TROTS

In de Breestraat, ik sta stil,
kijk omhoog.
De Bijbeltekst, opnieuw geverfd.
Voor iedereen te lezen, nu.
Mijn vader wilde dat.

Erin geslagen, geloofde hij.
In stilte pijn, hij lacht.
Van God zijn alle woorden.
Luister jongen, lees!
Mijn vader las dat.

Ik heb hem niet gekend.
Te ver was hij, te ver.
Het woord voor hem was heilig.
Zijn wil: ook ik zou lezen.
Mijn moeder behoedde dat.

Toch, ik luister op zijn knie,
kijk omhoog.
Hij zag mijn lijden.
Wat kon hij doen?
Zo wilde mijn moeder dat.

In de Breestraat, ik sta stil,
draai mij om.
Bruut verraden, ’t vaderland.
Abrupt gestopt, het lezen.
Mijn leven wilde dat.

Joop Brussee

oktober 2020

[HOME] [GEDICHTEN]