GEDRAG

druppels doen ertoe 

Het geven van acteerles vond ik spannend. In iedere les gebeurde wel iets bijzonders. Zeker door toename van studenten uit andere culturen. Tijdens een opleiding voor acteren voor de camera zat ik op een dag voor een nieuwe groep. Zij kenden elkaar. De lijst werkte ik af. Een jongen ontbrak. Hij komt altijd te laat zei iemand. Vreemd omdat ik niets had doorgekregen van collega’s over deze jongen. In ons team hadden we afgesproken dat te laat komen als een doodzonde werd beschouwd. In zo’n geval moest de persoon in kwestie tot de pauze in de kantine wachten. Op de filmset te laat was het ondertekenen van je doodvonnis was onze dreiging. Als beginneling kon je het verder vergeten. De twee andere collega’s hadden zeker ongeveer hetzelfde gezegd. 

Tijdens mijn introductie ging na ongeveer 10 minuten de deur open en een jongen met een donker uiterlijk, duidelijk uit een andere cultuur liep op zijn gemak de klas in. Direct schudde ik het hoofd, maakte een beweging met mijn hand en zei dat hij in de kantine kon wachten tot de pauze. Maar alsof ik lucht was liep hij rustig verder, pakte een stoel en sloot aan bij de groep. Dit gedrag was volkomen nieuw voor mij. Verbijsterd herhaalde ik nadrukkelijk mijn verzoek. Hij schudde ontspannen zijn hoofd en zei dat hij voor deze opleiding betaald had.

Het drong op dat moment tot mij door dat niet alleen cultuurverschil voortaan een rol ging spelen, maar ook geld. Zoals op veel hogescholen en universiteiten. Aan de ene kant een uitstekende ontwikkeling omdat je als docent gedongen werd kwaliteit te leveren. Aan de andere kant en zeker in het kunstonderwijs was het maar de vraag tot hoever je eisen kon stellen wanneer de student voor elke seconde vooraf betaald had. Iedereen met geld toelaten tot een opleiding die geen subsidie kreeg? Hoe konden op die manier de toelatingseisen nog worden vastgesteld? Als docent was de kans groot dat je te maken kreeg met minder kwaliteit in een groep, waardoor het niveau dreigde te dalen.

Na dit incident gebeurde regelmatig iets waar ik niet blij mee was. Tijdens de start van een nieuwe opleiding merkte ik dat een deelnemer die duidelijk uit een andere cultuur kwam niet alleen forse problemen had met de communicatie maar ook in mijn ogen absoluut niet voldoende kwaliteit meebracht om in dit vakgebied een plaats te vinden. Ik was gewend bij de introductie standaard aan elke student te vragen: waarom wil je acteren? Die bewuste jongen vertelde dat hij deze cursus aangeboden had gekregen als immigrant. Ik legde uit dat wanneer je als acteur wilt worden je in de eerste plaats de kunst dient en niet jezelf of een publiek. Daarmee aangevend de basis van waaruit ik mijn lessen gaf.

Voordat de volgende les begon kwam deze jongen enthousiast naar mij toe. Hij vertelde auditie te hebben gedaan voor een film. Ik was volkomen verrast. Het was niet de bedoeling na een les direct het geleerde in praktijk te brengen. Dat zou niet alleen het onderschatten van het vak betekenen maar ook verkeerde invloed kunnen hebben op het vervolg van de lessen. Maar dit zou ongetwijfeld gaan om figuratie dacht ik. Zonder mijn reactie af te wachten vervolgde hij opgetogen: ‘En ik ben aangenomen! Dus de les heeft al direct iets opgeleverd.’

Zijn enthousiasme was stukken groter dan tijdens de eerste les. Ik vermoedde dat bij het aannemen behoefte was aan zijn type als figurant. Het acteren waarschijnlijk niet aan de orde. In een pauze vroeg ik hem daarover. ‘Ja’, ging hij verder, ‘ze vroegen mij net als jij deed waarom ik wilde acteren.’  Ik knikte. Gebruikelijke vraag, zeker wanneer iemand een beginneling is, dacht ik. ‘Ik heb toen gezegd dat ik lessen volgde en de kunst wilde dienen. Dus bedankt nog.’ De woorden waren nieuwe druppels. Ik begon voorzichtig na te denken of ik met dit lesgeven wilde doorgaan.

Joop Brussee

25 mei 2022

hobbels

info