KIJK

Geen bezit en eindelijk gelukkig…..

De man die zichzelf weggaf. Het is de titel van een prentenboek uit 1970. Gordon Sheppard schreef de tekst. Meneer Pomeroy voelt het eind van zijn leven naderen en begint al zijn bezittingen weg te geven, daarna zelfs zijn eigen lichaam. Bij elke verhuizing kon ik van dit boek geen afscheid nemen. Het verhaal is momenteel actueel gezien de uitspraak van een zich machtig voelend man: godfather Klaus Schwab. Een soort goddelijke wereldleider die namens een forum dat hij zelf ooit oprichtte dwingend voorschrijft hoe mensen in de toekomst zullen leven: Je bezit in 2030 niets meer en je zult gelukkig zijn.

Als kind wilde ik graag iets hebben dat helemaal van mij was. Een knuffel, een speelgoedauto, een driewieler, noem maar op. Later was ik trotse eigenaar van een glimmende spiksplinternieuwe fiets. Die moest zo lang mogelijk er schitterend uitzien. In de jeugd leer je om te gaan met eigendommen waar je van houdt, waar je iets mee hebt. In de vakanties werkte ik om te kunnen kopen waarvan ik droomde. Van de verzameling spullen gaf ik soms na verloop van tijd iets weg in de hoop anderen gelukkig te maken.

Tijdens een verblijf in de Franse Dordogne hoorde ik van de verhuurder dat zijn vakantiehuisje te koop was. Zijn kinderen hadden geen belangstelling. Wat moesten zij met een huis, vertelde hij lachend. Geld, dat wilden ze! Zij behoorden tot een andere generatie, opgegroeid als stevige consumenten in een wegwerp maatschappij. Ze hadden hun eigen idee over bezit en de waarde van geld, maakten andere keuzes. Zou meneer Klaus Schwab met de tijd zijn meegegaan of maakt hij slim gebruik van maatschappelijke ontwikkelingen?

Op een dag citeerde een vriendin van mij haar overleden vader die had gewerkt op een bank waar hij een hoge positie had ingenomen. Zij vertelde dat, wanneer hij een mooi huis zag hij altijd zei: Daar zou ik graag tegenover willen wonen! Geld had de man in overvloed, een huis kopen kon hij altijd. Het ging hem om een ideale locatie met prachtig uitzicht, dat had pas waarde. Iedereen ontdekt in het leven wat hem het meest gelukkig maakt. Zelf merk ik dat met het ouder worden de inhoud van het begrip bezit verandert. Evenals schuld kan het teveel worden, zelfs een ballast. Opruimen geeft lucht. Zou die Schwab dat soms bedoelen?

Edward Albee laat in het toneelstuk Alles voor de tuin zien hoe een echtpaar door de buren een beeld opgedrongen krijgt van een gelukkig leven: je bent eigenaar van een mooi huis met een tuin en daarbij lid van een dure club. En natuurlijk op z’n minst net zoveel te bezitten als die buren, ook al is het nodig ver boven je stand te leven, je te vernederen. Dat echtpaar trapt daarin: bezit als status, sociale stevigheid. Op een dag realiseerde ik mij tijdens het kijken naar een operafilm hoe verschillend mensen met bezit omgaan. Een oude dame op een schip rende naar haar hut en greep het juwelenkistje, drukte dat stevig tegen zich aan: piraten kwamen het dek op! Heel bang omhelsde ze wat de meeste waarde voor haar had.

Jaren geleden zag ik de zoon van een vriend rondlopen met een laptop die hij van school had gekregen. Verbaasd hoorde ik hem vertellen dat in de brugklas geen studieboek meer gebruikt werd. Mijn gedachten gingen naar het begin van elk schooljaar wanneer ik als tiener nieuwe boeken kreeg, altijd een spannend moment! Ik rook er direct aan en zorgde voor een aantrekkelijke kaft, schrijf mijn naam erin. De laptop jongen had een paar boeken die ergens achteraf in zijn kamer stonden. Een van de kasten puilde uit van het speelgoed dat hij in de loop van de jaren had gekregen en waar hij nooit meer naar omkeek. Boeken en spullen, het deed hem niets. De laptop was niet meer dan een gebruiksvoorwerp. Hoera, hoor ik Schwab zeggen.

Misschien dat de jongen en vele kinderen straks zonder bezit met een vrolijk gezicht als wandelende barcodes met sensoren of chips overal in en uit lopen: tracked and traced. Ze luisteren braaf naar media die hen vertelt wat te doen om gelukkig te zijn. Als levenloze zombies laten ze zich met de woorden avontuur en ontdekken van buitenaf invullen, ze voeren elke opdracht keurig uit en hoeven niet na te denken. Onzichtbare volks opvoeders die van boven alles voorschrijven en regelen? Het zal hun een zorg zijn. Ze hebben totaal geen weet van een kleine technocratische elite die een vrij leven leidt. Wel zo makkelijk.

Het is nog niet zover. Vooralsnog heeft levenservaring waarde. Ouder worden zorgt dat kwaliteit van leven het wint van kwantiteit. Iemand bepaalt nog steeds zelf de waarde van bezit, kan dat in- en bijvullen of veranderen. Volledig afstand doen is pas aan de orde wanneer de laatste levensfase intreedt. De oneliner gelukkig zijn zonder bezit uit de mond van een oude man lijkt alsof hij dat tegen zichzelf zegt. Of anders waant hij zich in vreemde kosmische wolken, droomt hij over het bezitten van mensen. Ik stel mij ouders voor die tegen hun kind sissen (eventueel met een kneepje in de arm): Leuk he? Het gezicht van dat kind vertelt een ander verhaal.

Geen bezit meer en gelukkig zijn. Het klinkt heel even positief, het lijkt op wijsheid, op loslaten, iets dat goed is voor een mens, zeker wanneer een ‘oude wijze meester’ dat zegt. Maar wanneer je even nadenkt: ho ho, leven is leren omgaan met bezit, zelf ontdekken wat je gelukkig maakt. Zo’n idiote uitspraak uitstorten over alle mensen in de wereld is onmenselijk en ziek! Mijn advies voor deze deftig doende meneer Schwab: ga eens voor de spiegel staan en kijk, KIJK en blijf kijken, net zo lang tot een transformatie plaatsvindt naar meneer Pomeroy. Besluit dan een eigen offset te doen: bezittingen uitdelen aan mensen die het nodig hebben, macht uitstrooien over boeren en buitenlui, om daarna het eigen lichaam te laten oplossen in een onbeduidend wolkje aan de hemel.

Joop Brussee

1 oktober 2021

HOME ESSAYS