DARLING

Ze keek hem bestraffend aan.
‘Zou je niet….’
Hij kon het ineens niet meer verdragen. Na zoveel jaar. Wilde hij nog iets aan zijn leven hebben dan was het beter het huis te verlaten.
Zonder iets te zeggen liep hij de kamer uit, rechtstreeks naar de stal waar hij merkte dat zijn paard blij was hem te zien.
‘Dag Darling’, fluisterde hij, ‘ik zal jou missen.’
Zijn handen gleden over de haren, over het zwarte lijf. Het paard werd onrustig.
Hij dacht aan het moment dat hij gisteren het ziekenhuis verliet. Na zeventien jaar was de band met het werk dat hij altijd zo vol overgave had gedaan ineens afgesneden. Had hij voor niks voortdurend geprobeerd mensen in leven te houden?
Wilt u nu direct dit gebouw verlaten.
In zijn hoofd bleef deze zin zich eindeloos herhalen. Het leek alsof dat ontslag niet door kon dringen. Omdat het onwerkelijk was? Een horror film. Uit een andere wereld waarin ook zijn vrouw inmiddels leefde.
Beide armen sloeg hij om het dier dat hij vanaf het eerste moment dat hij het zag had liefgehad. Daarmee was een droom werkelijkheid geworden. Was hij in staat hun band door te snijden? Ook lukte het niet daarover verder te denken.
Hij liet het zwarte dier los uit zijn stal. Direct rende het richting het groene veld dat achter zijn huis lag.
Langzaam liep hij naar de dijk. Hoe nu verder? Wie zat te wachten op iemand die zijn leven voor andere mensen op het ic van een ziekenhuis had gewerkt? Zijn hobby omzetten in werk elders? Het werd met de dag moeilijker om aan de slag te komen.
Terwijl hij tegen de dijk opklom dacht hij hoe snel alles gegaan was. Het was begonnen met dat papier waar hij een handtekening onder had gezet. Op dat moment zich totaal niet realiserend wat hij deed. Zwijgen was geen vies woord. Zeker niet wanneer zoiets in het algemeen belang was zoals dat was beschreven. Toen wist hij nog niet….
Op de dijk voelde hij ineens de sterke wind die over het water aangewakkerd was. Hij draaide zich weg.
Darling stond rustig te grazen. Het had even geleken alsof het dier aanvoelde dat er iets ging gebeuren. Iets. Maar wat? Geen enkele zin langer over dat zwijgpapier na te denken. Verleden tijd. Ook zijn beslissing informatie over de lege ic’s naar buiten te brengen en te vertellen wat er echt in het ziekenhuis gaande was. Zijn geweten….Hij had geen spijt.
In de lucht zag hij vogels in formaat telkens een andere richting opdraaien. Ineens viel hem de man op die over de dijkweg zijn richting opliep. Hij herkende hem aan de manier waarop hij liep. Tegenwoordig droeg hij een speciaal jasje. Gepromoveerd, als controleur.
Ze begroetten elkaar. Direct maakte de man een gebaar dat hij een masker moest dragen.

Ze overhandigde hem zonder iets te zeggen de brief van het GAK. Achter zijn schrijftafel opende hij het. Ze wisten waarom hij ontslagen was in het ziekenhuis. Hij had zich verzet tegen de voorgeschreven maatregelen. Dus kon geen uitkering worden verstrekt.
Hij liet de brief zakken en keek naar buiten. Boven de dijk hingen wolken met donkere koppen. Hij draaide weg. Zijn vrouw stond in de deuropening. Ze begreep door zijn blik de mededeling en verdween. Sinds kort niet meer aan zijn kant. In de greep van de onheilspellende mededelingen die ze naar binnen zoog uit de media. Daar niet uit te krijgen. Ook al bleef hij vertellen dat ze niet bang hoefde te zijn en aangaf wat er werkelijk aan de hand was. Ze bleek daar totaal ongevoelig voor. Het leek wel alsof ze ook een brief had getekend waarin stond dat ze voortaan alle informatie, mededelingen en opdrachten van de overheid moest geloven en uitvoeren.
Kon hij haar iets kwalijk nemen? Hij draaide zich weer naar buiten. Darling rende rond en sprong nu en dan heen en weer. Hij hield van zijn dier, zijn werk en nog steeds van zijn vrouw, maar……. aan wie nu denken?
Opnieuw keek hij op het papier in zijn hand. Met beide handen verscheurde hij het en sprong op van zijn stoel.

In de trein schoof hij de rugzak in het bagagenet. Tegenover hem zat een vrouw. Dat maakte hij op hoe ze het haar droeg. Binnen een fractie van een seconde wilde hij met een vulkanische woede het witte ding van haar gezicht sleuren. Maar hij beheerste zich. Het zou zijn vrouw kunnen zijn dacht hij op tijd.
De ogen die hem aankeken spraken boekdelen. Toen ze merkte dat het kijken geen effect had liet ze een gesmoord geluid horen.
Normaal zou hij vragen iets harder te praten. Hij zocht naar de foto van Darling. Ineens sprak de vrouw, haar geluid was een stuk harder.
‘U hebt geen mondkap op!’
Hij dacht: zou ze werkelijk denken dat hij nu iets tevoorschijn zou halen? Dat hij zijn gezicht zou bedekken omdat zij hem dat bevolen had? Omdat zij zich het verlengstuk van de autoriteiten voelt? Bevel is bevel? Dat het niet nodig is na te denken omdat de overheid zoiets voor je doet? Dat ik een misdadiger ben die andere mensen in gevaar brengt? Dat zo’n ding om een mens gezond houdt?
Zij kan het niet helpen dat ze niet niet weet dat zo’n masker je juist ziek maakt. Straks haalt ze een revolver uit haar handtasje.
Hij glimlachte en keek naar buiten. Landerijen met hoge antennes en windmolens verschenen en verdwenen. Wanneer hij haar weer zou aankijken zouden haar ogen ongetwijfeld nog groter zijn. Hij stond op en haalde uit een zijvak van de rugzak de foto.
Arme mens. Hij zou haar het adres moeten geven van zijn vrouw. Misschien zocht ze een vriendin. Het groen buiten deed hem aan Darling denken. Hij keek naar zijn paard op de foto. Zijn ogen werden langzaam vochtig.
Plotseling verscheen de conducteur. De vrouw stak bestraffend haar vinger op. De conducteur haalde met een hand een soort veeg langs zijn gezicht. Hij schudde met zijn hoofd. Een discussie moest hij nu niet aangaan. Dan had hij zichzelf niet meer in de hand.
De conducteur draaide zich naar het gangpad en wenkte. Twee mannen in uniformen verschenen. De ene haalde zijn rugzak uit het bagagerek. De ander verzocht hem mee te gaan. Toen hij niet opstond werd hij beetgepakt. De vrouw knikte goedkeurend. Daarna schudde ze het hoofd toen ze het paard zag op de foto die achtergebleven was op de bank.

Joop Brussee

oktober 2020

HOME