ZEGEN

Hollywood in Hilversum

In de jaren tachtig bracht NOS sales in Montreux de serie De Filmers op de internationale filmmarkt. Het was een jongerendrama van de IKON. Een terugblik hoe de serie tot stand kwam.

Het had allemaal zo mooi in elkaar gepast: voor mij een geschenk uit de hemel. Maar ja…. Op een weekend voor omroepmedewerkers die een cursus hadden gevolgd op Santbergen ontmoette ik Y.F. die werkte bij de IKON televisie. We raakten in gesprek. Ik vertelde een dramaserie met en voor jongeren te willen maken en had voor de inhoud een idee. Met mijn theater en beperkte televisie ervaring zou dit een stap voorwaarts betekenen. Direct was zij enthousiast. Met de directeur van de IKON volgde een gesprek. Enthousiast gaf de directeur dominee ons de opdracht research te doen. De interkerkelijke omroep gaf aankomend talent op het gebied van jongerendrama graag een kans. Prijzen waren al verdiend. Het was een specialiteit van de dominee die daar ook heel trots op was.

Geruime tijd werkte ik met Y.F. en we hadden veel plezier. Het enige was dat we niet opschoten. Dat hoort kennelijk zo, dacht ik. Maar op een dag wilde de directeur met mij praten, hij wilde horen over onze vorderingen. Het verbaasde hem niet dat er nog niets te melden viel. ‘Er is ook altijd wat met die vrouwen’, zuchtte hij. Onmiddellijk begreep ik waarom Y.F. zo graag bij haar thuis af wilde spreken en dan voor mij kookte.

De directeur besloot met iemand van buiten, een schrijfster van scenario’s verder te gaan. Hij zou dan als eindredacteur bij de ontwikkeling van de serie aanwezig zijn. Het viel mij op dat hij van M.M. nogal gecharmeerd was. Inplaats van bij Y.F. thuis at ik nu met haar en de dominee regelmatig in een restaurant. M.M. genoot duidelijk veel van de aandacht en samen met W.K. bouwde ze een steeds sterkere band op waar het moeilijk tussen komen was. Uiteindelijk kreeg de definitieve versie van De Filmers groen licht. Liever had ik een ander accent gezien maar ja, deze kans kon ik niet voorbij laten gaan.

De IKON wees een producer aan. De nerveus lachende vrouw maakte op mij een uiterst instabiele indruk. Ze lachte net iets te veel, tegen het hysterische aan. Ook probeerde ze allerlei vrouwelijke vleierijen op mij uit. Nooit ging ik ergens op in. Mijn aandacht was volledig gericht op mijn eerste filmdrama. Zij contracteerde een filmcrew en prees daarbij de regieassistentie R.H. de hemel in. Jonge acteurs vinden was knap lastig en het bezorgde mij veel stress. Een paar dagen voor de geplande repetities moest nog een hoofdrol worden ingevuld. Uit wanhoop zochten R.H. en ik zelfs op straat. Uiteindelijk lukte het net op tijd een jongen te vinden op een schoolplein.

Door mijn theaterachtergrond brak een vertrouwde periode aan waarin ik met alle jonge acteurs zonder filmervaring een band opbouwde. Ik maakte duidelijk dat ze op de set alleen naar mij moesten luisteren. Bij repetitie’s was R.H. altijd aanwezig. Ze hield de mise en scene bij voor het script. Had ik een vraag of zag ik een probleem dan zei ze altijd: ‘Dat komt goed.’ Ik vertrouwde haar volledig en keek met de nodige spanning uit naar de opnameperiode. Een tegenvaller was dat van de filmcrew uitgerekend de cameraman nog nooit iets met drama had gedraaid. De producer zei dat ze dat niet kon helpen omdat dit een low budget productie was en deze cameraman in vaste dienst bij de IKON in de draaiperiode vrij was en dus moest worden ingezet. Ik was niet gerust.

Tijdens de eerste draaidag was de communicatie met de cameraman minimaal en onhandig. Waarschijnlijk zochten we houvast bij elkaar. ’s Avonds belde de producer mij. Ze vertelde dat ze samen met R.H. de rushes had bekeken van die dag en zij waren tot de conclusie gekomen dat de cameraman er niets van had gebakken. Voor ik kon zeggen dat iedereen dat had zien aankomen vertelde ze dat R.H. iemand kende die net afgestudeerd was in California. Een unieke kans zou dit voor hem zijn en daarmee de opnameperiode gered. We konden direct de volgende dag weer opnieuw van start.

Mijn contact met de acteurs verliep zoals gepland. Tijdens de lange en vermoeide draaidagen zag ik de cameraman voortdurend meer met R.H. dan met mij overleggen. Sussend vertelde de producer dat zoiets heel normaal was. Maar elke dag kreeg ik meer het vermoeden dat dit tweetal bezig was mij op een zijspoor te plaatsten. Ik hoorde dat ze ook samen het bed deelden. Toen ik daarover begon zei de cameraman: ‘Laat ons die film nu maar maken. Jouw naam komt als regisseur op de rol.’ Dat voelde als een grove belediging. Ik kwam niet uit de filmwereld. Door filmmakers werden televisiemensen als minder gezien, het klopte wat ik had gehoord. Alle vertrouwen was in een keer verdwenen. Deze coup was netjes gepland: R.H. zou haar vriendje er op deze manier in werken. De producer hielp mee in de machtsgreep.

Meer en meer kostte het moeite de nodige energie te vinden. De acteurs mochten van dit alles niets weten vond ik. Low budget maar wel heel veel onnodig materiaal gebruiken. Het werd mij ineens duidelijk waarom een take vaak meer dan tien keer over moest van de cameraman. Dit was zijn leerschool. Op een Hollywood manier werken. De materiaalkosten voor hem geen probleem. De producer liet het gebeuren en flipte intussen. Uit een raam van de villa waar we buiten opnamen maakten bleef het storende geluid van een schrijfmachine doorgaan nadat een paar keer stilte voor opname was geroepen. Bijna jankend klonk haar stem: ‘De callsheets voor morgen moeten toch gemaakt worden!’

Het ging echt mis toen we over meer dan de helft van de draaiperiode waren. De toenemende spanningen zorgden bij mij voor extreme stress. Tijdens een opname op een zolder werd ik duizelig en wankelde richting trap, mompelend dat er niets aan de hand was, waarna ik in elkaar stortte. Een dramatisch moment. De draaiperiode werd stopgezet. Individuele gesprekken bij de dominee volgden. Met als resultaat: maanden later zou de shooting worden afgerond met een andere regieassistente. Vanaf dat moment verliep de draaiperiode zoals gepland. Ik slaakte een zucht: tijd voor een ontspannen montage.

De NOS wees een editor aan. De man had theatrale belangstelling en kreeg het filmmateriaal. Verrassend snel bedankte hij voor de klus. Na het zien van een aantal rushes begreep hij maar niet waarom er zoveel takes van een scene waren genomen terwijl de eerste volgens hem goed was. Dat vond ik ook, temeer daar de acteurs in die eerste take het sterkst presteerden. Hij had weinig zin de grote hoeveelheid overbodig materiaal te bekijken. Een freelancer nam het over. Een buitenlander die nooit op tijd kwam en dagelijks extreem stonk naar drank. Daarbij kwam dat hij de montage periode onnodig rekte, kennelijk om zoveel mogelijk aan het monteren te verdienen.

Nadat de film op video was overgeschreven kwam een volgende shock. Het beeld wiebelde regelmatig, een soort diepzee effect. Het werd daarbij telkens scherp en dan weer onscherp. De meeste machines waren aan vervanging toe werd mij verteld. Via een oude buurjongen die directeur was van het facilitair bedrijf kon net op tijd dit probleem aanvaardbaar opgelost worden. Bij de voorvertoning voor de pers in de montageruimte was ik door de zenuwen van de afgelopen periode mijn stem kwijt. De vermoeidheid sloeg meedogenloos toe. Dat hoort zo, dat is normaal in de wereld van de speelfilm.

De serie ging de buis op. Daarna kwamen we als drietal ( M.M. , W.K. en ik) op initiatief van de directeur opnieuw bij elkaar om te werken aan een nieuw verhaal. W.K keek weer veel naar M.M. die dan met een groot gebaar haar haren achterover gooide waardoor een litteken op haar voorhoofd zichtbaar werd. Opmerkelijk was dat Littekens de titel werd van de serie. Ook zou een speelfilm versie gemonteerd worden waardoor geld van het filmfonds vrij kwam. Daarvoor moest ik voor een commissie verschijnen. Samen met de producent die mij vooraf een borrel opdrong om te ontspannen zat ik vol zenuwen, verkrampt aan een tafel met de heren beulen, zoals me was voorspeld door collega’s. Inderdaad het werd een mensonterende ervaring.

De spanning in de ruimte was aanhoudend te snijden. Ik herinner me nog dat een van de filmbonzen op een gegeven moment opmerkte: ‘De dialoog in het script is meer een televisiedialoog dan een filmdialoog.’ Doodse stilte. Ik begreep niets van die opmerking. Kritiek? Provocatie? In mijn ogen was een dialoog goed of niet. Daarbij had ik de tekst niet geschreven. Mijn spontane reactie: ‘Oh, ik vind het meer een filmdialoog dan een televisiedialoog.’ Ook deze tekst ontspande niet maar deed het tegenovergestelde. Terugkijkend had ik vanaf het begin in die verkrampte sfeer met deze filmdeskundigen de bui al voelen hangen. Ik kwam niet uit de filmwereld. Afgewezen.

Na de directeurswissel bij de IKON diende ik een nieuw plan in voor een serie, dit keer niet op film maar in de tv studio op video. De nieuwe directeur die overkwam van de AVRO was enthousiast. Zo enthousiast zelfs dat hij direct mijn idee kaapte en van alles erbij verzon om het in zijn ogen het nog fantastischer en geweldiger te maken. Bij de casting sessie was ik aanwezig hoewel ik door een griep geveld eigenlijk in bed had moeten blijven. Mijn lichaam protesteerde voor de derde keer: hou toch op met het werken voor de interkerkelijke omroep. Er rust geen zegen op!

De serie De Filmers werd dus aangeboden in Montreux. De salesmanager zei later dat er veel belangstelling voor was maar geen land wilde zich eraan wagen omdat de jonge kijkers wel eens op bepaalde gedachten konden worden gebracht door de manier waarop de poging tot aanranding in beeld te zien was. Op youtube staat het 4e en laatste deel: donderdag.

Joop Brussee

27 juni 2022

uit: hobbels

info