lekker blijven voelen, hoe viezer hoe beter.’
Lachend pakken ze de rackets en lopen richting kleedkamer.

De professor kijkt op de klok boven een van de deuren. Ger zet een vraagteken op de bloknoot voor hem.
‘Dan kom ik nu terug op de vraag: Hoe maak je van een mens een robot?’
Blesse wisselt een blik met Ger. ‘Een interessante vraag. Doen we een stap terug dan moet ik constateren dat de vragensteller er kennelijk vanuit gaat dat de mens in de toekomst deze ombouw te wachten staat. Wat heeft hij daarbij voor ogen? Denkt hij zelf onontkoombaar dat te worden? Of zoekt hij naar een mogelijkheid tegen een ontwikkeling in te gaan? Of misschien wel: is er een keus?’
Ger zet een uitroepteken achter het vraagteken en schrijft controle samenleving. Om het woord controle blijft hij cirkels draaien.
‘In onze tijd wordt de mens aangepast. Anders gezegd: de techniek wordt ingepast. Van de cirkel maakt Ger een hoofd. ‘Een voorbeeld. Door een lange periode flink afstand van elkaar te houden vindt er in het lichaam een belangrijke omschakeling plaats. Er wordt een genetische knop uitgezet, zeg maar. De letterlijke afstand die mensen tot elkaar hebben is normaal gesproken heel belangrijk. Het is een van het meest menselijke emoties, misschien wel de belangrijkste, het dicht bij elkaar zijn. Elkaar fysiek aanraken.’ Blesse kijkt net zo lang naar Ger tot hij opkijkt en haar een knipoog geeft. ‘Als elkaar knuffelen lange tijd niet mag dan schakel je iets typisch menselijks dus uit, wat zoals ik uitleg, in de mens aanwezig is.’
Roy wisselt een blik met Ger.
‘Waar het allemaal om draait zijn de genen. We weten daar steeds meer over. Ook hoe belangrijk emoties zijn. Hoe knoppen van genen aan- en uitgezet kunnen worden en ook het effect daarvan. Zo vormt het doorgegeven naar volgende generaties simpel gezegd een manier waarop de mens zijn mens zijn inlevert.’ Blesse ziet Ger een vol geschreven papier dichtvouwen. ‘Daar is overigens wel tijd voor nodig. We zitten voorlopig nog in een experimentele fase. Het eindpunt daarvan zal ik waarschijnlijk niet meer meemaken. Hopelijk.’
Het laatste woord is nauwelijks te verstaan.
In de stilte die volgt klinkt de zoemer.

Joop Brussee

mei 2020

[home]