NAGELS

Tussen twee zoons, ze liep.
Oud al. Mijn broer gearmd.
Hij was haar keus.
Omdat ik dacht
aan mezelf?

Mijn broers ogen, mijn ogen. Wandelen, fietsen.
Leiding was opdracht.
Verboden, het denken
aan mezelf.

In de wandelgang, ze greep.
Haar nagels, diep in ’t vlees.
Ik was een kind. Ze siste:
‘Je denkt alleen
aan jezelf.’

Soms, het gebeurt.
Ik let niet op een ander.
Beetje schaamte, beetje schuld.
Even, dat denken
aan mezelf.

Joop Brussee

oktober 2020

[home] [verleden]