GEHEIM


De jongen vraagt:
‘Wat is het geheim opa,
dat je zou oud bent geworden?’
De man staart in de verte.

Hij denkt.

Fietsen en fluiten,
vieren en vrijen,
zuipen en zeiken,
roken en rukken.

Weg met de wijven,
vlieg uit verliezen,
ver van verraders,
klootzak, de klere.

Hij aarzelt

Schransen en slurpen,
lullen en lallen,
schijten en scheten,
persen en poepen.

Bek dicht bedriegers,
smeerlappen, schoften,
elimineer die etters,
tuig krijg de tering.

De jongen wacht.
‘Het geheim van …..’
De man kijkt hem aan.
Hij grijnst en zucht.
‘Dat is, onthou maar,
ontlucht.’

Joop Brussee

september 2020

[HOME] [GEDICHTEN]