TROLLEN

Jij bent een trol.
Ik ben een trol.
Wie is de trol?

Een wijsneus weet het weer eens zeker.
Omhoog heft hij, de giftige beker.

Ik ruik een trol.
Jij ruikt een trol.
Waar is de trol?

Een handhaver grijpt graag, als macht.
Bevel zegt hij, jawel: de opdracht!

Ik ken een trol.
Jij kent een trol.
Wie is de trol?

Een bovenbaas geniet in zijn kooi.
Wat is de wereld beneden toch eindeloos mooi.

Jij zoekt die trol.
Ik zoek die trol.
Waar is die trol?

Een zeerover kijkt ver door zijn kijker.
Met vrije vlag en telkens weer rijker.

Jij ziet een trol.
Ik zie een trol.
Daar is een trol!

Een heilig boontje int graag zijn loontje.
Op de arm zijn huilend zoontje.

Ik grijp een trol.
Jij grijpt een trol.
Wie, waar, een trol?

Een rus, een jank, een nazibal,
Niets is te gek, niets is te mal.

Daar is een trol!
Is dat de trol?
Grijpen die trol!

Joop Brussee

mei 2021

[OVERZICHT]