KEUZE

aandacht vraagt tijd

Na een jaar was ik blij terug te zijn in de warmte van de tropen. We reden opnieuw in de pick-up van mijn vriend naar zijn huis. Werd het vorig jaar behoorlijk bruin door een lange droge periode, nu zag alles er extreem groen uit; het regende veel meer dan normaal vertelde hij en voegde eraan toe dat zoiets hoorde bij de onvoorspelbaarheid van het weer.
‘Elk dag weer verrassend. Maar, het is leuk weer een echt stadsmens te zien. Dat was ik lang geleden ook. Als stedeling heb je geen idee wat in de natuur gebeurt. Ik herinner me nog dat na wat leeswerk ik al snel dacht dat ik op de hoogte was.’
Na mijn vorige bezoek was ik direct weer in het oude patroon van de volle agenda terecht gekomen. Ik draaide me in zijn richting: iets was veranderd aan hem. Zijn manier van bewegen? Zijn oogopslag? De manier waarop hij sprak? Hij gebaarde naar de bomen langs de weg.

‘Uit de periode in de gemeenteraad herinner ik me een voorstel tot verbreding van een provinciale weg. Veel bomen moesten daarvoor gekapt. Ik zag dat helemaal niet zitten. Met mij veel mensen niet en zelfs een meerderheid van de raadsleden. Protesten rolden binnen. Demonstraties!’
‘Dat hielp……’
‘Die weg kwam er gewoon’, grinnikte hij.
‘O ja? Maar, jij…..’
‘Ach ja, achter onze rug werden stoplichten op een kruispunt zo afgesteld dat er voortdurend files ontstonden. Dus er werd een probleem gemaakt en daar moest iets aan gedaan worden. Nu niet vragen wie daar achter zat…..ineens was een meerderheid van mijn collega’s voor kappen. Ra, ra.’
‘Je kon….’
‘Te laat. Het bleef verborgen hoe dat was gegaan. Zoiets zou in deze tijd complot denken worden genoemd als ik jouw verhalen goed begrijp.’
Hij keek in mijn richting en glimlachte, vertelde ontspannen verder.
‘Ik ontdekte in die periode gestuurd te worden in mijn denken. Min of meer gedwongen om voorlichters te geloven. Blind vertrouwen te hebben in uitkomsten van allerlei onderzoeken. Ik had geen tijd om erachter te komen waar het geld vandaan kwam. Soms twijfelde ik aan regenten, reclamecampagnes, bepaalde journalisten en zelfs niet aan uitspraken van rechters.’
‘Kortom, je voelde je toen al in een soort jungle zitten.’
Hij knikte.
‘Toen dacht je: dan liever de echte jungle in?’
Hij gaf geen antwoord.

Ik nam me voor tijdens dit bezoek erachter te komen wat hem echt ertoe had gebracht deze compleet andere wereld op te zoeken.
We draaiden zijn park in. Bij een vijver stopte hij en even later stonden voor een grote bak waarin veel bladeren die elkaar leken te verdringen om het zonlicht te zien. Hij wees naar een paar paarse bloemen en plukte er een.
‘Alsjeblieft, prachtig vind ik die paarse kleuren.’
Ik beaamde dat maar al snel dwaalden mijn ogen weg, naar de vele groene bladeren die het water bedekten. Vervolgens naar de omgeving. Dat ontging hem niet.
‘Kijk eens wat langer naar die bloem. Neem de tijd de schoonheid tot je door te laten dringen. Stel je open.’
Vreemd genoeg kostte dat moeite. Langzaam drong het tot mij door wat hij bedoelde: ik zag ineens het binnenste. Schitterend verfijnd. In de stilte met alleen het geluid van vogels miste ik een aanwijzing, een stem zoals die in een film klinkt en je ergens op wijst, die mijn aandacht stuurt. Nu voelde ik me wat onhandig met de bloem in mijn hand. Waardoor kwam dat? Onrustig flitsten gedachten door mijn hoofd. Was ik soms in zijn ogen een geprogrammeerd stadsmens? Bang voor stilte? Een oppervlakkig levende consument?

‘Je vertelde dat je door het bezoek van de vorige keer meer met de natuur bezig bent. Gefeliciteerd man. Wat moet ik me daarbij voorstellen?’, klonk het naast mij.
Ik voelde mij ongemakkelijk. Was dit een val? Hij merkte mijn aarzeling en schudde lachend het hoofd.
‘Flauw. Kom op. Ik sta hier natuurlijk niet om je belachelijk te maken. Na het zien van die prachtige kleuren, wil je ongetwijfeld iets drinken, je bent moe van de reis.’
Onhandig stond ik nog steeds met de bloem in mijn hand. Meenemen? Weggooien in het water? Ik liet hem achteloos achter mijn rug vallen en volgde hem richting auto. Het soort van superieur gevoel van een stadsmens tegenover een provinciaal had zich volledig omgedraaid.

Later dronken we koel bier op een van de terrassen rond zijn huis. Hij vertelde over de vogels die we zagen en veranderingen die in het park waren aangebracht. Toen hij enthousiast informatie over zijn groentetuin had gegeven greep ik mijn kans.
‘Wanneer kwam het idee in je op het geboorteland te verlaten? Was dat al toen je in die gemeenteraad zat?’
Hij zweeg, nam een slok bier en keek het park in.
‘Op een dag stond ik de keuken voor drie vellen papier die ik op de muur had geplakt. Rood, oranje en groen, allemaal met E nummers. Je kent die kleine lettertjes wel die overal te lezen zijn. Nou ja met een supergoed gezichtsvermogen. Daarbij ook moeilijk uit te spreken namen.’
‘Ja, te klein voor mij om te lezen.’
‘Is ook de bedoeling vermoed ik. Deze gedachte kwam toen op: in wat voor krankzinnige wereld leef ik? Een dagtaak om te achterhalen hoe je een heel klein beetje gezonder kan leven. Zo wil ik niet leven. Waar ben ik mee bezig? Ik lijk wel gek.’
Hij schudde zijn hoofd naar alle kanten.
‘Dus je ging biologisch …..’
‘Als tussenfase, inderdaad. Maar ja, dat was inmiddels ook een industrie geworden.’
‘Met geldelijke belangen.’
‘Ongetwijfeld.’

Op een vakantie in Frankrijk herinnerde ik mij een boomgaard, het sproeien met gif op appels. De gifspuiter deed dat in een soort wit ruimtepak. Vanaf dat moment schilde ik elke appel, ook al had ik ergens gelezen dat daarmee de voedingsstoffen grotendeels verdwijnen.
‘In een keer trok ik die E velletjes van de muur en dacht: nu leven op mijn manier.’
‘Maar….’
‘In plaats van gedwongen voortdurend te moeten denken in wat goed en fout voor je is. De overheid heeft ooit verraad gepleegd, die heeft gekozen voor het verdienmodel van de industrie, niet voor de gezondheid van zijn burgers zoals je zou verwachten. Als kind op school kreeg ik romantische verhaaltjes te horen over de natuur, moest leren hoe alles er in je lichaam uitziet, zonder informatie hoe je gewoon gezond leeft of wat al die eindeloze variaties aan chips in je lichaam doen. Ziek? Daar is een dokter voor. Hoef je zelf niet over na te denken. Dat klopt niet.’
Ik knikte. Inderdaad zijn we inmiddels diertjes in de dierentuin en steeds grotere bedrijven gaan ons onnatuurlijk voeden. Straf zelfs: extra belasting wanneer je gezond wilt leven. Waarom toch? Een retorische vraag? We keken elkaar een moment aan en openden tegelijk de mond: ‘Be-lang-en…strijd’, waarna we in de lach schoten. Ik dacht aan de vijver. Belangenstrijd van de bladeren in het water.

‘Ik besloot als mens de regie over mijn leven in eigen hand te nemen’, klonk het op enigszins dramatische toon en toen ik mij naar hem toe draaide en hij mijn vragend gezicht zag voegde hij eraan toe, ‘dus niemand heeft de rest van mijn leven nog autoriteit over mij. Niemand verbiedt mij uit de jungle te eten. Nog nooit een E nummer hier gezien. Niemand die mij verbiedt te genieten van wat ik mooi vind, lekker en hoe ik het beste kan genieten van het leven.’
Tijdens de prachtige zonsondergang hadden we alle tijd dronken te worden met allerlei jungletalk.

Joop Brussee

16 december 2021

avontuur jungle

info