PARASIETEN

Toen ik de aankondiging las van de zoveelste politieke persconferentie over een pandemie moest ik ineens denken aan het bezoek een aantal maanden geleden, aan een vriend in de tropen. Die twee weken dat ik bij hem logeerde zal ik nooit vergeten. Hij vergeleek voortdurend de jungle met de maatschappij, kwam met vooral veel politieke overeenkomsten, vanuit zijn ervaring. Ik had nooit ambities gehad de politiek in te gaan ondanks dat een leraar mij op school dikwijls had aangeraden dat wel te doen vanwege mijn diplomatieke gedrag. Maar de valse en vieze spelletjes in Den Haag trokken mij nooit.


Op een ochtend stopte die vriend mij een grote kniptang in de handen en nam me mee naar een veldje waar een aantal bomen enkele meters van elkaar stond.
‘Ik zal je nog niet met de echte jungle laten kennismaken’, sprak hij, ‘je bent bang voor slangen en ander gedierte, je zult niet goed luisteren naar wat ik vertel.’
Hij vroeg me wat mij opviel bij de boom waarvoor wij stil hielden. De schitterende witte bloemen daarboven zei ik. En takken die enigszins naar beneden bogen. Hij glimlachte en maakte stimulerende gebaren van doorknippen. Door het gekrioel van al dat groene struikgewas vroeg ik me af wat hij bedoelde, wat precies bij de boom hoorde. Hij knikte aanmoedigend en wees naar de stam. Het viel me ineens op dat daar een keurig lopende grijsblauwe slinger omhoog draaide. Terwijl ik die doorknipte riep hij:
‘Kill your darlings!’ Verbaasd draaide ik mij om.
‘Je hebt zojuist je prachtige witte bloemen doorgeknipt.’


Ik liet de schaar zakken. Hij trok vergelijkingen met de politiek, zoals mooie beloften voor de verkiezingen en prachtige vooruitzichten in de toekomst. Ook wees hij mij op verstrengelingen die moeilijk te ontwarren waren en permanente belangenstrijd.
‘Vul verder zelf maar aan’, voegde hij eraan toe en verplaatste zijn aandacht weer naar de boom.
‘Die mooie bloemen laten je in een val trappen! Laat die nou net als parasieten het probleem zijn voor zijn groei. De mooie struik wurgt als een slang rond de stam zoals een touw van een moordenaar dat doet om de nek van zijn slachtoffer. De parasiet leeft later schitterend verder ten koste van de boom.


‘Ben ik die boom?’, vroeg ik terwijl hij een van de uitstekende slierten uit de groene massa trok. Hij reageerde niet op mijn vraag. ‘Later’, zei hij, ‘kom ik alleen terug en kan de bruin geworden resten er eenvoudig weghalen. Op dat moment is hij echt vrij.’ Hij legde uit dat ik was gaan knippen op een plek recht voor mij zonder eerst goed te kijken. ‘Voor het grondig uitroeien van die mooie killing bloemen zul je de tijd moeten nemen, eerst de wortels zien te vinden.’
Ik knikte en dacht het te begrijpen. Enthousiast liep ik naar een andere boom en ging met de tang op zoek naar zo’n wurgbloem, een of andere parasiet. Dat was moeilijker dan ik dacht. In de groenen wirwar volgde ik een paar keer een spriet maar kwam telkens bij de stam van de boom uit. Mijn vriend volgde mijn acties op afstand en begon hartelijk te lachen.
‘Je hebt niet het flauwste idee hoe het in de jungle toegaat.’


Ik keek hem verbaasd aan.
‘Die parasieten zijn niet achterlijk. Sommigen zelfs heel slim. Waar jij nu naar kijkt is een vergroeiing. Zuiverheid zul je bij deze boom moeilijk vinden. Alles is met elkaar verbonden.’
Ik opperde dat er dan geen probleem was. Een soort win – win situatie.
‘Toch niet’, zei hij, ‘het duurt even voor je gaat zien waar het met deze boom heengaat. Helaas, dan ben je hier op dat moment niet meer.’
Ik herinnerde me nog dat hij later een foto stuurde van die eerste boom. Bevrijd! stond op de achterkant. Geen groene kluwen meer maar een prachtig losstaande boom, die gegroeid was en waar je op sommige plaatsen zelfs doorheen kon kijken, met takken omhoog gericht. Toen ik later informeerde wat er van die andere, die symbiotische was geworden was zijn reactie:
‘Die zag er op een gegeven moment niet meer uit en heb ik uit zijn lijden verlost. Hoort meer thuis in de echte jungle.’

Joop Brussee

november 2020

[HOME] [JUNGLE]