SCHAT

de gekte slaat toe

Ze keek hem bestraffend aan.
‘Zou je niet….’
Ineens kon hij het niet meer verdragen. Dag na dag die blik van haar. In het ziekenhuis bij collega’s lag alles anders. Daar begreep hij niet hoe iedereen ethisch met de situatie omging. Ze zwegen allemaal. En bij zijn vrouw…… Elke dag keek ze naar het journaal, met het gevolg dat ze in een afschuwelijke hypnose leefde waar hij helemaal geen vat op kon krijgen, wat hij ook vertelde. Hij hield nog steeds van haar maar dat hij schuldig zou zijn in haar ogen ging heel ver. Het was beter dat hij een tijdje ergens anders zou doorbrengen. Bij een vriend bij voorbeeld. Hij liep de kamer uit, richting stal.


‘Dag Schat, fluisterde hij tegen zijn paard, ‘ik kan nu niet zonder jou.’
Zijn handen gleden over de glanzende zwarte hals. Het dier werd onrustig, hij begreep dat het naar buiten wilde. Hij fluisterde:
‘Gisteren werd de baas uit het ziekenhuis gestuurd. Twaalf jarige bezieling in een keer weggesneden. Geloof je het?’
Wilt u nu direct dit gebouw verlaten.
In zijn hoofd bleef bijna onafgebroken deze zin rondtollen. Het leek alsof dat ontslag maar niet tot hem door wilde dringen. Een gruwelfilm waar je van buitenaf naar kijkt. Dat commando kwam uit een andere wereld, een wereld waarin ook zijn vrouw leefde.
Beide armen sloeg hij om de hals van het paard. Vanaf het eerste moment had hij het liefgehad. Een jongensdroom. Langzaam maakte hij het touw los en nam het paard mee naar het weiland achter het huis. Het dier rende direct van hem weg.


Hij klom de dijk op. Hoe nu verder? Een gevoel van alleen zijn overviel hem. Tijdelijk chirurg in een ander ziekenhuis? Bij welke vrienden logeren? Of samen met Schat een vrjheidsreis maken?
Op de dijk draaide hij onrustig naar alle kanten en bedacht hoe snel alles gegaan was. Plotseling een papier voor zijn neus waar hij een handtekening onder moest zetten. Vervolgens die vreemde periode met die manipulatie van vermeldingen van overlijden. Ineens het moment dat hij zeker wist dat iets niet in de haak was. Collega’s die daar niet over wilden praten. Kennelijk bang voor hun baan. Overal angst.
De sterke wind, deed hem goed, leek hem enigszins leeg te blazen.
Schat stond rustig te grazen. Hij keek een moment op in zijn richting. Zou hij voelen dat er iets ging gebeuren? Iets. Langzaam begon hij te wandelen over de dijk. Had het zin over dat zwijgpapier verder na te denken? Protest aantekenen? Informatie over de lege ic’s naar buiten brengen en vertellen wat precies in het ziekenhuis aan de hand was? Hij keek in het rond en dacht: nee, van dat tekenen heb ik geen spijt niet. Ik kon nog niet vermoeden…..


In de lucht zag hij een groep vogels vliegen. Telkens draaide de formatie een andere richting op. Het deed hem denken aan beelden van een gigantische groep Aziaten die op een veld dezelfde bewegingen maakten voor een of ander festival. Als collectief had iedereen zich aan de leiding overgegeven. Hoorde erbij. Ze deden wat opgedragen werd. Stond dat bij ons ook te gebeuren? Luisteren en aanpassen? Hij hoorde zijn naam roepen en draaide zich om. Over de dijkweg vanuit de richting van het dorp naderde een man. Hij herkende hem direct aan de manier van lopen. Tegenwoordig droeg hij een speciaal jasje. Hij was gepromoveerd tot handhaver of controleur.
Ze begroetten elkaar. Direct maakte de man een gebaar dat hij een masker moest voordoen.

Zonder iets te zeggen overhandigde ze hem de brief van het GAK. Achter zijn schrijftafel las hij de reden van zijn ontslag: wegens verzet tegen de voorgeschreven maatregelen. Een uitkering kon hierdoor niet worden verstrekt.
Hij liet de brief zakken en keek naar buiten. Schat draafde vrolijk rond. Boven de dijk hingen plukken wolken met donkere koppen. Hij draaide weg en zag de deuropening zijn vrouw wachten. Ze begreep de inhoud van de brief en verdween zonder iets te zeggen. Hij zuchtte. Hoe vaak hij ook gezegd dat ze niet bang hoefde te zijn en verteld wat werkelijk volgens hem aan de hand was. Tevergeefs. De laatste maanden was ze veranderd in een levend brok angst. Alsof ze een papier van een sekte had getekend waarin stond dat ze voortaan in de media alle informatie, mededelingen en opdrachten van de overheid blind diende te geloven en uit te voeren.
Kon hij haar iets kwalijk nemen? Hij draaide zich naar buiten. Schat schudde met zijn kop en maakte sprongen. Hij hield van Schat, zijn werk en nog steeds van zijn vrouw, maar……. het leek alsof hem een keuze werd opgedrongen.
Opnieuw keek hij op het papier. Met beide handen verscheurde hij het.

In de trein was het niet druk. Hij schoof de rugzak in het bagagenet. Tegenover hem zat een vrouw vermoedde hij. Het gezicht was bijna volledig bedekt door een spierwit masker. De grote ogen volgden zijn bewegingen. Met een snel opkomende woede wilde hij het witte ding van haar gezicht trekken. Dit was geen ziekenhuis. Met moeite beheerste hij zich. Het zou zijn vrouw kunnen zijn dacht hij net op tijd.
De vurige ogen bleven hem onafgebroken recht aanstaren. Na enige tijd toen ze merkte dat haar scherpe blik geen effect had produceerde ze een geluid. Hij hoorde niet wat ze zei. Normaal zou hij vragen iets harder te praten. In plaats daarvan negeerde hij haar volledig en zocht naar de foto van Schat in zijn jaszak. Ineens klonk een schreeuw vanachter het witte katoen.
‘U hebt geen mondkap op!’
Hij dacht: zou ze werkelijk ervan uitgaan dat hij nu ook zo’n witte een lap tevoorschijn haalt? Dat hij zijn gezicht bedekt omdat zij hem dat bevel gaf? Omdat zij keurig de spreekbuis is van de autoriteiten? Dat bevel nu eenmaal bevel is? Vooral niet nadenken omdat de overheid dat voor je doet? Of dat ik een misdadiger ben die andere mensen in gevaar brengt?
Hij slaakte een zucht. Ze voelt zich sterk in haar bedreiging. Wie weet haalt ze straks een modieuze revolver uit haar handtasje.
Grinnikend keek hij naar buiten. Landerijen met hoge antennes en windmolens verschenen, verdwenen en vlogen voortdurend voorbij. Haar ogen nog groter wanneer hij opnieuw haar zou aankijken? Het adres van zijn vrouw kon hij geven. Een vriendin om verontwaardiging over hem uit te wisselen. Hij stond op en vond in het zijvak van zijn rugzak de foto van Schat. Hij staarde lange tijd naar de foto. Zijn ogen werden vochtig.


Plotseling verscheen in het gangpad een man in uniform. Met een vinger wees de vrouw naar zijn gezicht. De conducteur maakte een beweging met zijn hand. Hij schudde licht het hoofd. Het was beter in deze gemoedstoestand geen discussie te beginnen. Met het gevaar zichzelf niet meer in de hand te hebben.
De conducteur draaide zich naar het gangpad en wenkte. Twee mannen, half in uniform gekleed kwamen aanlopen. De ene haalde zijn rugzak uit het bagagerek. De ander verzocht hem mee te gaan. Toen hij bleef zitten werd hij beetgepakt. De vrouw knikte goedkeurend en keek glimlachend naar buiten. Het volgende moment viel haar blik op de foto van het paard die op de grond was gevallen. Ze aarzelde, raapte hem op, verscheurde hem waarna ze de resten met een tevreden uitdrukking op haar gezicht in de afvalbak wierp.

Joop Brussee

oktober 2020

[home] [verhalen] [vizier] [verleden]