MASKERADE

een oud en toch nieuw spelletje

Op het podium van de nagebouwde arena staat links een tafel waarachter 3 mensen zitten. Ze hebben ieder voor zich een naambordje: Truus, Henk en Willy. Aan de rechter kant staat net zo’n tafel waar niemand achter zit. Alleen bordjes met de nummers 1, 2 en 3. Hoge pilaren als injectiespuiten vormen het decor. Daartussen zijn virtueel tralies te zien waarachter leeuwen die watertandend heen en weer lopen. In het middenin is een hoge poort.
Zodra de spelleider het podium betreedt en achter zijn katheder tussen de tafels gaat staan volgt een groot applaus van het publiek.
‘Welkom bij het wereldspel dat stamt uit de oudheid. Aan spanning heeft het nog steeds niet ingeboet. Doel is erachter te komen wie het echte personage is. Daarvoor geven zich drie mensen uit. Maar een ervan kan slechts de echte naam hebben. De twee anderen zijn dus vals.’ Uit de luidsprekers die rondom zijn opgesteld klinkt het gegrom van leeuwen. ‘Het is aan het panel, de jury zeg maar, erachter te komen wie dat personage is. Geen gemakkelijke opgave omdat iedereen bij iedereen zand in de ogen mag strooien. Wilt u allemaal uw mobiele telefoons uitzetten? Eten is toegestaan.’
In het publiek zet een aantal mensen de telefoon uit. Kennelijk waren ze vergeten dat pas op het eind die telefoon mag aanstaan. De spelleider vervolgt:
‘Zoals u weet vindt na alle vragen en antwoorden een stemming plaats bij zowel het panel als bij jullie, het publiek. Na de onthulling gaan de valse twee personen voor de leeuwen.’ Opnieuw klinkt het angstaanjagend gebrul van leeuwen.
‘Ja, dat geldt ook voor de paneelleden die het fout hadden. Dat is geen leuk vooruitzicht.’ Na een groot applaus klinkt hoorngeschal, gevolgd door een fanfare.
‘Dan introduceer ik allereerst de moedige drie panelleden die op zoek gaan naar de waarheid: Truus, met een hoed op, vol met fruit, wie vertegenwoordig jij?’
‘De stem van het volk, van alle echte mensen!’
Luid gejuich vult de arena.
‘Henk, wat vreemd zie je eruit met een snorkel in de mond, namens wie zit jij hier?’
‘Het midden en klein bedrijf dat nauwelijks het hoofd boven water kan houden door de globale superreuzen die ons een voor een verdrinken.’
Het massale applaus houdt geruime tijd aan.
‘Tenslotte Willy, met oogkleppen op, jij zit hier namens de wetenschap?’
‘Niet helemaal correct. De pseudo wetenschap. Wij willen graag subsidie houden.’
Licht applaus maar veel meer gefluit.
‘Akkoord. Spannend. Hier komen de drie waarvan er twee nep zijn.’
Tijdens het hoorngeschal komen drie mannen van middelbare leeftijd achter elkaar uit een poort. Ze zijn precies hetzelfde gekleed en dragen een masker met hetzelfde grijnzende gezicht.
De spelleider leest voor: ’Ik ben verreweg de rijkste man van het heelal. Leef in multi hemelen. Ik schep er een genoegen in om te handelen met stoffen, techniek en mensen met als doel nog rijker te worden. Dat doe ik door manipuleren, uitkopen en iedereen voor de gek houden. Dat kan als je zo rijk bent als ik’, de leider wijst met beide handen naar het drietal, ‘deze uitspraak is van BeeGee.’
Vervolgens zeggen de drie heren een voor een:
‘Ik ben BeeGee.’
Ze nemen plaats achter de tafel met nummers.
‘Wie is de ware BeeGee? Ons spel kan beginnen.’
Hoorngeschal, gevolgd door fanfaremuziek.

De spelleider:
‘Telkens wijs ik een vraagsteller aan. Het vragenvuur kan nu van start. Truus, jij begint.’
Truus:
‘Waar woont u, nummer 3?’
‘Op een geheime locatie.’
‘Dat zegt een maffiabaas ook, nummer 2!’
‘Zoiets hoeft u mij niet te vertellen. Henk:
‘Hoe verdient u al dat geld, nummer 1? ‘Vertel ik niet. Dan krijgt iedereen inzage in mijn papieren die vooral niemand mag zien.’
Willy:
‘Hoe krijgt u voor elkaar waar veel mensen in de wereld van dromen, nummer 2?’
‘Daarvoor moet je een superslimme jongen zijn. Zoals ik. Met een beetje geluk. Maar dat kun je natuurlijk ook afdwingen, met geld.’
Henk:
‘Slikt u medicijnen, nummer 3?’
‘Ik kijk wel uit!’
Truus:
‘Laat u zich wel eens vaccineren, nummer 2?’
‘Daar sta ik boven. Ik ben allergisch voor alles wat in mijn lichaam gespoten wordt.’
Henk:
‘Waar komt dat zogenaamde filantropische gedrag toch vandaan? Bent u een dromer, een fantast, nummer 1?
‘Ik begrijp de vragen niet. Ik ben iemand die elke dag minimaal een miljoen wil verdienen en dat ook minimaal doet.’
Truus:
‘Vindt u niet dat u teveel verdient? Dat u al genoeg geld hebt, nummer 2?’
‘Genoeg is nooit genoeg. Uitdagingen horen bij het leven. Die zoek je. Sommige mensen vinden dat pervers omdat ze jaloers zijn.’
Willy:
‘Wat doet macht met u, nummer 3?’
‘Daar denk ik nooit over na. Als je dat hebt zoals ik, dan slaap je lekker, met natte dromen.’
Truus:
‘Wat zegt u als iemand u corrupt vindt, nummer 1?’
‘Iedereen is corrupt als het zo uitkomt. U ook. Denk maar aan een leugentje om bestwil.’
Henk:
‘Er wordt wel gezegd dat u een ziekelijke kijk op de wereld heeft, nummer 2!’
‘Ik ben zo, zo ziek, zo ziek, dat ik weer gezond ben. Ik ben tovenaar ziet u. Begrijp mij goed: dus niet zijn leerling.’
Willy:
‘Zelfde vraag, nummer 3!’
‘De wereld AI maken, dat betekent eerst een grote schoonmaak houden.’
‘Hoe doet u dat?’ ‘Het kaf van het koren scheiden. Er zijn nu teveel mensen. Plannen maken samen met vrienden hoe daaraan iets te doen.’ Truus:
‘Wilt u uiteindelijk de hele wereld regeren, nummer 1?’
‘Willen? Dat doe ik al. Tot in de verste uithoek van het heelal.’ Hij lacht.
Willy: Hoe vertelt u leugens aan de mensen, nummer 2?’
‘Niet teveel zelf doen. Daar zijn anderen voor. Die vangen dan eventuele klappen op.’
Truus: ‘Zong u ooit in de groep Beegees, nummer 1?
‘Nee. Maar ik zing altijd spontaan wat in mijn hoofd opkomt wanneer ik cijfers binnenkrijg waaruit blijkt dat opnieuw mijn bankrekeningen stijgen.’
Willy: ‘U lijkt geen hart te hebben. Wat dacht u van een computer op die plaats inplanten, nummer 2?
‘Niet nodig. Ik ben zelf al een sprekende computer die van de sterken die overblijven lijntjes in mijn handen krijg. Gebundeld. Techniek maakt alles mogelijk. Als kind keek ik graag naar een poppenspeler. U ook?’


Het geluid van een gigantische gong klinkt. In de nagalm zegt de spelleider:
’De tijd is om. Tijd om te stemmen, het publiek kan dat via de telefoon. Vanaf nu!’
Een kakofonie van allerlei geluiden en instrumenten vult geruime tijd de arena.

‘Ah, ik zie dat de stemmen van de jury verdeeld zijn. Verrassend. Een gelijkspel zeg maar. Ik ben benieuwd naar de motivatie.’
Truus:
‘Nummer 2. Vanaf het begin voelde ik dat. Er zit iets in hem wat niet klopt. Dat moet hem zijn.’
Henk:
‘De antwoorden van nummer 3 vond ik heel geloofwaardig. Hij sprak ze ook sterk uit.’
Willy:
‘Nummer 1 had net dat ietsje meer geloofwaardigheid voor mij door zijn wilde armbewegingen. Hij keek mij ook veel aan.’
‘Dan is het moment daar. Als het goed is heeft het publiek al via de telefoons gestemd. De winnaars krijgen een gratis positieve gezondheidstest van BeeGee Foundation. Wil dan nu de echte BeeGee zich bekend maken?’
Oorverdovend tromgeroffel. Ineens geeft de mobiele telefoon van de spelleider geluid. Hij luistert. Daarna richt hij zich op en vertelt dat hem wordt gevraagd het volgende door te geven. Van hoger hand: ‘De waarheid kan niet openbaar worden gemaakt. Dat is staatsgeheim. Het heeft te maken met geldstromen die allemaal in dezelfde richting wijzen.’ Het is doodstil geworden in de arena. Iedereen ziet hoe alle drie de BeeGees langzaam doorzichtig worden, oplossen zoals virtuele figuren in een game die afgeschoten worden. Hetzelfde gebeurt met de tralies en de leeuwen daarachter.
Hoorngeschal klinkt.

De pilaar-spuiten lichten ineens op. Ze kantelen richting publiek, blijven schuin omhoog gericht staan. Uit de naalden komen stralen die als nevel de hele arena vullen. Intussen bedankt de spelleider alle aanwezigen en sluit af met de woorden:
‘Het ga u allen goed in gezondheid, namens BeeGee.’
De ‘zuilen’ spuiten ineens vuurwerk dat in diverse kleuren de inmiddels laaghangende nevel een feestelijk karakter geeft. ‘Oohs en aahs klinken van het publiek. Fanfare vult langdurig de arena.

Joop Brussee

mei 2020

[HOME]