Met dank aan

spot 5 mei

Tao en Dao trappen naast elkaar op twee hometrainers.

D Wat is het leven tegenwoordig eenvoudig geworden
T Eenrichtingverkeer ja. Je weet precies wat er aan de hand is.
D Wat er gaat komen.
T Wie geld krijgt voor het geven van informatie.
D Waar censuur moet plaatsvinden.
T En vooral: wat waar is en wat niet.
D Je weet dat nu zo snel.
T Omdat voortdurend gevaren die gelanceerd worden
D Er niet zijn. Heerlijk die eenvoudige omkering.
T Eenvoudig ja, even wennen. Je draait gewoon alles om.
D Met dank aan George Orwell.

Ze trappen

T Slaven door niets meer te bezitten? Ik wil ook slaaf worden.
D Je meent het.
T Ja. Dan is het leven zo eenvoudig.
D Oh bedoel je het zo.
T Dat voortdurende kritische harnas. Waarom toch?
D Weer simpel werken met z’n allen, op een plantage bij voorbeeld!
T Precies. Nooit meer zorgen. Gewoon in de maat blijven lopen.
D Ik ben een telganger.
T Dat… dan…so what?
D Hoe wordt je een slaaf?
T Kijk om je heen. Stel je voor, Geen zorgen meer over welk bezit dan ook. Wat een bevrijding!
D Geen geld. Alleen punten zijn voldoende. Hebben we al jaren kunnen oefenen.
T Precies, heerlijk eenvoudig en duidelijk leven toch!
D Met dank aan George Orwell.

Ze trappen

T Geeft zoveel ruimte in je hoofd, dat je niet meer hoeft na te denken.
D Deed jij dat dan wel eens?
T Ja, ik maakte mij zorgen om mijn gender.
D Onzijdig nu. Kan niet missen.
T Oh. Ja. Ehh, veilig in handen van vadertje Staat.
D Juist. Van al die papieren invullen ook af. Een zegen!
T En woorden als nep en fake zijn door de plee gespoeld. Top!
D Dat gaan we vieren op deze jaarlijkse bevrijdingsdag.
T Waar?
D Geen idee. Waar we vrij zijn, niet gehoord worden en gezien.
T Dan zijn we te laat.
D Hoezo?
T Dat is nergens.
D Er moet toch….
T Nee, heel eenvoudig.
D Nergens…..(stilte)
T Met dank aan George Orwell.

Na een sprintje stappen ze af en lopen naar buiten. Ze kijken in een voorzichtig zonnetje trots naar de naam die het Katshuis vervangt: Maison de Santee. Ze geven elkaar de hand en zeggen gelijktijdig: Met dank aan Edgar Allen Poe.

Joop Brussee

mei 2021